Geascendeerde Meester Jezus Christus, 8 maart 2026 – Litouwen
IK BEN de geascendeerde meester Jezus Christus. Jullie kennen vast deze oude grap wel: wat wil je eerst horen, het goede nieuws of het slechte nieuws? Ik begin met het slechte nieuws. Jullie zullen allemaal sterven. Nu het goede nieuws. Jullie zullen allemaal sterven. Jullie weten uit de Bijbel dat ik het erover had dat de doden de doden moeten begraven maar er zijn ook nog andere verwijzingen naar mensen die in het doodsbewustzijn verkeren, maar daar heb ik het nu niet over. Ik heb het erover dat jullie allemaal weten dat je lichaam een einde heeft en sterft en dat je natuurlijk blijft leven, maar je verlaat je lichaam, je verlaat dat leven.
Je lichaam achterlaten
Er zijn diverse spirituele leringen, ook binnen het boeddhisme, waarin wordt nagedacht over het feit dat je huidige leven een einde zal hebben. Wat betekent dat? Het betekent dat je natuurlijk verder leeft, maar wat betekent het voor jou dat je verder leeft? Niet je fysieke lichaam en ook niet veel van de manieren waarop je jezelf in dit leven ziet, de manier waarop je jezelf hebt leren zien toen je opgroeide, toen je bij wijze van spreken geprogrammeerd bent met een bepaald identiteitsgevoel gebaseerd op je familie, je cultuur, je nationaliteit, je religie, al die wereldlijke zaken.
Dit alles zal verdwijnen. Het is waardevol om op een bepaald punt op je spirituele pad te beseffen dat je huidige leven daadwerkelijk ten einde zal lopen omdat je onder andere je lichaam zult verlaten, je leven achter je zult laten. Sommige mensen zullen je herinneren, misschien alleen je familie of beste vrienden, misschien heb je een openbare functie waardoor meer mensen je zullen herinneren, maar zodra jij je lichaam verlaat, betekent dat niets meer voor je, want je gaat verder, vooral als je een spiritueel persoon bent. Je stapt uit dit leven en jij stijgt net als de meeste spirituele mensen op naar het identiteitsrijk waar jij je spirituele leraren ontmoet en aan het proces begint om je huidige leven te verwerken met het doel je daarvan te bevrijden zodat je kunt doorgaan naar het volgende leven of je ascensie. Dat betekent dat veel dingen die je nu belangrijk vindt, zullen verdwijnen nadat jij je lichaam hebt verlaten. Dat betekent dat jij je dan geleidelijk realiseert dat veel dingen die nu belangrijk voor je zijn, niet meer belangrijk voor je zullen zijn wanneer jij je lichaam verlaat. Nadat je je lichaam hebt verlaten, zullen ze niet meer van belang voor jou zijn.
Ik weet dat dit op een bepaalde manier hard kan klinken omdat je familieleden hebt aan wie je wilt blijven denken nadat je dit lichaam hebt verlaten. Ze willen belangrijk voor je blijven. Maar mensen die je in dit leven dierbaar waren, laat je achter, vooral als je ascendeert. Maar zelfs als je reïncarneert, zul je niet weer bij alle mensen die je in dit leven hebt gekend, reïncarneren. De dood van het lichaam, het einde van dit leven, heeft iets definitiefs.
De angst om je Christusschap te uiten
Waarom breng ik dit ter sprake? Wat is het krachtigste dat je in een turbulente wereld kunt doen om verschil te maken? Wees een levende Christus in levenden lijve en durf je Christusschap te uiten. Dat is het krachtigste wat je kunt doen. Maar ben je in dit leven opgevoed – heeft je leven tot het moment dat jij je spirituele pad vond, je voorbereid op je Christusschap uiten? Integendeel, het heeft je allemaal subtiele ideeën gegeven over hoe jij je wel en niet mag gedragen. En er is geen enkele samenleving die het uiten van Christusschap aanmoedigt.
