Van Christusschap naar Boeddhaschap, meer dan het Pad naar Zijn

 

Geascendeerde Meester Gautama Boeddha, 8 maart 2026 – Litouwen

Ik ben de geascendeerde meester Gautama Boeddha. Laat ik beginnen jullie te feliciteren met het behalen van een mooier resultaat dan we verwacht en gepland hadden voor deze conferentie. Jullie hebben wederom onze verwachtingen overtroffen en een groter momentum gecreëerd, een grotere verspreiding van het licht teweeggebracht dat de duisternis hier op aarde verdrijft, maar ook het spoor naar de ascensie breder maakt. Hiervoor zijn wij jullie dankbaar en bedanken wij jullie voor de bereidheid om fysiek samen te komen, maar bovenal jullie bereidheid om zo open met elkaar in gesprek te gaan en zo vrij dingen te delen.

De smaak van het Christusbewustzijn
Kunnen jullie voelen dat jullie je in een veilige omgeving bevonden waarin jullie vrijuit konden praten over dingen die jullie bezighouden zonder bang te hoeven zijn dat je daarvoor veroordeeld zou worden? Niet iedereen voelt dit, maar veel van jullie wel.

In tegenstelling tot wat veel spirituele en religieuze mensen geloven, in tegenstelling tot wat veel eerdere studenten van geascendeerde meesters geloofden, is dat eigenlijk een voorproefje van het Christusbewustzijn, hoe geascendeerde meesters zijn, want wij veroordelen niemand.

Dit betekent niet dat we altijd zachtaardig, vriendelijk en aardig zijn, want in sommige gevallen is het nodig om direct te zijn en studenten te confronteren met een aspect van hun ego, een inconsistentie of een tegenstrijdigheid, zodat ze het zelf ook kunnen zien. Maar we veroordelen nooit iemand. Daarom hebben we gezegd dat we je niet veroordelen wat je ook in dit leven hebt gedaan. Waarom zou je jezelf veroordelen of waarom zou je de veroordeling van anderen of van duistere krachten accepteren?

Gevallen wezens kunnen jou nooit accepteren
Je begrijpt dat de duistere krachten je nooit zullen erkennen. Er is een gevallen wezen hier dat misschien in de vierde sfeer is gevallen, in het gevallen bewustzijn is gebleven gedurende het hele enorm lange proces van de vijfde sfeer, gedurende het even lange proces van de zesde sfeer, en nu in een deel van de zevende sfeer zich nog steeds bevindt in het gevallen bewustzijn. En wat is dat gevallen bewustzijn? Dat hij probeert zichzelf te verheffen tot iets bijzonders, alsof hij meer weet dan Christus, dan de geascendeerde meesters.

Hoe denk je dat zo’n wezen jou zou kunnen erkennen of accepteren? Hij zal je moeten kleineren om zijn illusie dat hij superieur is in stand te houden, maar denk nu eens aan iets anders. Wat mist het gevallen wezen? Contact met de Christusgeest. Maar als jij het zesennegentigste niveau nadert, krijg je meer contact met de Christusgeest. En zo zie je dat een gevallen wezen al zijn tijd besteedt aan het creëren van een zeer uitgebreid, ingewikkeld zelf, een gescheiden zelf, met heel veel kennis en vaardigheden. Hij voelt zich zo superieur, hij kan zo goed de duisternis manipuleren. Het is alsof er een wezen in een donkere grot zit die allerlei dingen met de duisternis kan doen, maar dan komt er iemand die persoonlijk Christusschap nadert en een kaars heeft, een vlam die de duisternis oplicht. Wie zal er nog naar het gevallen wezen kijken als er licht in de grot is? Hoe zal het gevallen wezen indruk maken op mensen als ze het licht zien? Veel mensen zien het licht natuurlijk niet, maar de gevallen wezens zien het wel ook al hebben ze geen contact met Christusgeest.

