De Boeddhische concepten ‘leegte’ en ‘geen zelf’

 

ONDERWERPEN: relatief goed en kwaad – het scheppen van een pseudozelf heeft al het lijden veroorzaakt – geen zelf is het pseudozelf transcenderen – je eigen ware identiteit kennen – weer met het zuivere wezen versmelten – leegte ontstijgt de wereld van vorm – leegte als bevrijd zijn van het ego – weer zuiver gewaarzijn worden

Vraag: Zou je de ware betekenis van de Boeddhische concepten ‘leegte’ en het concept ‘geen zelf’ kunnen uitleggen? Heeft Heer Gautama Boeddha dit echt onderwezen?

Antwoord van Geascendeerde Meester Jezus:

Beide concepten die jij noemt, werden ontwikkeld na Gautama Boeddha’s dood. Het is dus niet helemaal juist om te zeggen dat de Boeddha de concepten heeft onderwezen zoals je die momenteel bij veel boeddhistische leringen tegenkomt. De Boeddha heeft echter wel over concepten gesproken die lijken op de concepten leegte en geen zelf.

Zoals ik overal op de website uitleg, is het echte probleem op aarde dat de mensen tot een lagere bewustzijnsstaat zijn vervallen. De mensen vervielen tot deze bewustzijnsstaat omdat zij van de verboden vrucht aten die symbool staat voor een bewustzijnsstaat waarin alles relatief is. Dit wordt aangetoond met de concepten goed en kwaad, in de betekenis van relatief goed en kwaad. De kern van deze bewustzijnsstaat is juist het gevoel dat je gescheiden bent van je bron, het gevoel dat je gescheiden bent van God.

Juist dit gevoel van gescheidenheid van je spirituele bron is de ware oorzaak van al het lijden. Toen de levensstroom het contact met het spirituele zelf of IK BEN Aanwezigheid begon te verliezen moest hij een nieuw soort zelf vormen, een pseudozelf, om de leegte op te vullen. Dit valse zelf, vaak het ego of de dualistische geest genoemd, is de oorzaak van al het lijden dat de levensstroom ervaart. Dit zelf zorgt ook voor veel tegenstrijdige en storende gedachten en emoties die leed bij de levensstroom veroorzaken.

Het doel van het spirituele pad is het valse zelf overwinnen, zodat de levensstroom vrij is om zich met dat spirituele zelf te verenigen. Dit is de ware betekenis van het concept geen zelf. Wanneer de levensstroom die bewustzijnsstaat bereikt, heeft hij het pseudozelf, dat ervoor heeft gezorgd dat hij zich van zijn bron gescheiden voelde, overwonnen.

In die hogere bewustzijnsstaat beseft de levensstroom dat hij uit de basissubstantie van God is gemaakt of zoals de Boeddha zou zeggen, alles is de Boeddhanatuur. De levensstroom beseft dan dat het onzin is om te denken dat hij ooit zou kunnen bestaan buiten, of een zelfgevoel kan hebben dat gescheiden is van, zijn spirituele bron.

Dit wordt vervolgens de staat van geen zelf doordat de levensstroom niet meer het identiteitsgevoel heeft dat hij van zijn bron is gescheiden. Dit betekent echter niet dat de levensstroom elke gevoel van individualiteit en identiteit verliest. De ware identiteit van de levensstroom zit verankerd in het spirituele zelf. De ware individualiteit gaat niet verloren als je het pseudozelf opgeeft. In feite kan de levensstroom pas nadat hij zijn menselijke ego heeft overwonnen, zijn ware individualiteit tot uitdrukking brengen.

Er bestaat ook een hoger concept van geen zelf, waarbij een individuele levensstroom op den duur zo  één wordt met God dat hij ervoor kiest naar de bewustzijnsstaat terug te keren die de boeddhisten Nirvana noemen, en die ik het Al noem. Een individuele levensstroom kan dan vrijwillig zijn individualiteit opgeven om naar de staat van zuiver Zijn terug te keren waaruit hij is voortgekomen. Dit is echter een concept dat maar voor weinig mensen relevant is omdat de meeste mensen die op deze planeet incarneren, ver afzitten van de optie om zich met het Al te verenigen.

Het concept leegte kun je ook als verschillende niveaus bekijken. Uiteindelijk betekent leegte de staat van zuiver Zijn, het Al, het niet gemanifesteerde, waarin geen vorm of uitdrukkingsvormen bestaan.

Op persoonlijk niveau betekent leegte de staat van het menselijke ego te boven komen. Door het ego te boven te komen ervaart de levensstroom dat alle van de vele storende gedachten en emoties tot zwijgen zijn gebracht. Daardoor voelt de levensstroom een staat van bevrijding van de mentale en emotionele ruis, een staat van leegte, en geen lawaai meer van het ego.

Nogmaals, dit betekent niet dat de levensstroom alle individualiteit verliest, elk gewaarzijn of zelfs gedachten en emoties. Het betekent eenvoudig dat de levensstroom de tegenstrijdige gedachten en emoties die lijden veroorzaken, kwijtraakt. De levensstroom is dan vrij om de ware gedachten en gevoelens die aan zijn van God gekregen individualiteit ontspringen te ervaren en die tot het allerhoogste geluk van zelfexpressie leiden, het ware zelf tot uitdrukking brengen.

Ik heb over deze staat gesproken, toen ik over het koninkrijk van God sprak dat binnenin jou is en toen ik tegen de mensen zei dat ze niet moesten oordelen. In de dualistische gemoedsgesteldheid denk je dat je moet oordelen en alles volgens jouw relatieve maatstaf moet benoemen. Jouw ego staat er natuurlijk op dat deze maatstaf de absolute waarheid is en dit is nu juist de allergrootste illusie van het ego. Dit zorgt ervoor dat jouw geest voortdurend aan het oordelen is en deze staat van interne ruis heeft de Boeddha de kern van het lijden genoemd. Leegte is het tegenovergestelde.

Je zou misschien de leringen over de Bewuste Jij kunnen bestuderen, die uit zuiver bewustzijn bestaat zoals wij uitleggen, wat inhoudt dat hij geen maatstaf heeft om te oordelen. Die ervaart alles zoals het is – zonder een dualistisch waardeoordeel. Hij ziet door de geest van Christus. De Bewuste Jij kan het leven zo bezien – met het Christusbewustzijn – of door het filter van het ego en het wereldlijke zelf.

Maar zoals ik heb gezegd, kan alleen de ‘mens’ naar de hemel terugkeren die uit de hemel is afgedaald. Dat houdt in dat de Bewuste Jij pas kan ascenderen als hij naar de staat van zuiver bewustzijn terugkeert, waarmee hij de eerste keer is afgedaald.