Daarom zien we door de jaren heen heel veel spirituele studenten in verschillende spirituele stromingen, of ze nu wel of niet geascendeerde meesters kennen, die een bepaald bewustzijnsniveau bereiken, maar het niet durven uiten, het niet naar buiten durven brengen. En waarom niet? Omdat je, als je opgroeit en je leven leidt, ongeacht je leeftijd, uit het collectief, uit je omgeving, beperkingen hebt overgenomen: “O, dit zou niet gepast zijn, o, dit zou niet juist zijn. O, mensen zouden me veroordelen, ze zouden boos worden, ik zou mensen kwetsen, of ze zouden zich buitengesloten voelen, of ze zouden denken dat ik gek ben.”
Je hebt hier misschien je eigen variant op, maar ik vraag je nu om je voor te stellen dat je voor een grote groep mensen staat en je Christusschap uit. Voor welke reactie ben je bang? Je hoeft hier niet over na te denken; ik vraag je om je dat even snel in te leven. Je staat voor een grote groep mensen en drukt je Christusschap uit. Ze keuren het af, waar ben jij dan persoonlijk bang voor? Wat vrees je het meest dat er zou kunnen gebeuren als jij je Christusschap tot uiting brengt?
Het zal er niet meer toe doen
Maar wat je angst ook is, het mag dan nu wel belangrijk voor je zijn, maar als je aan het einde van dit leven je lichaam verlaat, zal het je niets meer uitmaken. Waarom? Omdat je niet meer in je lichaam bent. Je bent niet meer in je lichaam, je bent niet meer in dit leven.
Veel mensen hebben hier nog nooit over nagedacht. Je kent het concept onstoffelijke zielen die vast komen te zitten omdat ze hun fysieke lichaam en hun leven niet achter zich kunnen laten. Maar er zijn ook zoveel bijna-doodervaringen, waarbij mensen ervaren dat hun lichaam sterft. Ze verlaten het lichaam, gaan naar een soort lichtrijk waar ze zich veel beter en vrediger voelen, en daarna willen veel van hen niet meer terugkeren. Als spiritueel persoon zul je ervaren dat je niets verliest als je dit leven achterlaat. Je komt op een hoger niveau van vrede, vervulling en vreugde, wat je ook van jezelf denkt, wat je psychische problemen op dit moment ook zijn.
Wanneer jij je lichaam verlaat, zul je bij wijze van spreken naar een aangenamer rijk gaan. En dat betekent dat de angst die je nu voelt om je Christusschap te uiten, er voor jou niet meer toe doet omdat je niet meer in je lichaam bent.
Het geboortetrauma en het oerzelf
Wat kunnen ze je aandoen? Ik zeg dit alleen maar om je duidelijk te maken wat je angsten zijn. En je kunt hier natuurlijk de komende tijd over nadenken. Je kunt, zoals we al vaker hebben gezegd, een notitieboekje pakken en jezelf deze vraag stellen of je voorstellen dat je voor een groep mensen staat en op de een of andere manier je Christusschap uit. Wat is de ergste reactie die jij je kunt voorstellen? Schrijf daarna alles op wat in je opkomt en vervolgens kun je natuurlijk onze hulpmiddelen en leringen over de onderbewuste zelven gebruiken, want je angst voor de reactie kan alleen maar voortkomen uit een onderbewust zelf. Het kan heel goed zijn dat dit onderbewuste zelf is ontstaan in een vorig leven waarin je werd veroordeeld en vernederd omdat je een aspect van Christusschap uitte omdat je ergens voor opkwam. Ik zeg niet dat je angsten niet reëel zijn, in die zin dat ze gebaseerd zijn op een daadwerkelijke ervaring.
Het kan zelfs teruggaan tot het geboortetrauma, het kosmische geboortetrauma en het oerzelf. Het oerzelf is voor veel van jullie, de meesten van jullie, ontstaan in een situatie waarin jullie op aarde kwamen, Christusschap uitten, wreed werden neergehaald en daarom besloten: “Dit wil ik nooit meer meemaken.” En daarom zal het oerzelf, misschien niet precies in die woorden, maar het oerzelf zal bang zijn dat jij je Christusschap gaat uiten en zal dat ontmoedigen omdat het oerzelf slechts een computerprogramma is, geprogrammeerd om te voorkomen dat je opnieuw de ervaring van neergehaald worden en daardoor in shock raken, meemaakt. Maar zoals we al vaker hebben gezegd, zou je nooit meer zo in shock kunnen raken als de eerste keer omdat het toen een verrassing was.
