Geascendeerde Meester Maitreya, 24 mei 2026 – Kazachstan
IK BEN Geascendeerde Meester Maitreya. Ik word de Grote Initiator genoemd, maar laten we het woord groot achterwege laten en ons concentreren op initiator. Waarom heb je een initiator nodig in een omgeving die is ingericht om je feedback te geven op wat je uitzendt? Omdat er in een gemanifesteerd universum, in een wereld van vorm, niets is wat geen valkuil kan worden voor zelfbewuste wezens.
De behoefte aan initiators
We hebben gezegd dat je begint als nieuwe medeschepper in een vooraf bepaalde omgeving. We zeggen ook dat je begint met een bewustzijn dat in één punt is samengebald. Je hebt een IK BEN Aanwezigheid in het spirituele rijk. De Bewuste Jij daalt af als verlengstuk van de IK BEN Aanwezigheid naar de niet-geascendeerde sfeer waarin je aan je reis begint. Niet alleen de Bewuste Jij begint aan de reis, ook de IK BEN Aanwezigheid. De Bewuste Jij begint met een bewustzijn dat in één punt is samengebald, en dat betekent dat hij zoals we hebben gezegd, subtiel het gevoel heeft dat hij verbonden is met iets buiten zijn eigen gedachten om, maar heeft geen duidelijk contact.
In de eerste sferen was de dynamiek enigszins anders dan in deze sfeer omdat de eerste sferen minder dicht waren. Toch was er sprake van een initiatie omdat nieuwe medescheppers zelfs in de eerste sfeer begonnen met een zeer lokaal zelfgevoel en dat geleidelijk uitbreidden. In de eerste sferen was er echter geen initiator nodig, maar toen de sferen dichter werden, zijn er als het ware meer lagen toegevoegd tussen de IK BEN Aanwezigheid en de Bewuste Jij. Om verwarring te voorkomen over de omstandigheden in de voorgaande sferen, die voor jou niet relevant zijn, richten we ons op deze sfeer, de zevende sfeer.
De IK BEN Aanwezigheid bevindt zich in het lagere spirituele rijk. Je hebt een laag die het identiteitsoctaaf is. Je hebt een andere laag die het mentale octaaf is, nog een laag die het emotionele octaaf is en daarna ook nog het fysieke octaaf. Als de Bewuste Jij voor het eerst incarneert, daalt hij natuurlijk af naar het fysieke niveau. Hoewel hij wel aanvoelt dat er meer is dat verder reikt dan zijn emotionele, mentale en identiteitsbewustzijn, betekent dit dat hij geen helder beeld, geen visie, heeft van wat dat is. Toen de sferen dichter werden, zagen de geascendeerde meesters in voorgaande sferen in dat het noodzakelijk was dat er een intermediair moest komen tussen de Bewuste Jij en de IK BEN Aanwezigheid, tussen de Bewuste Jij en het spirituele rijk, en dat zijn toen de meesters geworden die in de voorgaande sfeer zijn geascendeerd. Sommigen van hen dienen als initiator, leraar, goeroe, hoe je het ook wilt noemen, voor de levensstromen.
De rol van de initiator
Naarmate de sferen dichter zijn geworden, werd het ook waarschijnlijker dat sommige nieuwe medescheppers vast kwamen te zitten in hun sfeer. In wezen zou je kunnen zeggen dat de mogelijkheid altijd bestaat dat een medeschepper zijn omgeving ervaart, ermee experimenteert en een situatie medeschept die hij zeer prettig vindt en dan kan besluiten dat hij die situatie tot in het oneindige wil blijven ervaren. Nu zou je kunnen zeggen: wat is daar mis mee als de wet zegt dat je vrije wil hebt? Waarom zou je een levensstroom, een medeschepper, niet toestaan zijn eigen creatie of zijn omgeving zo lang te laten ervaren als hij wil? Het is niet dat wij het niet toestaan, maar het is gewoon de rol van de initiator om op zijn minst een referentiekader te bieden dat er meer is dan het huidige zelfgevoel van een levensstroom.
In de oorspronkelijke situatie op aarde, toen de aarde nog een natuurlijke planeet was, kwamen de levensstromen die afdaalden in contact met een initiator. Dit contact werd op geen enkele manier afgedwongen, het was er gewoon. Het is vergelijkbaar met mensen die een donkere grot willen leven; dat mag, maar de zon blijft schijnen, dus als ze besluiten om de grot weer te verlaten, kunnen ze in ieder geval ervaren dat er een alternatief is voor de duisternis van de grot. Met andere woorden, je dwingt hen niet om een keuze te maken, maar je maakt hen bewust van die keuze, want als je vergeet dat er meer is dan alleen die grot, tja, als je de optie niet kunt zien, dan kun je er ook niet voor kiezen.
De rol van je conceptuele gedachten/geest
Nu moeten we begrijpen dat een nieuwe medeschepper gebruik maakt van zijn conceptuele geest wanneer hij iets schept. Andere meesters hebben het daar al over gehad, maar ik wil het nogmaals benadrukken. Voordat iemand op aarde in de dualiteit terechtkwam, fungeerde de aarde als een reality simulator, als de kosmische spiegel, als een feedbackmechanisme. Met andere woorden, medescheppers vormden een mentaal beeld met hun conceptuele geest. Ze projecteerden dat op de buitenwereld en ervoeren en observeerden vervolgens wat terugkwam. Op basis van die observatie pasten ze hun mentale beeld een beetje aan, zonden het opnieuw weg en observeerden wat er terugkwam.
Ik wil benadrukken dat de conceptuele geest werd gebruikt om iets uit te zenden, maar niet om te evalueren wat er terugkwam. Dat werd gewoon ervaren. Wanneer iets terugkwam, gebruikten de medescheppers iets wat we de rationele, logische gedachten zouden kunnen noemen, maar degenen die meer ervaring hadden opgedaan, gebruikten ook hun intuïtie. Maar de vraag is dan of de medescheppers geleidelijk aan zelfbewuster zullen worden, zodat ze hun gevoel van verbondenheid met iets dat hun eigen denken overstijgt, uitbreiden? En de vraag is eigenlijk of een medeschepper zich er in het begin niet van bewust is dat hij iets medeschept. Hij ziet zichzelf als schepper: ik zend iets uit, er komt iets terug. Hij is zich er niet van bewust dat hij licht en bewustzijn ontvangt uit het geascendeerde rijk.