Ze kunnen het Christuslicht zien wanneer het op de wereld schijnt en ze zien het onmiddellijk als een bedreiging. Ze zullen er alles aan doen om jou ertoe te brengen om het weer uit te laten uitgaan. Maar jij kunt deze dynamiek beseffen en besluiten: “Jullie krijgen me niet te pakken.” Maar hoe kun je voorkomen dat ze je te pakken krijgen? Door de focus op jezelf, het epische zelf, los te laten. Zoals Padmasambhava zei, zijn de gevallen wezens op de epische zoektocht om hun superioriteit te vestigen. En zolang jij zo’n episch zelf hebt, vindt de vorst van deze wereld iets bij jou. De demonen van Mara hebben iets om jou te verleiden tot een reactie. Je zou naar een van die valse goeroes kunnen kijken die met hun vaardigheden pronken en je zou kunnen besluiten: “O, dat wil ik ook. Ik wil ervaren hoe dat is.” Maar je kunt natuurlijk alleen ervaren hoe het is om een valse goeroe te zijn als je hetzelfde linker pad bewandelt dat de goeroe heeft bewandeld. En nogmaals, dat is vrije wil.

Het idee opgeven dat je een pad bewandelt
Nu zou je op basis van wat we hebben gezegd, kunnen redeneren dat je het epische zelf alleen op het zesennegentigste of vijfennegentigste niveau kunt opgeven, maar dat is niet helemaal waar. Je kunt het al eerder opgeven. Veel van jullie hebben dat ook al gedaan. Je kunt het belang van overgave gaan inzien. Je gaat begrijpen dat het pad naar Christusschap niet gaat over het bereiken van superioriteit onder de mensen. Het gaat er niet om dat je op aarde beloond wordt, maar een beloning in de hemel wilt. En je kunt je realiseren dat dit betekent dat je iets moet opgeven wat je op aarde als een beloning ziet. Nogmaals, alles is een ervaring. Je hebt de ervaring dat je naar het zesennegentigste niveau klimt, wat je ook motiveert, hoe je het pad ook ziet. Maar op dat niveau moet je bereid zijn om op te geven wat je zover heeft gebracht. En in zekere zin geef je op dat punt het idee op dat er een pad is.

Je hebt oosterse tradities, oude boeken, de Gita’s, de Upanishads. Je hebt moderne non-duale leringen, Neo-Advaita en andere. Zij hebben het over de noodzaak om het idee van een pad op te geven. Het padloze pad, het directe pad, hoe ze het ook noemen. Je hoeft alleen maar van gedachten te veranderen en te beseffen dat je ‘geen zelf’ bent, en dan ben je verlicht.

Je hand uitstrekken naar anderen om te helpen
Er zit wel een kern van waarheid in, maar het punt is dat de meeste studenten die zich hiertoe aangetrokken voelen, zich niet op het zesennegentigste niveau bevinden. En op de lagere niveaus kun je een pad niet opgeven. Je kunt een pad, het concept pad, niet opgeven op het vierennegentigste niveau omdat je het nodig hebt om naar boven te klimmen. Pas op het zesennegentigste niveau kun je, zoals we hebben uitgelegd, je focussen op hogerop komen, je focussen op vooruitgang, loslaten en in plaats daarvan naar beneden reiken omarmen. Je gaat niet naar beneden. Je reikt naar beneden. Je laat de Christus door je heen stromen om iemand op een lager niveau te bereiken en hem of haar te helpen klimmen.

Dat betekent in zekere zin dat je de focus op je eigen groei op het pad loslaat. Het betekent niet dat je niet op het pad bent, want je bent nog steeds op het pad totdat je het hondervierenveertigste niveau bereikt en kunt ascenderen. En zelfs op het geascendeerde niveau ben je op een pad dat naar het Scheppersbewustzijn loopt. Er is altijd een pad, maar je richt je niet op het bewandelen ervan, je bent niet op jezelf geconcentreerd. In plaats concentreer jij je op het helpen van anderen om het pad te bewandelen.

En dat is een verandering in bewustzijn die vereist dat je de droom van een epische beloning, dat je groter bent dan anderen, opgeeft. Wat zei Jezus tegen zijn discipelen toen ze ruzie maakten over wie de grootste onder hen zou zijn als hij weg was? “Wie onder jullie de grootste wil zijn, moet de dienaar zijn van allen.” Dat is de Christus, de dienaar van allen, in plaats van de dienaar van zichzelf.

Geen staat van niets
We geven deze leringen niet om iemand te overtuigen, om iemand te laten geloven wat we zeggen, want je kunt deze leringen pas begrijpen als je dicht bij het zesennegentigste niveau bent. En dat hoeft ook niet. Hoe weet je of je klaar bent voor deze leringen? Je weet het wanneer het geen kwestie meer is van wel of niet geloven; wanneer geen enkel deel van je gedachten hier ertegenin gaat, maar wanneer je de leringen gewoon ervaart en het vanzelfsprekend lijkt. Het is gewoon vanzelfsprekend. Zo niet, dan richt jij je op andere leringen die je helpen om verder te wandelen op het pad. Maar wanneer je dat niveau bereikt, is het gewoon vanzelfsprekend.

