Je persoonlijke zelfgevoel op het spirituele pad

 

Vraag: Dit is een vraag voor Moeder Maria. Kun jij je vinden in het volgende en het verder toelichten? Bij The Summit Lighthouse hadden we leringen over de veertien staties van de kruisweg, evenals de vijftiende Rozenkrans, die jouw leringen waren over het mysterie van overgave. Het doorlopen van de veertien staties heeft zodoende te maken met recentere leringen over het opklimmen van het achtenveertigste naar het zesennegentigste bewustzijnsniveau. En vervolgens de vijftiende Rozenkrans om het zesennegentigste niveau te passeren. Strekt het opgeven van iemands Christusverworvenheden ten dienste van het geheel zich uit tot het hondervierenveertigste niveau? Kun je dit proces in het bijzonder verder toelichten om iemands persoonlijke zelfgevoel te behouden binnen je unieke zelf, binnen het grotere zelf op deze planeet?

Antwoord van Geascendeerde Meester Moeder Maria, 2025 – V.S.:

Bij The Summit Lighthouse waren we er vooral op gericht om mensen een brug te laten slaan tussen bijvoorbeeld de katholieke kerk en de leringen van de geascendeerde meesters. We gebruikten beeldspraak waarmee ze vertrouwd waren, niet alleen van de katholieke traditie, maar ook andere tradities zoals bijvoorbeeld de leringen van de boodschapper over de kabbala. We probeerden een brug te slaan zodat mensen overeenkomsten konden zien tussen het pad dat wij onderwijzen, het pad naar Christusschap, gebaseerd op het perspectief van de geascendeerde meesters en eerdere leringen, andere leringen. Daarom ik heb het beeld van de veertien staties gebruikt. Je ziet duidelijk dat de veertien staties van de kruisweg zich richten op de berechting en kruisiging van Jezus. Ze richten zich op veel leed. Je ziet dat dit door katholieken is gebruikt om het gevoel te hebben dat ook al bestond hun leven uit lijden, Christus ook leed, en daardoor kunnen ze zich met hem identificeren. Ze kunnen zich identificeren met het lijden van Christus.

En de rozenkransen, gebaseerd op de veertien staties, waren eigenlijk bedoeld om mensen te helpen om hun lijden te transcenderen en het pad naar Christusschap op te gaan, wat natuurlijk niet zo is. Zoals we onderwijzen vanuit het geascendeerde niveau, gaat het pad van Christusschap niet over het ontsnappen aan leed. Het gaat erom dat je de grotere vreugde voelt van het Christusbewustzijn, waarin je vrij bent van aardse zorgen, vrij van lijden. Je kunt dit vergelijken met de klim van het achtenveertigste naar het zesennegentigste niveau, maar niet op een heel lineaire manier. Met andere woorden, probeer de achtenveertig niveaus niet te delen door veertien en daarna te zeggen dat deze niveaus betrekking hebben op de eerste kruiswegstatie, enzovoort. Dat is te lineair. Je kunt wel zeggen dat het enigszins vergelijkbaar is, maar het hangt af van de achtergrond van mensen, want het proces van het achtenveertigste naar het zesennegentigste niveau is uiteraard onafhankelijk van elke culturele of religieuze achtergrond. Het zijn gewoon illusies die niet specifiek katholiek, joods, islamitisch of wat dan ook zijn.

Wat overgave betreft, hoef je niet op of nabij het zesennegentigste niveau te zijn om de rozenkrans voor overgave te gebruiken. Deze boodschapper heeft hem midden jaren ‘90 behoorlijk vaak gebruikt toen hij het zesennegentigste niveau nog niet had bereikt. Maar je mag die natuurlijk wel gebruiken, want je kunt je afvragen wat je in staat stelt om van het ene niveau op het volgende te komen. Je moet de illusie zien, het zelf zien. Je laat die zoals we nu zeggen, sterven, maar je zou net zo goed kunnen zeggen dat je hem opgeeft, loslaat. Bij elke stap op het pad geef je het zelf op dat je op dat niveau heeft gehouden of je in staat heeft gesteld om naar dat niveau af te dalen. Opgeven is altijd een essentieel aspect van het pad.

Wat betreft het behouden van een zelfgevoel, zowel in de rozenkrans voor overgave als in wat we tegenwoordig onderwijzen, is het opgeven van het zelf onderdeel van het bewandelen van het pad. Zoals we vandaag hebben uitgelegd, heb je op elk niveau van het pad een bepaald zelfgevoel dat je op dat niveau houdt of op dat niveau heeft gebracht, en dat je daar houdt. Pas wanneer je dat zelfgevoel opgeeft en in zekere zin herboren wordt met een hoger zelfgevoel, ben je bevrijd van dat niveau.