Horizontaal uitbreiden versus verticaal uitbreiden
Een medeschepper kan zich blijven concentreren op zichzelf, iets uitzenden en kijken wat er terugkomt uit de omgeving. Sommige medescheppers raken zo gefascineerd door dit proces dat ze het lange tijd blijven ervaren. Andere medescheppers zullen, na ervaring te hebben opgedaan met het uitgaande en terugkomende proces, hun verbinding met iets buiten hun eigen gedachten om gaan uitbreiden en onderzoeken: “Wat is dat?” En dan ontwikkelen ze geleidelijk het besef dat ze geen onafhankelijke schepper zijn, maar medeschepper omdat de energie die ze gebruiken om te scheppen van boven komt. Ze worden nieuwsgierig: “Wat is daarboven? Waar ben ik mee verbonden?”
Natuurlijk kunnen we zeggen dat medescheppers die alleen horizontaal met hun omgeving experimenteren, ook het vermogen ontwikkelen om met die omgeving om te gaan, maar ze blijven op het horizontale niveau. Ze breiden zich horizontaal uit, zouden we kunnen zeggen, maar niet verticaal. De medescheppers die de verbinding beginnen uit te breiden, breiden zich zowel horizontaal als verticaal uit, wat natuurlijk het ideale scenario is.
Vanwege de dichtheid van deze sfeer is er verordend dat het noodzakelijk is dat een initiator na verloop van tijd de levensstromen benadert die zich alleen horizontaal uitbreiden en alleen maar demonstreert dat er ook een verticale verbinding mogelijk is. Sommigen zullen hiervan gebruikmaken, anderen zullen zeggen: “Ik ben nog niet klaar met het onderzoeken van de mogelijkheden voor wat je horizontaal kunt doen, laat me met rust.”
De levensstromen die zich verticaal beginnen uit te breiden, zullen we meteen gaan begeleiden en helpen om op hogere niveaus te komen. Met andere woorden, er zit zoals met alles een Alpha- en een Omega-aspect aan de uitbreiding van je zelfbewustzijn. De Omega is dat je horizontaal groeit door je omgeving beter te leren begrijpen. De Alpha is dat je ook verticaal groeit door te onderzoeken wie je bent en waar je vandaan komt. We kunnen zeggen dat je bij horizontaal iets onderzoeken, onderzoekt hoe dingen werken, maar niet wat ze zijn of waarom ze zo zijn. Bij verticaal onderzoeken onderzoek je onder andere waarom dingen zo ontworpen zijn: “Waarom werkt mijn omgeving op deze manier?”
Je identificeren met je conceptuele geest
De levensstromen die zich richten op horizontale expansie, raken steeds bedrevener in het gebruik van hun conceptuele geest om hun omgeving te veranderen en ze ervaren dat de omgeving zeer vloeibaar is. Binnen zeer ruime grenzen kunnen ze hun omgeving veranderen en elke ervaring krijgen die ze willen.
Maar dit blijft het proces: je vormt een beeld met je conceptuele geest, je projecteert het naar buiten en vervolgens ervaar je wat er terugkomt. Naarmate je meer ervaring krijgt met dit proces, leef jij je daar ook steeds meer in in. Het is niet zo dat je in je kleine bewustzijnscentrum zit en een beeld vormt met je conceptuele geest dat je als iets anders ziet dan jezelf, en vervolgens projecteert op de omgeving. Nee, je begint te leven in het beeld dat je vormt. Je voelt echt dat je het beeld bent, dat je het beeld wordt. Je kunt het opnieuw vergelijken met een filmprojector. Er is een witte lamp, dat is de Bewuste Jij. Er is een filmstrook, dat is je conceptuele geest en er is een filmscherm, dat is je omgeving. Als je de verticale verbinding niet legt, als je de verticale verbinding niet tot stand brengt, zal jouw Bewuste Jij zichzelf steeds meer in het medescheppende proces gaan inleven en vergeten dat er een verbinding is en zich identificeren met je conceptuele geest. Hij zal letterlijk gaan geloven dat hij de beelden is die door je conceptuele geest zijn gevormd. Het is bijna alsof de gloeilamp in de filmprojector begint te denken dat hij de filmstrook is.
Evalueren met neutrale gedachten versus evalueren met je conceptuele geest
Dit betekent dat de levensstromen zullen vergeten dat ze meer zijn dan de conceptuele gedachten en na verloop van tijd kunnen ze gaan vergeten dat ze moeten evalueren wat er terugkomt met hun logische, rationele gedachten. En wat er terugkomt, kunnen ze gaan evalueren met hun conceptuele geest. Dit brengt hen in de dualiteit en gescheidenheid.
Voordat ze dit doen, is het wederom verordend dat een initiator aan hen verschijnt die probeert uit te leggen hoe hun conceptuele geest werkt. Sommigen zullen hiernaar luisteren en blijven experimenteren met hun conceptuele geest, maar ze zullen zich er niet mee identificeren. Ze zullen er weer uit kunnen stappen. Maar zoals we hebben uitgelegd, zijn er anderen die ervoor kiezen zich van de leraar af te scheiden en die tot gescheidenheid en dualiteit vervallen. Ze maken deze keuze niet bewust omdat ze niet goed begrijpen wat er aan de hand is. Ze glijden er geleidelijk in.
De reden waarom het voor jullie als studenten van geascendeerde meesters die dicht bij het zesennegentigste niveau zijn, belangrijk is om dit te begrijpen is dat jullie de uitdaging die jullie op het zesennegentigste niveau te wachten staat, beter kunnen doorgronden.
Op een onnatuurlijke planeet zoals de aarde moet zelfs een avatar die zoals ik al heb gezegd, niet verdwaald raakt in de conceptuele geest, maar zelfs een avatar moet, om hier te kunnen incarneren, afdalen naar het achtenveertigste niveau, en dat is erg dicht op een planeet als de aarde. Je moet begrijpen, dat het belangrijkste kenmerk van de dualiteit is dat wezens die in de dualiteit en gescheidenheid zijn in plaats van hun conceptuele gedachten te gebruiken om een beeld te vormen, dat op de omgeving te projecteren en vervolgens met je rationele gedachten te evalueren wat er terugkomt, een beeld met hun conceptuele gedachten hebben gevormd van wat er terug moet komen. Begrijp je? Er zit een laag tussen jou en wat er terugkomt.