Het spreekt vanzelf dat het zelf moet verdwijnen, het gescheiden zelf, zelfs het spirituele zelf. Maar je eindigt niet zoals deze eerlijk gezegd, valse leraren beweren, dat je geen zelf meer over hebt. Er bestaat geen staat van geen zelf. Waarom niet? Omdat, als er geen zelf is, kan er ook geen ervaring zijn. En als er geen ervaring is, dan is er niets. Je kunt niet niets ervaren. Want in niets is er niemand om te ervaren en niets om te ervaren. Maar zoals we al vaker hebben gezegd, bestaat er geen staat van niets. Niets is een mythe. Het concept niets is een mentaal beeld dat is gevormd in de dualistische gedachten omdat je gedachten zeggen: er is lijden op deze wereld. Hoe ontsnap ik aan het lijden? Door verder te kijken dan differentiatie. En wat is het tegenovergestelde van differentiatie? Dat moet wel niets zijn. Maar er is geen niets, want naast de materiële wereld heb je het geascendeerde rijk met talloze wezens die zich van zichzelf bewust zijn. Aan de top van die hiërarchie staat de Schepper, die niet niets is. Zelfs de leegte is niet niets. De leegte is afwezigheid van het Al, maar die is gevuld met het wezen van de Schepper, want de Schepper kan niet iets scheppen wat los van hem staat. En in het Al is er geen niets – er is een bewustzijnsstaat die heel veel meer is dan jij je op aarde kunt voorstellen. Ik kan die me trouwens ook niet voorstellen, maar ik kan die wel ervaren.

Het verschil tussen Christusschap en Boeddhaschap
Jezus heeft gezegd: “Hoe maak je het verschil in een turbulente wereld? Wees de levende Christus.” De Boeddha zegt: “Hoe maak je het verschil in een turbulente wereld? Wees de Boeddha.” Het enige probleem is dat onze leringen er tot nu toe op gericht zijn geweest om zoveel mogelijk studenten verder dan het zesennegentigste niveau te brengen. Maar je kunt de Boeddha niet zijn op het zesennegentigste niveau. Je moet een flink stuk boven het zesennegentigste niveau zijn voordat Christusschap subtiel overgaat in Boeddhaschap. Sommigen zullen zeggen: “Ah, geef me de sleutels tot Boeddhaschap. Vertel me wat het is. Wat is het verschil tussen de Christusgeest en de Boeddhageest; Christusschap en Boeddhaschap? Ik wil alles weten. Ik wil de omgeving kennen, Christusschap en Boeddhaschap.”

Maar er bestaat al heel lang een bepaalde denkwijze in het oosten. Zelfs voordat ik als Boeddha verscheen, was die er al. Die komt van de Vedische rishi’s en dat is het idee dat bepaalde vragen pas beantwoord kunnen worden als je verlicht bent. Het is niet zo dat de vragen beantwoord worden, maar na verlichting verdwijnen ze. Vedische leringen spreken bijvoorbeeld over enorme cycli. Je komt voort uit de ongedifferentieerde Brahma als een individuele levensstroom. Je hebt myriaden incarnaties. In veel daarvan lijd je. Dan ontdek je geleidelijk een spiritueel pad. Je maakt grote stappen om dat spirituele pad te bewandelen. Dan bereik je weer het hoogste niveau en keer je terug in het ongedifferentieerde. Er zijn geleerden die zich realiseren dat dit een gapend probleem oproept. Als je uit het niets komt en naar het niets terugkeert, wat is dan de bedoeling van al die myriaden incarnaties? Er zijn mensen die zullen zeggen, zoals deze boodschapper zich onlangs realiseerde, dat deze vraag niet beantwoord kan worden. Maar wanneer je verlicht bent, verdwijnt de vraag.

Dit konden de rishi’s zich heel veel duizenden jaren geleden voorstellen. Maar dit is geen antwoord. Als spirituele student die Christusschap begint te krijgen ervaar je de Christusgeest rechtstreeks. Je realiseert je dat de Christusgeest alles is en in alles is. Daarom is er geen vraag die niet beantwoord kan worden door de Christusgeest. We hebben vroeger gezegd dat de lineaire geest vragen kan stellen die niet beantwoord kunnen worden op een manier die de lineaire geest kan begrijpen, maar wanneer je de Christusgeest ervaart, realiseer jij je dat de Christusgeest je bij elke vraag die je formuleert een perspectief kan bieden dat je kan helpen om je bewustzijn te verhogen boven het niveau waarop je de vraag stelt.