Om eerlijk te zijn ben je al zo lang op deze planeet dat niet veel meer je kan verrassen. Niet veel meer – je hebt het allemaal al een keer meegemaakt. En het is belangrijk om daar contact mee te maken en te beseffen dat niet veel op deze planeet je nog kan verrassen. Door hierover na te denken, door aan deze angsten te willen werken, zoals deze boodschapper al vele malen heeft moeten doen, zelfs voordat hij begon, heel veel jaren geleden, maar ook nu nog, kun je een punt bereiken waarop jij je weerstand om je Christusschap te uiten hebt overwonnen.
Christusschap bereiken
Voordat je het kunt uiten, moet je het natuurlijk eerst bereiken. Je moet het zesennegentigste niveau bereiken en verder gaan, en dat is precies waar we jullie met veel leringen, waaronder de cursus het pad naar zelfmeesterschap, bij hebben geholpen. Veel van jullie zijn daar al of al een beetje verder. Sommigen van jullie zijn er heel dichtbij, maar hebben de omslag nog niet gemaakt. Het punt is dat je om Christusschap uit te drukken, een bepaald bewustzijnsniveau moet bereiken. Je kunt op het achtenveertigste niveau niet een boek over Christusschap lezen en besluiten dat je het gaat uitdrukken. Of toch wel? Dat hangt af van wat je met Christusschap bedoelt. Je kunt namelijk een bepaald aspect van Christusschap uitdrukken op het achtenveertigste niveau. Je kunt wel een bepaald aspect van Christusschap uitdrukken op een lager niveau dan het achtenveertigste als je naar jezelf wilt kijken en bijvoorbeeld van het dertigste naar het eenendertigste bewustzijnsniveau te stijgen. Je kunt dat aspect van Christusschap aan anderen overbrengen om je te helpen de illusie op het dertigste niveau te zien en hoger te stijgen.
Als we spreken over Christusschap, dan hebben we het erover dat je het zesennegentigste niveau bereikt en bewust contact maakt met de Christusgeest.
En daarmee wil ik nogmaals benadrukken dat woorden slechts woorden zijn. Betekent dit dat ik zeg dat je geen contact hebt op het achtenveertigste niveau? Nee, maar het is wel een zwakker, vager, onregelmatiger contact. Wanneer je het zesennegentigste niveau bereikt en slaagt voor de initiatie waarin je de focus op jezelf overwint, dan wordt het Christusbewustzijn je achtergrond. Het is niet iets waarmee je op afstand contact hoeft te maken. Op het vijfennegentigste niveau denk je nog steeds dat je op afstand contact maakt met het Christusbewustzijn. Wanneer je slaagt voor de initiatie op het zesennegentigste niveau en de focus op jezelf overwint, maak je geen contact met de Christus; Christus wordt de achtergrond, de norm.
Tot het zesennegentigste niveau is het alsof je een boek leest en je concentreert op de zwarte letters op de pagina. Op het zesennegentigste niveau verleg je de focus en ontdek je de witte pagina achter de letters. Je kunt de letters nog steeds zien, maar nu zie je de witte pagina en dat geeft je een ander perspectief. Wat er ook op de wereld gebeurt, wat er ook in je leven en bewustzijn gebeurt, er is een ander perspectief, want wat is de focus op het zelf waar we het over hebben?