Oorspronkelijk vorm je een beeld in je conceptuele geest. Je zendt het uit. Maar je ervaart meteen wat er terugkomt en kunt daarom neutraal beoordelen met je rationele geest: “Wil ik hier meer van? Wil ik meer dan dit?” Maar wanneer je in de dualiteit bent, vorm je een ander mentaal beeld – niet van wat je uitstraalt, maar van wat er terug zou moeten komen. In plaats van alleen maar te observeren wat er terugkomt, wil je veranderen wat er terugkomt. Begrijp je? En dit kan ervoor zorgen dat mensen heel lang in de dualiteit ronddwalen. Dit maakt het ook voor mensen erg moeilijk om terug te keren.
Denk eens na over dit verschil. Je vormt een mentaal beeld. Je projecteert het op de kosmische spiegel. Er wordt iets naar je gereflecteerd, maar je observeert het slechts neutraal omdat het je bedoeling is dat je iets leert: “Hoe werkt mijn omgeving?” Je hebt geen oordeel over hoe je omgeving zou moeten werken. Je bent gewoon aan het onderzoeken: “Wanneer ik dit uitzend, krijg ik dit terug. Wanneer ik dat uitzend, krijg ik dat terug.” Je leert geleidelijk hoe je terugkrijgt wat je wilt door te veranderen wat je uitzendt. En dat is natuurlijk het hele medescheppende proces.
Dit proces gaat in feite helemaal door de geascendeerde sferen heen tot aan het niveau van de Schepper toe. Je stijgt geleidelijk naar hetzelfde bewustzijnsniveau als onze Schepper door gewoon iets uit te zenden, te kijken wat er terugkomt, aan te passen wat je uitzendt, je zelfbewustzijn bij te stellen, en op die manier word jij je steeds bewuster van hoe de wereld door onze Schepper is ontworpen en waarom die zo is ontworpen. En zo doe jij natuurlijk de ervaring op die je in staat stelt om een Schepper te worden, een wereld te scheppen die zichzelf niet vernietigt. Maar in de dualiteit probeer je niet alleen te achterhalen hoe de omgeving werkt. Je projecteert ook een beeld van hoe het zou moeten werken.
De belangrijkste uitdaging voor medescheppers
Degenen onder jullie die bereid zijn hierover na te denken – en ik zeg niet dat jullie het meteen moeten begrijpen – maar als je de tijd wilt nemen om hierover na te denken, dan kun je begrijpen waarom de dualiteit zo subtiel is. Want wat doe je eigenlijk met een conceptuele geest? Je vormt een beeld in je gedachten van de omstandigheden die je wilt scheppen en je ervaart dat je omgeving de vorm aanneemt die je erop projecteert.
Naarmate je steeds beter in staat bent om precies datgene terug te krijgen wat je projecteert, kun jij je al snel afvragen: “Kan ik alles terugkrijgen wat ik wil? Wat zijn de grenzen aan de mate waarin ik mijn omgeving kan laten overeenkomen met mijn mentale beeld?” De belangrijkste uitdaging voor medescheppers is namelijk of je blijft onderzoeken hoe je omgeving daadwerkelijk werkt of dat je geleidelijk, heel subtiel, afglijdt naar de gedachte dat jij in gedachten kunt bepalen hoe je omgeving moet werken? Dit is echt de belangrijkste uitdaging in onze wereld van vorm. En het is een zeer subtiele uitdaging, zoals ik al zei, omdat je omgeving heel vloeibaar en flexibel is en je bijna alles kan teruggeven wat je wilt. Op een heel subtiele manier ga je geloven dat je doorhebt hoe je omgeving werkt en daardoor kun je verdwalen in je eigen medeschepping omdat je begint te geloven dat je het allerhoogste niveau van bekwaamheid als medeschepper hebt bereikt, maar dat betekent dat je twee beelden opbouwt met je conceptuele geest.
Je bouwt een beeld op dat je op de buitenwereld projecteert. Maar zoals ik al zei, in plaats van gewoon te ervaren wat terugkomt, heb je een ander beeld gevormd van wat er terug moet komen, en het beeld van wat er terug moet komen, kleurt wat er echt terugkomt. Er komen natuurlijk nog steeds dingen terug uit de kosmische spiegel, maar je bekijkt het niet meer neutraal. Je legt een ander beeld over wat er terugkomt. Dan kom je vast te zitten in dubbele beelden, want wanneer iets wat terugkomt, gekleurd wordt door een beeld in je gedachten, lijkt het je overtuiging te bevestigen dat jij weet hoe je omgeving werkt. Waarom zou jij je moeten aanpassen? Waarom moet jij je zelfgevoel veranderen? En waarom heb je iets van buiten je gedachten nodig, zoals een initiator, om je huidige zelfgevoel te transcenderen? Je begint te geloven dat je een zelfgevoel hebt bereikt dat meester over het universum is. Je hebt geen horizontale feedback uit de omgeving nodig. Je hebt geen verticale verbinding nodig met de hiërarchie van geascendeerde wezens of je IK BEN Aanwezigheid. Wanneer de Bewuste Jij zich identificeert met je conceptuele geest, begin je te geloven dat jij dat bent.
Het zichzelf bevestigende systeem van de dualistische geest
Wanneer een sfeer geleidelijk het punt van ascensie nadert, kunnen er, zoals in de vierde sfeer is gebeurd, bepaalde planetaire eenheden zijn waarin een groep wezens zich heeft laten meeslepen door zelfbedrog en ze geloven dat zij meester zijn over hun universum, meester over hun wereld, en dat zij weten hoe de hele wereld moet werken. Dat is het moment waarop het noodzakelijk kan worden dat de geascendeerde meesters verschijnen en aantonen dat er meer te weten valt over hoe de wereld werkt dan deze wezens geloven of met hun gedachten projecteren. Wij moeten verschijnen om hen de mogelijkheid te bieden om een andere keuze te maken. Dat is het moment waarop sommige levensstromen in de vierde sfeer ons, onze verschijning, afwezen en besloten in de gemoedstoestand te blijven waarin zij zich meester over het universum voelden. Vervolgens vielen ze naar de vijfde sfeer, enzovoort. Ik probeer jullie te helpen snappen dat er een groter inzicht is dan we eerder hebben gegeven van de conceptuele gedachten en het risico dat daaraan verbonden is. Je raakt er namelijk van overtuigd dat jouw beeld van hoe de wereld zou moeten werken zo accuraat is dat je geen horizontale of verticale feedback nodig hebt omdat je denkt dat de feedback die door je mentale beeld filtert, voldoende is.