De Christusgeest kan beseffen dat er een bepaald niveau is waarop je het verschil tussen Christusschap en Boeddhaschap kunt beginnen te begrijpen. Maar je moet wel een flink stuk hoger op de niveaus van Christusschap komen voordat je het echt begint te doorgronden.

Circulaire leringen
Wat je in de Vedische traditie kunt zeggen, is: “Wat is de bedoeling van het leven? — We kunnen die vraag niet beantwoorden binnen de context van onze leer.” Als je een hoger bewustzijn van deze vraag wilt, kijk dan verder dan de leer die de vraag onbeantwoord laat. Je moet een hogere lering zoeken. En natuurlijk hebben wij, de geascendeerde meesters, leringen gegeven over wat de bedoeling van alles is. Dat je begint met een zelfgevoel dat in één punt is samengebald en dat zich uitbreidt tot een groter bewustzijn totdat je ervoor kunt kiezen je eigen wereld van vorm te scheppen. Dat je meehelpt om de sferen te verheffen. Er is een duidelijke progressie.

Zie je wat het probleem is bij de Vedische leringen? Ze zijn circulair. Het is een slang die zijn eigen staart doorslikt. Je komt voort uit het ongedifferentieerde. Je bent een gedifferentieerd wezen. In zekere zin word je steeds gedifferentieerder door al het lijden dat je meemaakt. Maar daarna verdwijn je gewoon weer in het ongedifferentieerde. Wat is de bedoeling? “(What’s the point.) Wat voor nut heeft dat?”, zullen sommigen zeggen. En zij zullen zeggen: (There is no point on a circle.) “Een cirkel heeft geen nut.” Psychologische spelletjes, woordspelletjes. Zoals wij hebben gezegd, is het geen circulaire beweging, maar een spiraal. Een opwaartse spiraal naar steeds hogere bewustzijnsniveaus. Kijk eens naar dit Vedische beeld. Wat is de bedoeling als je spirituele leraren naar de aarde zendt? Serieus, wat is de bedoeling van deze lange traditie van goeroes? Waarom verschenen de Vedische rishi’s? Waarom ontvingen zij een leer die zogenaamd superieur is? Waarom? Als je incarnaties en je lijden geen bedoeling hebben, waarom bieden ze je dan een uitweg uit het lijden? Waarom niet gewoon blijven lijden totdat je op een of andere manier weer terugkeert naar de ongedifferentieerde staat?

Als je trouwens nog dieper wilt graven, kijk dan eens naar dit beeld: De ongedifferentieerde Brahma. Er is niets in Brahma. Niets wat je kunt conceptualiseren. De Brahma die zij voor ogen hebben, is niets. Het is geen zelfbewust wezen dat een intentie kan hebben om de wereld te scheppen. Daarom kan er geen bedoeling zijn. Maar wat is dan de bedoeling van de leer dat er geen bedoeling is? Waarom zou je de rishi’s sturen? Waarom zou je goeroes sturen? Waarom bestaat er een goeroetraditie die berust op de Vedische traditie? Wat is de bedoeling om te ontsnappen aan lijden als er geen bedoeling is? Wat is er mis met lijden? Je weet niet eens dat er een alternatief voor lijden bestaat. Hoe zijn mensen ooit op het idee gekomen dat er een uitweg uit lijden is? Hoe ben ik als Boeddha op dit idee gekomen? Het leven is lijden, maar er is een uitweg. Hoe kan een wezen dat lijdt in een universum zonder bedoeling überhaupt te weten komen dat er een uitweg uit lijden is?

Omdat er iets buiten de wereld om is dat niet niets is. Het bezit kennis. Het heeft bewustzijn. En dat is de Christusgeest, de Ene Geest, de Boeddhanatuur. Als je goed naar het hindoeïsme en het boeddhisme kijkt, wanneer je begrijpt wat de Boeddhanatuur is, zoals ik het vijfentwintighonderd jaar geleden zo goed mogelijk heb uitgelegd, dan is die niet de Brahma van het hindoeïsme. De Boeddhanatuur is niet niets. Het is een hoger bewustzijnsniveau, een hoger bewustzijn. En dat bewustzijn heeft natuurlijk het besef dat er nog iets meer is dan lijden, namelijk het besef dat het mogelijk is om aan de cyclus van incarnatie te ontsnappen en dat alles een bedoeling heeft.