Maar we begrijpen, en ik zie dit bij veel mensen, dat er een zekere verwarring kan ontstaan wanneer je probeert een soort overeenkomst te vinden tussen de niveaus, de honderdvierenveertig niveaus en je dagelijkse leven. Er kan verwarring ontstaan omdat jij je afvraagt of je nog wel in je dagelijkse leven kunt functioneren als je het zelfgevoel dat je nu hebt, opgeeft. En de waarheid is dat het antwoord ja en nee is omdat je wel goed in je dagelijkse leven kunt functioneren, maar net niet meer zoals op het moment waarop je een bepaald zelfgevoel opgeeft. Het hangt ervan af over wat voor soort zelfgevoel we het hebben. Als je het zesennegentigste niveau nadert, verschuiven je prioriteiten en op het zesennegentigste niveau besluit je in feite dat het niet om jou als onafhankelijk zelf gaat. We hebben gezegd dat je, om van het achtenveertigste naar het zesennegentigste niveau te klimmen, een spiritueel zelf opbouwt dat je boven de neerwaartse kracht van het massabewustzijn brengt. Dit is een voertuig dat noodzakelijk is om daar te komen, maar dit is wel een onafhankelijk zelf.

In zekere zin is het ook een gescheiden zelf omdat jij je afscheidt van het massabewustzijn. Het is geen gescheiden zelf dat berust op het dualiteitsbewustzijn, maar op jezelf onafhankelijk zien van het massabewustzijn. Om het zesennegentigste niveau te bereiken moet je dat zelf echter opgeven. En dat zelf, jezelf zien als een spiritueel wezen, zal vaak ook betrekking hebben op je dagelijkse leven. Wat je wel en niet doet, wat je wel en niet eet, hoe jij je kleedt, wat voor baan of carrière je wilt, dit heeft hier allemaal mee te maken. En het is niet zo dat je per se alles moet opgeven om voor de initiaties op het zesennegentigste niveau te slagen, maar je moet wel bereid zijn alles op te geven. Laten we zeggen dat je een succesvolle carrière hebt bij een bedrijf. Dat betekent niet dat je die carrière moet opgeven wanneer je het zesennegentigste niveau bereikt, maar je moet het zelfgevoel dat je tot nu toe had, opgeven. Op het zesennegentigste niveau moet je namelijk het identiteitsgevoel dat je een gescheiden zelf bent, opgeven.

Ook al zeg ik dat het spirituele zelf dat je opbouwt, geen dualistisch zelf hoeft te zijn, kan het toch een gevoel van superioriteit hebben omdat je jezelf superieur vindt omdat je allemaal spirituele activiteiten hebt gedaan die anderen niet hebben gedaan. En dat moet je opgeven, want als je dat niet kunt opgeven, zul jij je verworvenheden en de spirituele leer gebruiken om dat zelf te blijven versterken. Dit kan je vervolgens weer bij een steeds grotere focus op jezelf terugbrengen. Om het zesennegentigste niveau te kunnen passeren moet je de focus op jezelf opgeven. Het betekent niet, zoals ik al heb gezegd, dat jij je wereldlijke carrière moet opgeven, maar je moet je er niet meer mee identificeren. In plaats van je carrière te zien als een manier om jezelf te verheffen ten opzichte van anderen of jezelf te bevestigen, beschouw jij je carrière als een manier om het geheel te dienen, om andere mensen te dienen. Een arts die een beroemde chirurg is, wordt gedreven door zijn ego om iets te kunnen wat geen enkele andere chirurg kan, maar als je de initiaties op het zesennegentigste niveau haalt, verdwijnt dit. Je moet dit opgeven. Dan ben je alleen nog maar gefocust op het helpen van mensen en gebruik jij je vaardigheden om hen te helpen, niet om jezelf te verheerlijken.

Wanneer je nu hoger op het pad komt, boven het zesennegentigste niveau, dan ga je door een fase waarin het wat moeilijker is om je dagelijkse leven in evenwicht te brengen met het nieuwe zelfgevoel dat je dan hebt, maar na verloop van tijd vind jij je draai en kun je nog steeds goed functioneren in je normale leven, voor je fysieke lichaam zorgen, voor je gezin zorgen, een inkomen hebben, enzovoort. Je identificeert je er echter steeds minder mee; je bent er steeds minder aan gehecht. Zolang je in een fysiek lichaam bent, moet je natuurlijk eten, moet je een dak boven je hoofd hebben en in de wereld van vandaag betekent dit dat je bepaalde dingen moet doen om daarvoor te zorgen, maar je kunt die wereldlijke taken vervullen zonder ermee geïdentificeerd te zijn. En hoe dichter je bij het hondervierenveertigste niveau komt, hoe minder je eraan gehecht raakt, wat ook betekent dat je steeds meer de open deur wordt zodat het licht door je heen kan stromen en je wereldlijke behoeften kan manifesteren; in je uiterlijke behoeften kan voorzien.