Er is een Alpha-mentaal beeld, namelijk dat wat je projecteert op de buitenwereld, maar er is ook een Omega-mentaal beeld dat filtert wat terugkomt. En daarom zit je vast. Je geest is, zoals we hebben gezegd, een zichzelf bevestigend systeem geworden. Let wel, er komt horizontale feedback terug die laat zien dat je niet helemaal begrijpt hoe je omgeving werkt. En dat is, zoals we hebben gezegd, wanneer je in de dualiteit komt omdat je onderworpen wordt aan de tweede wet van de thermodynamica, waardoor dingen in je omgeving beginnen af te brokkelen. Je krijgt niet precies terug wat je wilde terugkrijgen.
Plausibele aannemelijkheid en plausibele ontkenning
Er zijn signalen op horizontaal niveau, signalen dat je niet volledig begrijpt hoe je omgeving werkt. Maar als je weigert je gevoel dat jij je omgeving beheerst bij te stellen en als je weigert het Alpha-beeld dat je projecteert en het Omega-beeld dat filtert wat terugkomt aan te passen, dan zul je die signalen negeren. In plaats daarvan zul je, wanneer je een verstoring in je omgeving ervaart, het Alpha-gedeelte van je mentale beeld aanpassen om dit te verklaren. Je zult het op een of andere manier verklaren, zodat het lijkt dat jij je gevoel dat je meester bent over het universum niet hoeft te wijzigen. Begrijp je? Daar hebben we op gewezen; in de dualiteit, in het dualiteitsbewustzijn, kun je alles rechtvaardigen, kun je alles verklaren, kun je een aannemelijke verklaring vinden waarom het universum niet werkt zoals jij denkt. Je kunt ook een plausibele ontkenning hebben, zodat je kunt zeggen dat jij, hoewel wat terugkomt niet is wat je verwachtte, het gevoel dat jij weet hoe het universum werkt niet hoeft bij te stellen.
De limieten aan horizontale expansie
Daar is een reden voor. Zodra je zo begint te denken, zit je vast in je conceptuele gedachten; je gelooft en ervaart in feite dat je conceptuele gedachten alles kunnen verklaren. Maar oorspronkelijk is de conceptuele geest slechts een instrument om te onderzoeken hoe je omgeving werkt en deze interactie tussen projecteren op de buitenwereld en evalueren wat er terugkomt, zorgt ervoor dat jij je zelfgevoel verticaal uitbreidt. De mensen die het verticale contact kwijt zijn, ervaren nog wel dat ze hun zelfgevoel uitbreiden, maar dat is horizontaal. Ze worden misleid omdat ze op een punt komen waarop ze denken dat ze hun zelfgevoel zover mogelijk horizontaal hebben uitgebreid. En in zekere zin klopt dat.
Laat ik proberen dit visueel te illustreren. Neem de aarde als voorbeeld. De aarde heeft een beperkte fysieke omvang. Je kunt zeggen dat er een wezen is dat begint op één specifieke plek op aarde. Geleidelijk begint hij vanaf die plek te reizen en het aardoppervlak te verkennen. Na lange tijd voelt het alsof: “Ik ben overal geweest, ik heb elk hoekje en gaatje onderzocht, ik ben de aarde meester.” En het wezen heeft zijn zelfbewustzijn zo ver mogelijk uitgebreid binnen zijn omgeving. Hij heeft alles verkend wat hij kan zien en beheerst alles wat hij horizontaal kan waarnemen. Maar als hij bereid was geweest om zijn verticale verbinding uit te breiden, dan zou hij zijn zelfgevoel hebben verhoogd, zodat hij zou kunnen zien dat er voorbij de horizon die hij horizontaal ziet, nog meer te ontdekken valt.
Het lijkt op een uitkijktoren in het bos. Op de onderste verdiepingen kun je de boomstammen zien, maar pas als je naar de top gaat, kun je over het bos uitkijken. Zelfs de gevallen wezens hebben hun zelfgevoel alleen maar horizontaal uitgebreid en geloven dat ze het hele bos kennen, maar ze kunnen er niet overheen kijken.
Het op zichzelf gerichte zelf
Waarom is het voor jou zo belangrijk om deze dynamiek te begrijpen als je het zesennegentigste niveau nadert? Omdat je op aarde bent geïncarneerd en beneden het achtenveertigste niveau bent gegaan om te experimenteren met het dualiteitsbewustzijn zoals zich dat momenteel op aarde openbaart. Inmiddels heb jij de richting omgekeerd en ben je weer omhoog geklommen, boven het achtenveertigste niveau uit. Je hebt het spirituele pad gevolgd, of je nu leringen van geascendeerde meesters volgde of op andere manieren, maar je bent steeds dichter bij het zesennegentigste niveau gekomen. Zoals we hebben gezegd, zijn de meesten van jullie hier in vorige levens al mee begonnen omdat jullie toen al andere spirituele leringen hebben gevolgd. Maar nu je leringen van geascendeerde meesters hebt gevonden, ben je al dicht bij het zesennegentigste niveau, en zoals we hebben gezegd, heb je nog het laatste op zichzelf gerichte zelf dat je moet loslaten om verder te kunnen naar het rijk van persoonlijk Christusschap.
Wat is dat op zichzelf gerichte zelf? Dat is de overtuiging dat je conceptuele gedachten kunnen bepalen hoe het universum werkt. Begrijp je wat ik je nu probeer te vertellen? Je conceptuele gedachten zijn geen gedachten die je helpen om iets te begrijpen en te verklaren. De conceptuele gedachten vormen gewoon een beeld. Je projecteert dat beeld op de buitenwereld en daarna komt er iets terug. Je beoordeelt dat niet met je conceptuele gedachten. Je evalueert dat met je logische, rationele gedachten. Wanneer je echter gevangen raakt in de dualiteit, gebruik je misschien nog steeds je rationele gedachten, maar die zijn nu ondergeschikt aan je conceptuele geest. Die stellen de beelden van je conceptuele geest, die jij in je omgeving meester bent, niet ter discussie. Wanneer jij je op het achtenveertigste niveau bevindt, identificeer jij je nog steeds sterk met je conceptuele gedachten, maar je maakt weer contact met het besef dat er iets is wat verder reikt dan het horizontale niveau. Met andere woorden, je bent aan het verschuiven; je identificeert je niet meer volledig met het conceptuele denken. Je ontdekt weer dat er iets is wat verder reikt dan je eigen gedachten en je besluit te onderzoeken wat dat is. Maar op het achtenveertigste niveau zul jij je conceptuele geest gebruiken om een beeld te projecteren op dat proces, het spirituele pad: “Wat betekent het? Hoe doe je dat? Waar leidt het toe? Wat is het einddoel?”