De verschuiving naar Boeddhaschap
Een kleine omweg misschien, maar het wijst terug naar het verschil tussen Christusschap en Boeddhaschap. Je kunt dit op veel verschillende manieren zeggen, maar ik geef er hier één. Misschien geef ik er later wel meer. Je kunt zeggen dat jij je op jezelf concentreert, terwijl je naar het zesennegentigste niveau klimt en het bewustzijn dat je een zelf bent, verruimt.

Dan schakel je over naar het Christusperspectief. Nu ben je erop gericht om de open deur voor Christus te zijn, Christus door jou heen iets te laten doen om anderen te helpen, anderen te verheffen, hen te bevrijden van lijden, Maya, illusies, het doodsbewustzijn. Maar als je hoger klimt naar het hondervierenveertigste niveau, dan komt er een moment waarop je opnieuw een verschuiving begint te maken. Wanneer je boven het zesennegentigste niveau bent, dan concentreer jij je erg op het helpen van anderen, doe je actief iets om anderen te helpen. Je gaat net als Jezus naar de markt, je gaat onder de mensen. Christusschap dat niet tot uiting komt, is geen Christusschap. Naarmate je hoger klimt, kan er een punt komen waarop je nog steeds de open deur bent, nog steeds bereid bent om jezelf te uiten, maar je focus begint te verschuiven.

Zoals we hebben gezegd, kijk je van het achtenveertigste tot en met het zesennegentigste niveau omhoog. Op het zesennegentigste niveau begin je weer naar beneden te kijken. Je gaat niet naar beneden, je kijkt naar beneden. Maar als je boven het honderdtwintigste niveau of zo komt, kijk je niet per se omhoog, maar naar binnen.

De Christus is zeer actief. Je kunt je richten op doen, spreken, schrijven, de omgang met anderen, uitvinden, allerlei dingen doen om de wereld te verbeteren. Maar op het hogere niveau begin jij je te richten op zijn. Je kunt nog steeds iets doen, maar je doet het niet met een actieve gemoedstoestand, maar vanuit een gemoedstoestand van zijn. Je kunt, ook al spreken we over de rots van Christus, zeggen dat Christus in beweging is. Je hebt een doel. Je kunt op een punt komen waarop jij je begint af te stemmen op het bewustzijnsniveau van de Boeddha, waarbij jij je richt op zijn. Dit betekent niet dat jij je terugtrekt in een grot in de Himalaya. Je kunt nog steeds actief zijn op de wereld, maar je denkwijze richt zich meer op zijn terwijl je iets doet. Je bereikt in zekere zin een hoger niveau van onthechting omdat je op het zesennegentigste niveau niet probeert anderen te dwingen, want op de hogere niveaus ben je zelfs niet meer gericht op resultaten. Je laat het licht door je heen stromen. Je ‘doet’, maar je bent niet gehecht aan de vruchten van je handelen.

Op de wereld zijn
Je bent gewoon op de wereld aanwezig in plaats van iets op de wereld doen. En let op, dat is niet beter dan de Christus zijn. Het is gewoon een andere ervaring dan de Christuservaring. Het is niet beter. Ja, in de betekenis dat het hoger is, in de zin dat het dichter bij het hondervierenveertigste niveau ligt, maar het is niet beter. Het is niet belangrijker. Het is gewoon een andere ervaring. Naarmate je dichter bij het hondervierenveertigste niveau komt, moet jij je voorbereiden op je ascensie. En zoals we hebben gezegd, wanneer je ascendeert, mag er niets meer op aarde onvervuld zijn. Christus kan in zekere zin wel iets over hebben wat nog niet vervuld is omdat hij anderen wil helpen. Hij wil helpen om de Gouden Eeuw te manifesteren. En dit is meetbaar. Je kunt meten wat Christus doet. Je kunt meten hoeveel mensen je helpt op een hoger bewustzijnsniveau te komen. Je kunt meten dat je een nieuwe uitvinding doet, dat je de maatschappij op een of andere manier vooruithelpt. Dit is meetbaar.

