Hogere en lagere vormen van medescheppen

 

Vraag: Kun je ons iets vertellen over hoe we met ons huidige bewustzijnsniveau medescheppen? En kun je misschien een definitie geven van wat de meesters bedoelen wanneer ze zeggen dat we de potentie hebben om medeschepper te zijn versus het spelen van de rol van schepper op menselijk niveau? En klopt het om aan te nemen dat elk bewustzijnsniveau een bepaald scala aan medescheppende vermogens heeft? Kunnen we bekijken hoe dit eruitziet in drie specifieke stadia? Van het bewustzijnsniveau vlak voordat we Christusschap bereiken, nadat we Christusschap hebben bereikt op het beginnersniveau, tot het moment waarop we al onze weerstand tegen het Christusbewustzijn beginnen op te geven, oftewel een hogere graad van Christusbewustzijn hebben. Wat is het verschil tussen de manier waarop het Christusbewustzijn zich manifesteert in deze drie stadia? En krijgen we meer Christusbewustzijn naarmate we meer van onze psychische problemen hebben opgelost of zijn er ook andere aspecten bij betrokken?

Antwoord van de Geascendeerde Meester Jezus – Conference in de Verenigde Staten, 2025:

Laten we eerst eens het verschil bekijken tussen medescheppen wanneer je vastzit in de gescheidenheid en dualiteit, en wanneer je jezelf ziet als een verbonden wezen. Je bent natuurlijk altijd bezig iets mede te scheppen omdat je altijd vier lagere lichamen hebt. Er is altijd wel wat energie in die vier lagere lichamen, een bepaald minimum dat van je IK BEN Aanwezigheid stroomt, maar hoe verder je bewustzijnsniveau zakt naar het laagst mogelijke niveau op aarde, hoe minder energie er uit je IK BEN Aanwezigheid stroomt. Dit betekent dat degenen die zich op het laagste bewustzijnsniveau bevinden en die zichzelf vaak goed in machtsposities kunnen manipuleren, energie gebruiken die ze van anderen hebben gestolen om mede te scheppen.

Je kunt natuurlijk technisch worden en zeggen dat je pas iets mede schept als je energie ontvangt van een hogere bron, maar in de praktijk gebruik je nog steeds de kracht van je geest en de energie die uiteindelijk uit het spirituele rijk komt om iets op aarde te manifesteren. Na het achtenveertigste niveau begin jij jezelf te zien als een verbonden wezen en begin je geleidelijk de neiging te ontstijgen om iets te doen dat jou ten goede komt en anderen benadeelt.

Je kunt stellen dat je op het laagste bewustzijnsniveau bereid bent alles te doen wat jij denkt dat jou ten goede komt en dat je een zeer beperkte visie hebt op wat jou ten goede komt, ongeacht de gevolgen voor anderen. Wanneer jij jezelf ziet als een verbonden wezen, ben je niet bereid om anderen met opzet pijn te doen om er zelf beter van te worden, maar je bent je misschien niet bewust van de gevolgen van je daden en het effect dat ze op anderen hebben. Wanneer je bij het zesennegentigste niveau komt, ga je natuurlijk een neutralere visie ontwikkelen van wat het betekent om iets mede te scheppen in je eigenbelang. Je zou kunnen zeggen dat jij je focus op eigenbelang verbreedt en je begint in te zien dat je in plaats van te krijgen wat je wilt op basis van wat je via je dagelijkse gedachten waarneemt, eigenlijk meer wilt groeien. En hoe dichter je bij het zesennegentigste niveau komt, hoe meer jij je gaat richten op de gevolgen op lange termijn voor je groei in plaats van wat je gescheiden zelven op aarde willen, zelfs je materiële behoeften op aarde.

Om bijvoorbeeld een simpel voorbeeld te geven: “Wat ben ik bereid te doen om geld te verdienen en is geld zo belangrijk voor mij dat ik bereid ben anderen uit te buiten of zelfs te bedriegen om het te krijgen?” Hoe dichter je bij het zesennegentigste niveau komt, hoe minder je dat natuurlijk kunt doen omdat geld verdienen minder belangrijk voor je is dan je groei naar hogere bewustzijnsniveaus. Wanneer je het zesennegentigste niveau passeert, overwin je die focus op jezelf en bereik je de innerlijke afstemming waardoor je niet meer handelt in je eigen voordeel, zelfs niet voor je fysieke behoeften. Je zorgt natuurlijk wel voor je fysieke behoeften, maar dat is niet je primaire drijfveer. Je streeft ernaar het geheel te dienen, het geheel te verheffen in plaats van jezelf. Zoals we hebben gezegd, bouw je tijdens je klim van het achtenveertigste naar het zesennegentigste niveau een zelfgevoel op dat je boven het collectieve bewustzijn uit brengt. Maar dat verlies je wanneer je hoger dan het zesennegentigste niveau komt en voor het geheel begint te werken.