Je ziet dat het spirituele pad op het achtenveertigste niveau bijna volledig wordt gekleurd door je conceptuele geest. We kunnen ook zeggen dat je eigenlijk het pad niet ziet, maar je eigen concept van een pad. Je hebt misschien wel een waardevolle spirituele leer gevonden die je iets vertelt over het spirituele pad, maar wat je opneemt, wordt nog steeds gekleurd door je conceptuele geest. Daarom hebben we gezegd dat je een spiritueel zelfgevoel opbouwt als je van het achtenveertigste naar het zesennegentigste niveau stijgt, maar dat zelfgevoel wordt wel opgebouwd binnen het algemene kader waarbinnen je denkt dat je alles al weet, dat je weet hoe je omgeving zou moeten functioneren. Dat zelf, dat op zichzelf gerichte zelf, of je ego, of hoe je het ook wilt noemen, dat zelf denkt dat hij uiteindelijk toch wel door die spirituele meesters bevestigd zal worden hoewel er misschien spirituele meesters zijn die meer weten dan hij. Met andere woorden, je gaat niet van het achtenveertigste naar het zesennegentigste niveau om het op zichzelf gerichte zelf te overwinnen. Je bewandelt dat pad om dat zelf te laten bevestigen, en dat zelf denkt dat hij op een bepaald niveau van het spirituele pad die bevestiging krijgt. Naarmate jij je bewustzijn verder verhoogt, misschien wel tot het zesennegentigste niveau, denk jij, als je student bent van de geascendeerde meesters, dat de meesters zullen verschijnen en jouw zelf, je conceptuele zelf, zullen bevestigen.
Vastlopen in de onderdompelervaring
Ik wil hier nog een laag aan toevoegen. Ik weet dat het al complex is, maar ik wil er nog een laag aan toevoegen. De Bewuste Jij, wat is de Bewuste Jij? Zoals we hebben gezegd, is hij puur gewaarzijn. Daarom kan hij afdalen naar een niet-geascendeerde sfeer en die sfeer van binnenuit ervaren omdat hij zich als zuiver gewaarzijn aan vrijwel elke omgeving kan aanpassen. Maar de belangrijkste uitdaging voor de Bewuste Jij is of hij zich kan aanpassen aan elke omgeving of dat hij zich er in bepaalde mate van bewust blijft dat hij ergens anders vandaan komt dan zijn omgeving? En we hebben het erover gehad dat je in de reality simulator twee ervaringen kunt hebben: je onderdompelen en ontwaken.
Je ziet dat het gewoon een onderdeel is van de groei van een levensstroom, dat jij je onderdompelt in je omgeving en er volledig in opgaat. Dat is een onderdeel van de ervaring als medeschepper. Maar de vraag is hoe de Bewuste Jij, wanneer hij volledig is ondergedompeld in zijn omgeving en zich volledig identificeert met het concept van zichzelf, er dan weer uit kan komen? De Bewuste Jij is zuiver gewaarzijn, snap je? Wanneer hij afdaalt naar een niet-geascendeerde sfeer, is het de bedoeling dat hij experimenteert, maar hoe experimenteert hij dan? Ik heb gezegd dat je een mentaal beeld creëert, dat je het projecteert op de buitenwereld, ja, maar we hebben ook gezegd dat je ook het beeld wordt dat je projecteert. Om als mens op aarde te kunnen handelen moet je jezelf beschouwen als een mens dat een fysiek lichaam kan besturen en doen wat een fysiek lichaam kan doen.
Het is de bedoeling dat de Bewuste Jij door een fase heengaat waarin hij vergeet dat hij zuiver gewaarzijn is. Hij vormt een identiteit met de conceptuele geest en dompelt zich vervolgens onder in die identiteit totdat hij denkt: “Dit ben ik.” Hij ervaart: “Ik ben dit.” Hij ervaart zichzelf niet als zuiver gewaarzijn, maar als het zelf dat hij met zijn conceptuele geest heeft geschapen. Wanneer je daarin ondergedompeld bent, realiseert de Bewuste Jij zich natuurlijk niet dat hij dat zelfgevoel zelf heeft geschapen. Hij denkt: “Dit ben ik.” Hij realiseert zich niet: “Dit gevoel van wie ik ben, wat voor wezen ik ben, heb ik met een conceptueel denkend brein geschapen en ik kan het veranderen.” Daarom is het in deze fase van de groei van een medeschepper, zoals ik al zei, gemakkelijk om verdwaald te raken in je zelfgevoel, en is het gemakkelijk om daar heel lang in te blijven hangen. Naarmate de sferen dichter worden, neemt het risico toe dat wezens daarin vast komen te zitten. Daarom is er behoefte aan een initiator die hen op zijn minst kan laten zien dat er een uitweg uit de onderdompeling is; dat er een manier is om te ontwaken.
De beelden van het conceptuele zelf
Nu, terug naar jou als student van geascendeerde meesters: je klimt naar het zesennegentigste niveau, maar je identificeert je nog steeds met dat kernzelf dat heel erg op zichzelf gericht is en heel erg gefocust op het gevoel dat hij meester is over zijn omgeving; dat hij weet hoe de wereld werkt. We hebben gezegd dat je denkt dat je projecteert hoe de wereld moet werken, maar je ziet het niet zo, je denkt dat je weet hoe de wereld werkelijk werkt. Maar wat heb ik uitgelegd?
Je kunt horizontaal een bepaald meesterschap over je omgeving verwerven en denken dat je het allerhoogste meesterschap hebt en in zekere zin is dat ook zo, maar omdat de sferen na elkaar zijn geschapen, bestaat er natuurlijk een hoger niveau van meesterschap dan welk meesterschap ook dat je in een niet-geascendeerde sfeer zou kunnen bereiken. Zelfs als je horizontaal meesterschap hebt, bestaat er een hoger niveau van meesterschap, en dat is wat je begint te vermoeden wanneer je een spiritueel pad vindt en besluit het te bewandelen. Maar de manier waarop je het pad ziet, de manier waarop je het einddoel ziet, wordt gekleurd door het zelf dat je zonder het je te realiseren met je conceptuele geest hebt geschapen.
