Waarom blijven geascendeerde meesters bij de aarde en helpen ze deze?

 

Vraag: Wat betekent het voor de geascendeerde meesters om de niet-geascendeerde sferen te dienen, vooral de aarde? Doen ze het omdat ze genegenheid voor de aarde voelen of gewoon omdat het dienen op aarde hen helpt om te groeien in de hemel? Nadat je bent geascendeerd, zul je veel keuzes hebben en kun je een andere ervaring hebben zonder het evenwicht op aarde te bewaren. Hoe doen kosmische wezens die verbonden zijn met de aarde dat?

Antwoord van Geascendeerde Meester Moeder Maria, conferentie in Kazachstan in 2023:

Je moet begrijpen dat de ascensie een apart proces is. De verandering die je doormaakt, is een heel groot verschil. Je zou kunnen zeggen dat je, zoals we al vaker hebben gezegd, wanneer je opklimt naar het honderdvierenveertigste bewustzijnsniveau, steeds meer bevrijd wordt van het aardse bewustzijn en in zekere zin het geascendeerde bewustzijn nadert en je zou kunnen zeggen dat de stap van het honderdvierenveertigste niveau naar de geascendeerde staat niet zo’n heel grote sprong is. Je kunt naar de geascendeerde staat toe stromen zoals we gisteren hebben gezegd. En dit klopt. Het lijkt alsof de sprong vanuit de geascendeerde staat steeds kleiner wordt naarmate je het honderdvierenveertigste niveau nadert.

Maar wanneer je geascendeerd bent, is er een duidelijke verandering. Het is niet precies hetzelfde als wanneer je lichaam sterft, maar in sommige opzichten vergelijkbaar, want als je lichaam sterft, zal er, althans voor de bewustere mensen, een moment van waarheid komen, een moment waarop jij je realiseert: “Ik ben niet meer in een fysiek lichaam en ik kan niet meer terug naar het leven dat ik had.” En zo gaat het ook wanneer je ascendeert. Je beseft dat je nooit meer zult incarneren op aarde. En plotseling begrijp je ook de immense kansen in het geascendeerde rijk die je na de aarde krijgt. En die kansen kun je niet grijpen zolang je nog in een fysiek lichaam bent.

Je zou kunnen zeggen dat het op het honderdvierenveertigste niveau een relatief kleine stap is om te ascenderen, maar nadat je geascendeerd bent, kun je iets zien wat je daarvoor onmogelijk kon begrijpen. Zelfs wanneer je op het honderdvierenveertigste niveau bent, kun je niet volledig begrijpen wat je ziet als je eenmaal geascendeerd bent.

Waar ik naartoe wil, is dat je, nadat je bent geascendeerd, op een diepere manier, zelfs dieper dan op het honderdvierenveertigste niveau, de eenheid van al het leven ervaart. En dit betekent dat je nu zoveel liefde voor al het leven voelt, die je moeilijk kon voelen zolang je op aarde bent geïncarneerd. Door die liefde zijn er mensen die besluiten: “Ik wil bij de aarde blijven en niet-geascendeerde wezens op aarde helpen.” En er zijn ook mensen die beslissen, en opnieuw kan dat uit liefde zijn: “Ik wil ergens anders heen vanwege alle kansen die ik krijg en als geascendeerde meester.”

Wanneer je bijvoorbeeld zegt dat het gewoon komt omdat het dienen van de aarde hen helpt om te groeien in de hemel, dan is dit een begrijpelijk standpunt van iemand die geïncarneerd is, maar zo kijk je er eigenlijk niet naar wanneer je bent geascendeerd omdat jij je, nadat je bent geascendeerd, niet concentreert op het groeien als persoon of apart individu in het geascendeerde rijk. Je richt je op het verheffen van het geheel. Ik weet dat het voor de meeste geïncarneerde mensen slechts woorden zijn wanneer ik zeg ‘het geheel verheffen’. Dan is het slechts een concept. Maar wanneer je ascendeert, is het een ervaring.

Het is niet zo dat ik, nadat ik geascendeerd was, tegen mezelf zei: “Moeder Maria, hoe kun je nu van jezelf de meest geavanceerde geascendeerde meester maken die jij je maar kunt voorstellen? Hoe zou ik mezelf beter kunnen maken dan Jezus of de Boeddha?” Dat denk je niet eens wanneer je bent geascendeerd. Je beseft het gewoon, je ervaart dat je verbonden bent met al het leven. In het geascendeerde rijk probeer jij je niet te verheffen boven anderen of te vergelijken met anderen. Je probeert al het leven te verheffen.

Nadat je bent geascendeerd, richt jij je aandacht op een bepaald aspect van het leven. Dit zou planeet aarde kunnen zijn. Dat zou ook een specifieke groep mensen op aarde kunnen zijn. Of het kan een andere planeet zijn, een natuurlijke planeet, een andere onnatuurlijke planeet of zelfs het geascendeerde rijk. Je richt je aandacht daarop en je zegt: “Ik wil dienen om het leven daar te verheffen.”

Nu je nog geïncarneerd bent, is het natuurlijk en noodzakelijk dat jij je als een gescheiden wezen beschouwt. Je kijkt naar het collectieve bewustzijn. Je ziet dat het lager is en dat het noodzakelijk is dat jij je verder ontwikkelt. Zoals we hebben gezegd, laat jij de focus op jezelf als gescheiden wezen los naarmate je verder komt dan het zesennegentigste niveau. Maar zelfs Jezus of de Boeddha beschouwden zichzelf als een gescheiden wezen dat zich niet kon laten neerhalen door het collectieve bewustzijn toen zij geïncarneerd waren, ook de Boeddha toen hij uit het Nirvana terugkwam om les te geven. En om te kunnen ascenderen moet je de opwaartse beweging voortzetten en je boven het collectieve bewustzijn verheffen totdat je de laatste stap kunt zetten en de aarde definitief achterlaten.

Maar zodra je ascendeert, is dat geen probleem meer. En dan kijk je er op een heel andere manier naar, je concentreert je op een specifiek gebied in een poging om het leven daar te verheffen. Je denkt er niet eens aan of jij jezelf verheft wanneer je probeert het leven in dat gebied te verbeteren. Die zorg is gewoon weg, samen met het laatste gevoel van het gescheiden zelf dat je op het honderdvierenveertigste niveau hebt opgegeven en jij weer in je IK BEN Aanwezigheid bent opgegaan.