Maar het betekent ook dat je verandert, je hebt geen doel. Je kunt bijvoorbeeld niet verder komen dan het zesennegentigste niveau als jij je blijft concentreren op geld verdienen en miljardair worden. In plaats daarvan krijg je een gemoedstoestand waarin je in je basisbehoeften moet voorzien, maar je bent niet gehecht aan de manier waarop dat gebeurt en je geeft zeker het idee op dat je een miljoen dollar op de bank moet hebben om je altijd veilig te kunnen voelen. Je bent bereid om met de stroom mee te gaan en te zien hoe die zich manifesteert. Ik weet dat dit geen mechanisch pad is en misschien is het belangrijk om onderscheid te maken, want tussen het achtenveertigste niveau en het zesennegentigste niveau is er een mechanisch aspect van het pad. Je hebt de invocaties opgezegd om de lager gekwalificeerde energie te verteren, je zoekt naar het zelf, je overwint de illusie. Maar als je het zesennegentigste niveau passeert, is het pad niet meer zo lineair of mechanisch. En dan wordt overgave nog belangrijker. En je zou je kunnen vragen wat je doet als je bij het hondervierenveertigste niveau komt. Wat gebeurt er met je zelfgevoel?

Dan wordt de Bewuste Jij zich er bewuster van dat hij zuiver gewaarzijn, neutraal bewustzijn, is en niet de structuren en de vier lagere lichamen. Maar je wordt je ook meer bewust van de individualiteit van je IK BEN Aanwezigheid. Dit betekent dat je het identiteitsgevoel met betrekking tot deze wereld kunt opgeven en een nieuw identiteitsgevoel krijgt dat is gebaseerd op de individualiteit van de Aanwezigheid omdat die gewoon meer door jou heen begint te schijnen. Je wordt bereid om je aardse identiteitsgevoel los te laten om de identiteit van de Aanwezigheid vollediger te ervaren. Je zou het op verschillende manieren kunnen zeggen. Je zou kunnen zeggen dat de Bewuste Jij zijn identiteitsgevoel terugtrekt uit de vier lagere lichamen en zijn identiteitsgevoel steeds meer aan de IK BEN Aanwezigheid geeft. Je kunt het op verschillende manieren zeggen. In zekere zin zou je ook kunnen zeggen dat je zelfgevoel met betrekking tot de aarde hebt opgegeven wanneer je het hondervierenveertigste niveau bereikt. Maar je kunt nog steeds goed functioneren in een fysiek lichaam en je kunt nog steeds voor je eigen behoeften zorgen en je kunt nog steeds alles doen wat deel uitmaakt van je Goddelijke plan, dat wil zeggen, wat je voor anderen doet of om de geascendeerde meesters te dienen.

We kunnen zeggen dat er,verwarring kan ontstaan als je het zesennegentigste niveau nadert, het eniszins passeert omdat je een bepaalde spanning voelt tussen de wereldlijke, praktische aspecten van het leven en je nieuwe identiteitsgevoel. Maar wanneer je een beetje hoger komt, vervaagt dat geleidelijk en vind je gewoon een nieuw zelfgevoel waardoor er geen tegenstrijdigheden zijn, geen spanning is. In zekere zin zou je kunnen zeggen dat jij je van het achtenveertigste tot het zesennegentigste niveau terugtrekt uit je identificatie met de wereld en steeds minder gehecht raakt aan de wereldlijke dingen. Op die manier til jij je boven het massabewustzijn uit omdat het massabewustzijn zich vanzelfsprekend volledig identificeert met de wereld. Het is alsof je een tijdje met één voet in beide kampen staat en een beetje uit elkaar wordt getrokken, maar zodra je boven het zesennegentigste niveau komt en je de focus op jezelf loslaat, zul je heel snel een staat van evenwicht bereiken waarin de spanning oplost die je bij veel spirituele mensen door de eeuwen heen ziet: de spanning tussen het in stand houden van een fysiek lichaam en naar spirituele doelen willen streven.

Het is alsof er geen tegenstrijdigheden meer zijn. Je zorgt gewoon voor je lichaam omdat je het ziet als een voertuig om je Goddelijke plan tot uitdrukking te brengen; het uit te voeren; de expressie van je IK BEN Aanwezigheid. En je zorgt er gewoon voor zonder er al te veel aandacht aan te besteden. Na een tijdje richt jij je alleen maar op wat je kunt doen in de rest van de tijd die je in je fysieke lichaam hebt. Wat kun jij naar buiten brengen? Wat kun je veranderen? Hoe kun je het geheel dienen? En dat is in zekere zin overgave. Ik bedoel hiermee dat er een moment komt waarop jij je identificatie met de wereld, met je wereldlijke zelf, hebt opgegeven. Je bent nog steeds op de wereld, maar je bent niet van de wereld. Je concentreert je meer op het laten doorschijnen van de individualiteit van je IK BEN Aanwezigheid omdat je genoeg van je wereldlijke zelf hebt opgegeven om ruimte aan je Aanwezigheid te geven om erdoorheen te schijnen. Het is een prachtig proces waarin je steeds meer vrede, steeds meer vreugde, vindt. En de spanning, het is niet zo dat er ineens iets groots gebeurt dat de spanning oplost. Die verdwijnt gewoon geleidelijk.