Je ziet opnieuw hoe subtiel dit is. Ik probeer het vanuit een ander perspectief uit te leggen. Je conceptuele geest stelt je in staat om een beeld te vormen dat je projecteert op je omgeving en je omgeving neemt de vorm van het beeld aan. “Wow,” zeg je, “ik kan alles maken wat ik me kan voorstellen”, maar het is de bedoeling dat je met je rationele geest evalueert wat terugkomt. Op een gegeven moment begin je echter te denken dat je niet hoeft te evalueren omdat je gewoon een ander beeld kunt vormen dat filtert wat terugkomt. Op die manier kom je geleidelijk in een gemoedstoestand waarin je gelooft dat jij de controle hebt en vergeet je in wezen dat je gevoel van wie je bent, slechts door je conceptuele geest is gevormd. Dit ben je niet echt, want in werkelijkheid ben je die wereldlijke persoonlijkheid niet, je bent dit zelf niet, je bent de Bewuste Jij die zuiver gewaarzijn is, maar ook een verlengstuk van de IK BEN Aanwezigheid. En je bent niet alleen een verlengstuk van je IK BEN Aanwezigheid, je bent de IK BEN Aanwezigheid en daarom is de wil van de IK BEN Aanwezigheid jouw eigen hogere wil. Maar wanneer je een conceptueel zelf hebt geschapen, en wanneer jij in dat zelf bent, denk je dat je iets anders bent dan je IK BEN Aanwezigheid. Je hebt misschien wel eens gehoord van het concept IK BEN Aanwezigheid, maar je denkt dat het een extern wezen is met een andere wil dan jij, die zijn wil aan jou wil opleggen.
En zo ziet het er inderdaad uit vanuit dat zelf: Je IK BEN Aanwezigheid is extern, je geascendeerde meesters zijn extern; wij proberen je tot iets te dwingen. Je IK BEN Aanwezigheid probeert je te dwingen het zelfgevoel dat je hebt te transcenderen omdat je IK BEN Aanwezigheid genoeg heeft van die ervaring en tegen de Bewuste Jij zegt: “Laten we hogerop gaan, laten we hogerop gaan.” Maar het conceptuele zelf zegt: “O nee, waarom zou ik hoger gaan, ik ben de meester van het universum.” Maar dan komt er een moment waarop je genoeg hebt van die ervaring, zelfs de Bewuste Jij heeft er genoeg van en dan begin je het spirituele pad te bewandelen. Maar nogmaals, zoals ik al meerdere keren heb gezegd, het zelf dat denkt dat hij alles in zijn macht heeft, zal je kijk op het spirituele pad beïnvloeden en voor dat zelf zal het lijken alsof het bewandelen van het spirituele pad betekent dat je naar bevestiging van het zelf zoekt op een hoger niveau.
Het zelf voelt al dat hij horizontaal is bevestigd omdat hij weet hoe de wereld werkt, althans op dat niveau. Maar nu denkt hij: “O, misschien is er een hoger niveau van bevestiging. Ik heb de Nobelprijs al, maar misschien kan ik nog een hogere prijs winnen.” En dan wordt het doel van dit zelf dat hij alleen het spirituele pad bewandelt om te zoeken naar een hogere bevestiging. En als je dit niet begrijpt, kun je, zoals we bij sommige studenten zien, tot het vijfennegentigste niveau klimmen en denken: “O, de meesters zullen nu verschijnen, de poorten van de hemel openen, mij eren en het gevoel bevestigen dat ik gelijk heb.”
Het gevoel van schrik op het zesennegentigste niveau
In plaats daarvan gebeurt er iets wat je gevoel dat je alles onder controle hebt, onderuithaalt. Vaak gebeurt dit door andere mensen die je iets proberen te vertellen of die gewoon weigeren je te gehoorzamen. Maar het kan ook gebeuren dat je in een spirituele lering plotseling iets leest wat je aan het schrikken maakt of dat je Bewuste Jij uit je dagelijkse geest stapt en de geascendeerde meesters ervaart. Dit vecht de identificatie van de Bewuste Jij met het conceptuele zelf aan. Als je er nooit over hebt nagedacht dat dit zelf slechts tijdelijk bestaat en als je niet hebt begrepen dat je op het zesennegentigste niveau dat zelf moet opgeven om Christusschap te manifesteren, dan kan dit een heel grote schrik zijn voor de Bewuste Jij.
Dan kun jij je conceptuele geest gaan gebruiken om allerlei beelden te projecteren waarom jouw geconceptualiseerde zelf uiteindelijk gelijk heeft; waarom de andere mensen geen gelijk hebben; waarom ze geen recht hebben om jou uit te dagen. Of je kunt projecteren: “Ach, die boodschapper was een tijdje een goede boodschapper, maar nu hij iets heeft gezegd wat mijn gevoel dat ik gelijk had, aanvecht; hij heeft het niet meer. Hij werkt niet meer samen met de echte meesters, want de echte meesters zouden nooit iets zeggen wat mijn gevoel tegenspreekt dat ik een gevorderde spirituele student ben en dat ik alles doorheb.”
Met andere woorden, het conceptuele zelf had het beeld: “Ik bewandel het pad dat is uitgestippeld door de geascendeerde meesters en wanneer ik op een bepaald niveau kom, zullen de meesters mij, mijn zelfgevoel, het geconceptualiseerde zelf, bevestigen.” De meesters zullen in werkelijkheid zeggen: “O, dit was geen geconceptualiseerd zelf, dit is een echt zelf. Je bent werkelijk een geavanceerd wezen.”
Op het vijfennegentigste niveau wordt die overtuiging op een of andere manier abrupt uitgedaagd en de vraag is dan of de Bewuste Jij zijn het beeld van het spirituele pad dat je met dat zelf hebt opgebouwd, willen onderzoeken. Ben je bereid om te beseffen dat je iets niet begrepen hebt over het spirituele pad omdat het zelf dat niet kon bevatten? We hebben jullie zelfs voorbereid in de cursus over zelfmeesterschap, te beginnen op het achtenveertigste niveau, maar in feite ook in al onze leringen in deze dispensatie hebben we jullie voorbereid op die initiatie op het zesennegentigste niveau, zodat het geen schok voor je zal zijn. Helaas hebben we ook gezien, al was het niet iets wat ons echt verbaasde, dat er mensen waren die het niet helemaal begrepen ondanks al deze voorbereidingen. Ze begrepen niet dat het noodzakelijk was om het zelf los te laten. Ze dachten dat ze hem op een of andere manier konden transformeren.