Maar wanneer je het boeddhische bewustzijnsniveau bereikt, kun je dit niet meten. Je levert wel resultaten in de zin dat je licht uitstraalt. Je onderneemt actie. Zelfs toen ik het boeddhische bewustzijn had bereikt, gaf ik nog les, maar ik was niet gefocust op het meten ervan, op het behalen van resultaten. Je zou kunnen zeggen dat bij de Christus de beloning eruit bestaat dat die de resultaten van zijn inspanningen ziet. Voor de Boeddha is er geen beloning. Er is geen behoefte aan een beloning omdat de ervaring dat je op de wereld bent, op zich al de beloning is.

Je kunt natuurlijk zeggen dat Jezus zag dat hij voor sommige mensen het verschil maakte, dat hij sommige mensen hielp, sommige mensen genas, en dat gaf hem een gevoel van voldoening en beloning. Je kunt ook zeggen dat de Boeddha veel mensen onderwees, dat veel mensen naar de Sangha kwamen, maar dat hij dat niet ervoer als een beloning die hij om welke reden dan ook nodig had. De ervaring om te zijn was op zich al een beloning. Hij had niet de intentie om andere mensen te onderwijzen, hen te helpen om te veranderen of hen te veranderen. Dat betekent niet dat hij mensen niet heeft geholpen om te veranderen, maar dat was niet zijn intentie, hij was gewoon.

Nu heb je in het boeddhisme een geromantiseerd beeld van de Sangha die ik heb opgericht als een bovenaardse, fantastische, wonderbaarlijke plek. En dat iedereen die er kwam en aan de voeten van de Boeddha zat, getransformeerd werd, maar dat was niet zo. Herinner jij je de initiatie nog dat ik beweerde dat ik een bewustzijnsniveau had bereikt dat niemand op aarde kon begrijpen? En ik zei: “Sommigen zullen het begrijpen.” En sommigen die naar de Sangha kwamen, begrepen het inderdaad, maar de meesten niet. Ze begrepen het op verstandelijk niveau, maar ze veranderden niet. Ik werd hierdoor niet geraakt, ik was gewoon.

En toen de cycli veranderden, ging ik verder. Ik liet mijn lichaam sterven aan zogenaamd natuurlijke oorzaken en ging verder. Je weet dat Jezus toen hij aan het kruis hing, nog steeds een bepaalde verwachting had van wat er wel of niet zou mogen gebeuren. En daarom riep hij uit: “Mijn God, mijn God, waarom hebt U mij verlaten? Wat heb ik verkeerd gedaan? Wat heb ik nagelaten?” Maar net als bij de Boeddha is er niets onopgelost. Er is geen evaluatie: Heb je genoeg gedaan? Had je meer kunnen doen? Het is geen verstandelijke beslissing. Het is gewoon de innerlijke erkenning: “De cycli zijn veranderd. Ik ga verder.”

Dit heeft de sluier een beetje opgetild. Maar ik zeg natuurlijk niet dat dit de laatste lering is. Er bestaat geen laatste lering. Dat is nog een illusie die je loslaat als je de Boeddha wordt. Zelfs als de Christus kun je nog wel het gevoel hebben dat het mogelijk moet zijn om een leer te verkondigen, niet per se de absolute, allerhoogste leer, is maar in ieder geval iets wat mensen echt kan helpen. Maar als je de Boeddha bent, transcendeer je dat omdat je beseft dat er geen garantie is dat een wereldlijke leer mensen zal helpen. Maar alleen al zijn kan sommige mensen helpen die het zijn niet begrijpen omdat ze zijn niet kunnen begrijpen. Maar ze stemmen zich af, ze ervaren het zijn en ze zeggen: wat is deze staat die mijn huidige staat heel veel ontstijgt? Dat wil ik ook.

Nogmaals, we feliciteren jullie dat jullie het doel dat we voor deze conferentie hadden gesteld, hebben overtroffen. Heb je meetbare resultaten geboekt? Heb je verschil gemaakt in een turbulente wereld? Jazeker. Zie je morgen al resultaten? Waarschijnlijk niet. Maar heeft hier zijn, verschil gemaakt voor jou? Dan is dat de beloning. Wat wil je nog meer? Wat heb je nog meer nodig om het gevoel te hebben dat het de moeite waard was om hier te zijn?

Hiermee bied ik je slechts een straling vanuit mijn wezen aan, de Boeddha die IK BEN. En daarom verzegel ik jullie in de Vlam van Vrede, waar onstuimige gedachten ophouden te bestaan.

IK BEN Gautama. En ik verzegel deze conferentie en de magnifieke matrix die jullie samen met ons hebt gevormd.