Hoe dichter je bij het hondervierenveertigste niveau komt, hoe meer je afgestemd raakt op de behoeften van het geheel en hoe je het geheel kunt dienen. Je kunt het zien als iets wat jij op de wereld kunt doen. Je kunt het zien als een manier om de geascendeerde meesters te dienen; een open deur te zijn. Die twee staan niet tegenover elkaar, maar het is gewoon een kwestie van waar jij je op richt. Er kunnen mensen boven het zesennegentigste niveau zijn die zich erop richten om iets te doen voor anderen, op het op een of andere manier dienen van de samenleving, of je kunt je, zoals deze boodschapper, richten op het overbrengen van leringen van de geascendeerde meesters of het geven van andere soorten leringen en die leringen die te koppelen aan specifieke terreinen van de samenleving.

Een van de vragen die veel mensen in dit verband hebben, is dat je kijkt naar mijn leven tweeduizend jaar geleden en wonderen verrichtte, zogenaamd bovennatuurlijke daden. Veel studenten die bijvoorbeeld via de I AM Movement, The Summit Lighthouse of andere concepten van hoger bewustzijn hebben gehoord van het concept Christusschap, denken dat je naarmate je een hoger bewustzijnsniveau krijgt, in staat bent om bovennatuurlijke daden te verrichten.

Maar als je een hoger bewustzijnsniveau krijgt, stem jij je ook af. Het is niet zo dat jij een wereldlijke menselijke ambitie hebt om jezelf bijzonder te maken door bijvoorbeeld over water te kunnen lopen. Het is zelfs niet zo dat je denkt: “O, als ik een bovennatuurlijke gave zou kunnen bewijzen, dan zou dat mensen kunnen helpen om de leringen van de geascendeerde meesters te geloven.” Je stemt je af op wat wij willen voortbrengen. Echt medescheppen betekent: “Ik kan in mijn eentje niets doen. De Vader in mij doet het werk.” Je handelt niet vanwege een wereldlijk doel of ambitie. Je bent de open deur voor de stroom. En in alles wat de stroom ook manifesteert, vind je voldoening. Je streeft niet naar meer. Je hebt steeds minder een visie op wat de stroom door jou heen zou moeten voortbrengen.

Op de hogere niveaus kan er een punt komen waarop je kunt zeggen: mijn vader werkt en ik werk. Je realiseert je dat alles wat jij mede schept, voortkomt uit de energiestroom uit een hoger rijk. Je zou niets op eigen kracht kunnen. Maar je realiseert je ook dat jij beslissingen moet nemen. Je moet iets willen beslissen: “Ik ben bereid dit te doen. Ik wil dit doen. Ik wil op deze manier dienen.” Maar je richt je op dienstbaarheid. En je krijgt een steeds neutralere visie op wat dat betekent.

Hoe dien je iedereen? Dien je iedereen in deze tijd het beste door bovennatuurlijke verschijnselen te openbaren? Of dien je in deze tijd iedereen door aan te tonen dat jij je psychische problemen kunt transcenderen of door te onderwijzen hoe mensen hun psychische problemen kunnen transcenderen? Wat heeft deze tijd nodig, wat zijn de behoeften in deze periode? Daar richt jij je steeds meer op.

Naarmate je het zesennegentigste niveau nadert en passeert, neemt je vermogen toe om hogerop te reiken, om meer energie te ontvangen en die energie te richten op het manifesteren van iets op de fysieke wereld. Maar je verfijnt ook je visie op wat je wilt manifesteren. Je wordt bijvoorbeeld geen miljardair wanneer je op het zesennegentigste niveau of daarboven bent omdat je beseft dat één persoon onmogelijk zoveel geld kan vergaren zonder anderen uit te buiten, zonder mee te gaan in het hele systeem dat door de gevallen wezens is gecreëerd.

Je kunt arm blijven. Je kunt een comfortabele levensstijl hebben waarin jij je geen zorgen hoeft te maken over geld. Er is geen maatstaf voor hoe Christusschap tot uitdrukking wordt gebracht zoals we al vaker hebben gezegd. Het is belangrijk dat je, terwijl je hierover nadenkt en dichter je bij het zesennegentigste niveau komt, meer je naar jezelf kijkt en je afvraagt: welke maatstaven hanteer ik? Welke beelden, welke visies heb ik van wat ik zou moeten kunnen wanneer ik Christusschap bereik? En dan doe je een stap naar achteren, je onderzoekt of het voortkomt uit een menselijke ambitie. Komt het van een gescheiden zelf? En je bent bereid daaraan te werken, ernaar te kijken, het los te laten. Zoals ik al heb gezegd, is de kern van Christusschap dat jij de open deur bent. Open, vrij. De Geest kan zich door jou heen uiten zonder gefilterd te worden door lagere ambities of visies. Dat is de hoogste vorm van medescheppen. Het betekent niet dat je alles kunt manifesteren wat je wereldlijke zelf wil of nodig heeft. Het betekent dat jij je inzet voor het geheel, wat dat ook moge betekenen, afhankelijk van de tijd en de situatie waarin je leeft.