Je beeld van het spirituele pad onderzoeken
We hopen met deze lessen over medescheppen dat je ongeacht je bewustzijnsniveau wanneer je deze lessen tegenkomt, een verschuiving kunt maken waardoor je bewust beslist om je beeld van het spirituele pad te onderzoeken. Je wilt weten of er meer achter zit. Een van de manieren om deze verschuiving te maken is met je rationele verstand begrijpen wat ik jullie heb verteld over je conceptuele geest.
Jij kunt bewust een verschuiving maken; de Bewuste Jij kan bewust een verschuiving maken. Je kunt het je realiseren, je kunt eerst begrijpen wat de conceptuele geest is en wat zijn oorspronkelijke rol is. Je kunt hierover redeneren met je rationele verstand – zoals Jezus zei: “Laten we samen redeneren” – en daardoor kan de Bewuste Jij de focus verleggen van de conceptuele geest naar de rationele geest. En de verschuiving die je kunt maken is deze: Ik zei oorspronkelijk dat je een beeld vormt met je conceptuele geest, je zendt dat naar je omgeving. Wanneer het terugkomt, evalueer je het met je rationele gedachten omdat je probeert te onderzoeken hoe je omgeving echt werkt. Je kunt diezelfde benadering toepassen op het spirituele pad. Op welk niveau jij je ook bevindt wanneer je deze leer ontdekt, je kunt zeggen: “Ik zie logisch en rationeel dat het spirituele pad verschilt van horizontaal medescheppen omdat het spirituele pad draait om mezelf, mijn zelfgevoel, mijn bewustzijnsniveau te verhogen. Het gaat niet om horizontaal meesterschap, maar om mezelf verheffen. Ik zal het volgende doen: Accepteren dat mijn conceptuele zelf een bepaald beeld heeft van het spirituele pad, maar ik zal mijn rationele geest gebruiken om de leringen van de geascendeerde meesters te bestuderen en die te vergelijken met het conceptuele beeld van het pad. Komt mijn conceptuele beeld overeen met wat de meesters zeggen?”
De verschuiving die je maakt, is dat je zegt: “Het spirituele pad is een experimenteel proces net zoals horizontaal medescheppen. Het is gewoon een andere richting, maar mijn conceptuele geest mag een beeld projecteren van waar het pad over gaat en vervolgens gebruik ik mijn rationele gedachten om de leringen te bestuderen die van boven, van de geascendeerde meesters, komen. Daarna beoordeel ik of datgene wat mijn conceptuele geest projecteert, overeenkomt met wat er van de meesters terugkomt? Zo niet, dan moet ik mijn beeld van het spirituele pad bijstellen.” Je kunt hiermee op elk niveau beginnen, zelfs op het vierennegentigste of vijfennegentigste niveau. Je kunt de verschuiving maken en zeggen: “Projecteer ik een beeld van de meesters dat me ervan weerhoudt om te horen wat de meesters werkelijk zeggen?” en vervolgens kun je met je rationele gedachten evalueren: “Wat zeggen de meesters eigenlijk?” En dan kun je de schrik voorkomen als je bij de laatste initiatie op het zesennegentigste niveau komt en ertegen in opstand komt. Je kunt voorkomen dat je met je conceptuele geest blijft projecteren waar het spirituele pad over gaat.
Wat is Christusschap?
We kunnen dit ook anders formuleren. Wat is Christusschap? Wat is persoonlijk Christusschap? Wanneer ga je over de grens heen dat je voorheen niet de Christus was, de Levende geïncarneerde Christus, en daarna wel? Je hebt misschien nog niet volledig het niveau van Christusschap bereikt, maar je bent de grens wel overgegaan. Je bent boven het zesennegentigste niveau uitgekomen; je bent geslaagd voor die initiatie. Wat is het verschil? Dat de Levende Christus het conceptuele zelf heeft opgegeven, hem heeft laten sterven. “Wie zijn leven probeert te redden, zal het verliezen. Wie bereid is zijn leven om mijnentwil te verliezen, zal het vinden.” Als je het conceptuele zelf los wilt laten, zul je het ware zelf van de Christusgeest vinden. Dit is een absolute scheidslijn. Die is binair. Je bent óf de Christus óf je bent de Christus niet. Je hebt óf dat gescheiden zelf, dat op zichzelf gerichte zelf, dat conceptuele zelf, losgelaten, óf je probeert nog steeds het universum, het spirituele pad en de geascendeerde meesters eraan te laten conformeren.
Je hebt óf je ego losgelaten en ervaart de geascendeerde meesters zoals wij zijn, óf je hebt je ego niet losgelaten en projecteert nog steeds een beeld op ons van hoe wij zouden moeten zijn zodat wij het gevoel dat jij gelijk hebt, kunnen bevestigen. Het is in wezen een vraag: “Wil je de ervaring blijven houden dat je horizontaal gelijk hebt of wil je gelijk met ons hebben omdat je met ons in contact wilt komen zoals wij zijn?” Zoals we gedurende deze conferentie al hebben gezegd, is het onvermijdelijk dat je op de lagere niveaus van het pad een beeld hebt van wie wij zijn. Maar je kunt niet met ons medescheppen als je dat beeld houdt.
Medescheppen is een interactief proces
Je kunt alleen met ons medescheppen als je met ons verbonden bent en ons ziet zoals we zijn in plaats van zoals jij wilt dat we zijn. Want nogmaals, zoals ik al heb gezegd: je vormt een beeld met je conceptuele gedachten, je projecteert dit ergens op en je ervaart direct wat terugkomt. Wanneer je echter een extra laag, het conceptuele zelf vormt, ervaar je niet meteen wat er terugkomt omdat het beeld niet gebaseerd is op wat je wilt dat er terugkomt, maar op een idee van wat er zou moeten terugkomen.
