Hoe kunnen wij de bewuste geest ertoe brengen om altijd in de Geest van God te zijn?

 

ONDERWERPEN: eerst waren er alleen de IK BEN Aanwezigheid en de Bewuste Jij – elementen van de dualiteit mochten in de sfeer van het zelf komen – beperkende overtuigingen vormen je ego – gebruik hulpmiddelen om het trekken van je ego te verminderen – vereenzelvig je niet meer met je ego

Vraag: Hoe kunnen wij de bewuste geest die alles beheerst, sturen om altijd in de Geest van God te zijn en een individualisatie van God te zijn.

Antwoord van Geascendeerde Meester Jezus:

Het begint allemaal met de erkenning dat je een zelfbewust wezen bent dat de vrije wil heeft om te kiezen waar jij je mee identificeert. Vervolgens moet je alert zijn waar jij je aandacht op richt. Dit wordt gedetailleerder door Moeder Maria besproken in het boek over het Overvloedige Leven. Zij heeft het over het concept dat de Bewuste Jij in een sfeer verblijft in het vat van het zelf. In dat vat zit je IK BEN Aanwezigheid en toen je wezen in het begin geschapen werd, waren enkel de IK BEN Aanwezigheid en de Bewuste Jij in die sfeer van het zelf.

Toen je experimenteerde met het dualiteitsbewustzijn, liet je echter elementen van een lagere vibratie, elementen van de dualiteit, toe in de sfeer van het zelf. En door vele levens heen heb je geleidelijk een sterfelijk zelfgevoel opgebouwd dat tegenover de IK BEN Aanwezigheid staat of lijkt te staan.

Dit sterfelijke zelf is tot stand gekomen door beslissingen die je hebt genomen, overtuigingen die je bent gaan accepteren. En veel van die overtuigingen gaan over jouzelf. Je zou misschien kunnen geloven dat jij een zondaar bent. Je zou misschien kunnen denken dat je een sterfelijk wezen bent dat sterft wanneer jouw fysieke lichaam sterft. Je denkt misschien dat je niet dit of dat kunt doen. Je kunt niet direct contact met God maken in je hart, maar je hebt de hiërarchie van de kerk in de buitenwereld nodig, of welke dualistische overtuigingen je ook allemaal hebt.

Als deze overtuigingen in je sfeer van het zelf komen, beginnen ze een zwaartekracht te vormen en die trekt aan de Bewuste Jij. Het trekt aan je aandacht. Het lijkt op de zwaartekracht die voorkomt dat je opstijgt, maar naar de aarde toetrekt. Op dezelfde manier wordt er aan je geest getrokken door de aantrekkingskracht van het sterfelijke zelf, dit ego, dat in jouw sfeer van jouw zelf is gevormd. En zolang het sterfelijke zelf blijft bestaan, zal het aan je aandacht trekken en daarom worden je gedachten naar deze oude patronen en gewoontepatronen toegetrokken. En het lijkt alsof jij je er niet van kunt losmaken, wat je ook doet, ze blijven aan jou trekken.

Wanneer je de geschikte spirituele hulpmiddelen gebruikt, kun je geleidelijk aan het sterfelijke zelf kwijtraken en dat zal de aantrekkingskracht verminderen. Maar als je eenmaal de vergelijking begrijpt dat jouw sterfelijke zelf een vreemde invloed is in jouw sfeer van het zelf en dat de Bewuste Jij het vermogen heeft om zich niet meer met dat sterfelijke zelf te vereenzelvigen, dan heb je een belangrijke stap vooruit gedaan om te voorkomen dat je weer in die oude patronen wordt getrokken.

Terwijl je de invocaties gebruikt of dingen in je psyche oplost met andere hulpmiddelen, minimaliseer je geleidelijk de aantrekkingskracht tot het alleen geruis op de achtergrond vormt. Het kan er nog wel even blijven, maar op den duur kom je op een punt waarop de prins van deze wereld niets bij jou vindt omdat het sterfelijke zelf is gestorven.

Het essentiële concept is dat de Bewuste Jij niet het sterfelijke zelf is. Hij heeft het sterfelijke zelf gevormd en kan niet ogenblikkelijk het sterfelijke zelf verwijderen omdat dit in een lange periode werd gemaakt en de beslissingen die je nam, vervangen moeten worden door betere. Toch kun je er ogenblikkelijk voor kiezen om je niet meer met dat sterfelijke zelf te vereenzelvigen. Wanneer je dat besluit neemt, krijgt het sterfelijke zelf veel minder macht over jou en zelfs wanneer hij aan je trekt, kun je hem ogenblikkelijk herkennen en zeggen: “O, dat is mijn sterfelijke zelf, dat is het ego maar. Ik kies er nu voor mij niet meer daarmee te identificeren. Ik sta los van dat bewustzijn en ik richt mijn aandacht meer op mijn IK BEN Aanwezigheid, mijn Vader in de hemel.”