Wanneer je een beeld van ons hebt, kun je ons niet bereiken omdat het beeld afstand creëert en je kunt die afstand niet overbruggen. Wij kunnen die afstand natuurlijk ook niet overbruggen omdat dit je vrije wil zou schenden. Medescheppen betekent dat je contact met ons moet hebben zoals we zijn, hoe kun je anders met ons medescheppen? Medescheppen betekent, in tegenstelling tot wat het geconceptualiseerde zelf wil geloven, niet dat je perfect bent. Wanneer je over de grens op het zesennegentigste niveau heen gaat, betekent dit niet dat jij perfect bent, dat Christus perfect is, zoals veel mensen nog steeds willen geloven, zowel studenten van de geascendeerde meesters als christenen. Het blijft een proces. Medescheppen blijft een interactief proces. In wezen is het nog hetzelfde als oorspronkelijk: je vormt een beeld, je zendt het uit en ziet wat terugkomt. Het verschil is dat je niet alleen in gedachten een beeld vormt, je reikt dan ook naar ons, je maakt contact met ons en je ontvangt iets van ons, een beeld van ons. Je gebruikt vervolgens wat je van ons krijgt om een conceptueel beeld in je gedachten te vormen, maar dat beeld is niet gebaseerd op gescheidenheid, maar wel op de individualiteit van jouw IK BEN Aanwezigheid.
Het is niet zo dat je een slaaf bent en doorgeeft wat wij je geven, maar je begint met wat wij je geven, je individualiseert het, je projecteert het op de buitenwereld en vervolgens observeer je neutraal wat terugkomt. Wanneer je ervaart wat terugkomt, gebruik jij je rationele gedachten om te zeggen: “Moet ik aanpassingen maken op basis van wat er terugkomt?” En dan kijk je ook omhoog en zie je of je iets krijgt wat wij hebben aangepast. Het blijft een experimenteel proces. Je krijgt iets van ons, je individualiseert het, je projecteert het op de buitenwereld, je evalueert wat er terugkomt, maar je evalueert het nu vanuit twee standpunten, zowel je eigen gedachten als die van ons, zodat je een breder referentiekader hebt. Zo schep je mede met ons.
Heb je genoeg?
Nogmaals, als je dat zelf niet wilt opgeven, dan respecteer ik je vrije wil. Ik oordeel of veroordeel je op geen enkele manier. Ik ben al geruime tijd initiator. Ik heb miljoenen studenten op dit punt zien komen; die waren niet bereid het zelf los te laten en daalden daarom weer af, op zoek naar de allergrootste bevestiging. We kunnen zeggen dat je, terwijl je het pad bewandelt van het achtenveertigste naar het zesennegentigste niveau, op zoek bent naar bevestiging van het conceptuele zelf. Je realiseert je op een bepaald niveau, op het zesennegentigste niveau, dat dit nooit zal gebeuren. Je moet het zelf loslaten. Als je dat niet wilt, zeg je eigenlijk: “Oké, dus de geascendeerde meesters willen mij niet bevestigen. Dan ga ik de wereld in en zoek ik er zelf wel bevestiging voor.” In plaats van naar verticale bevestiging te zoeken, zoek je naar horizontale bevestiging en dat is volkomen toegestaan.
Het enige wat ik wil zeggen is: als je deze lering hebt opgenomen, dan heb je meer inzicht in de dynamiek dan ooit tevoren. Je kunt nog steeds afwijzen wat ik zeg. Wanneer je deze lange, moeizame weg van horizontale bevestiging hebt bewandeld tot je er genoeg van hebt en opnieuw begint te klimmen, kom dan niet op het zesennegentigste niveau naar me toe en zeg: “Maitreya, waarom heb je me niet gewaarschuwd? Waarom heb je me dit niet verteld?” Want ik heb het je wel verteld. Nogmaals, ik oordeel niet over je. Ik veroordeel je niet. Ik probeer je alleen een beetje te choqueren door je te laten beseffen dat als je nu afwijst wat ik zeg, dat komt omdat je het eerder ook al hebt afgewezen.
De vraag is hoe vaak je deze lange, moeizame weg wilt bewandelen van opklimmen naar het zesennegentigste niveau, de leraar afwijzen, de initiator afwijzen, de wereld intrekken op zoek naar bevestiging van gevallen wezens en mensen, daar uiteindelijk genoeg van krijgen en hier weer terugkomen? Hoe vaak wil je dat doen en de leraar afwijzen? Is het misschien tijd, of dit nu je eerste keer is op het zesennegentigste niveau of niet, is het misschien tijd om de Bewuste Jij uit dat conceptuele zelf te halen en te zeggen: “Ik heb er genoeg van, ik ben klaar met je, ga weg Satan, want ik geniet van de dingen die van God zijn en niet langer van de dingen die van mensen zijn.” Nogmaals, ik probeer geen beslissing te forceren, maar ik probeer je een helder inzicht te geven om je ervan bewust te worden wat die beslissing betekent, wat die inhoudt.
In de eerste plaats dat jij je ervan bewust wordt dat op het zesennegentigste niveau geen enkele mate van verworvenheid, begrip of een geavanceerd concept van spirituele leringen je zal helpen, want er is maar één ding dat je boven het zesennegentigste niveau brengt, en dat is de volledige overgave, de totale overgave van het zelf. Om net als Jezus, toen hij aan het kruis hing, de geest, dat laatste zelf, los te laten, het te laten sterven en te zeggen: “Wat er ook gebeurt.”
Ik ben zeer verheugd en dankbaar dat veel van jullie, zowel fysiek aanwezig als via de webinar, met mij deze verhandeling mede te scheppen. Het sprak bij aanvang van deze conferentie niet vanzelf dat ik deze lering zou kunnen geven, maar veel van jullie die deze leer al een tijdje volgen, hebben heel veel vooruitgang geboekt, zijn heel erg bereid geweest om naar jullie onderbewuste zelven, jullie oerzelf, te kijken, heel veel van jullie wilden dit proces aangaan en heel veel van jullie hebben vooruitgang geboekt, zodat ik een lering kon geven die werkelijk nog nooit eerder op aarde is gegeven. Ik zeg dit natuurlijk niet om jullie hoogmoedig te maken, maar om jullie te laten beseffen en te erkennen dat jullie als gemeenschap echt vooruitgang hebben geboekt en de bereidheid hebben getoond om het ware pad van initiaties onder de geascendeerde meesters en Maitreya te ontdekken. En daarvoor ben ik dankbaar en ik moedig jullie nogmaals aan om de ‘Oms’ te zeggen en te visualiseren dat de impact van deze boodschap op het collectieve bewustzijn zich als kringen in het water over de hele aarde verspreidt.
Laten we samen zeggen: OM OM OM.
Nogmaals, ik dank jullie, IK BEN Geascendeerde Meester Maitreya.