Het is een identificatie met iets op deze wereld. En op het zesennegentigste niveau laat je die identificatie sterven. Je laat de doden de doden begraven. En je wilt niet alleen Christus volgen, maar je laat ook je identiteitsgevoel sterven dat je geen Christuswezen bent en je wordt in Christus herboren met een nieuw identiteitsgevoel. Dit zijn maar woorden, dat weet ik, en ik voel dat sommigen van jullie de woorden niet helemaal begrijpen, maar toch, op het zesennegentigste niveau komt een punt waarop er iets verschuift en jij jezelf op een nieuwe manier ziet omdat de dingen die vorige week nog belangrijk voor je waren, ineens niet meer dezelfde betekenis hebben. Het is alsof jij je hebt losgemaakt van dat zelfgevoel. Dit betekent niet dat je geen actieve rol meer in het leven kunt hebben. Het betekent niet dat je geen gezin, geen relatie, enzovoort kunt hebben. Maar dit bepaalt niet wie jij bent. Niets op aarde bepaalt wie jij bent.
Het mentale beeld van Christusschap
Wat betekent dat? Wat hebben we de afgelopen decennia gezien, of waar hebben we het in voorgaande dispensaties over gehad: persoonlijk Christusschap? We hebben gezien dat veel mensen twee dingen hebben gedaan.
Ten eerste hebben ze niet gekeken naar: “Wat is mijn angst om Christusschap te uiten?” Ze hebben de psychische weerstand die ze voelen, niet aangepakt. Maar ten tweede hebben ze een mentaal beeld gevormd van wat Christusschap voor hen betekent. Ze vormen volgens de cultuur van hun spirituele beweging en leer in gedachten een beeld: “Zo hoor ik te zijn als de Christus.” Je kunt dan bij wijze van spreken proberen jezelf te dwingen om aan dat beeld te voldoen. Maar wat is het zelf waar ik het net over had dat moet sterven voordat je de focus op jezelf kunt opgeven? Zelfs op het vijfennegentigste niveau heb je nog een restant van dat zelf over dat is ontstaan als reactie op deze wereld, en dat je een mentaal beeld oplegt van hoe je zou moeten zijn. Je bent, zoals ik zei, opgevoed in een samenleving die je niet aanmoedigt om Christusschap te uiten, maar dit juist ontmoedigt. Dat betekent dat je een beeld van buiten hebt overgenomen, maar door je spirituele studies heb je misschien ook een innerlijk beeld gevormd van wat het betekent om de Christus te zijn.
En zolang je probeert aan dat beeld te voldoen, kun je niet de Christus zijn. Je kunt doen alsof je de Christus bent. Je kunt lopen als de Christus, praten als de Christus, denken als de Christus, je voelen als de Christus, maar je bent niet de Christus.
Je verhouden tot iets wat buiten deze wereld ligt
Wanneer de focus op jezelf verdwijnt, kun je, zoals sommigen van jullie hebben ervaren, een periode doormaken waarin je het gevoel hebt: “Ik ben niemand. Wie ben ik? Ik weet niet meer wie ik ben. Ik heb geen meningen meer. De dingen die vroeger belangrijk voor me waren, zijn dat nu niet meer.” Je kunt bijna het gevoel hebben dat het leven saai wordt. Het is alsof je het leven door een mist van afstand ervaart. Je kunt je nergens echt mee bezighouden en dat is een begrijpelijke reactie en het kan tijd kan kosten om dit te verwerken. Dat hoeft niet per se op het zesennegentigste niveau te gebeuren. Dat kan ook op hogere niveaus, maar voor sommigen van jullie kan het zijn dat jij je precies op het vijfennegentigste of zesennegentigste niveau bevindt. Je hebt het grootste deel van de focus op jezelf losgelaten, maar niet alles. Wanneer je die focus op het zelf loslaat dat je in relatie tot de wereld hebt gezien, dan word je herboren met een nieuw zelfgevoel, waarin je jezelf ziet in relatie tot je IK BEN Aanwezigheid.
Op het zesennegentigste niveau heb je misschien geen volledig heldere ervaring van je IK BEN Aanwezigheid, maar het is alsof jij in plaats van je te verhouden tot de wereld je verhoudt tot iets dat buiten de wereld ligt. En dat is een duidelijke verschuiving.
Ontdekken van de IK BEN Aanwezigheid versus bepalen wie de IK BEN Aanwezigheid is
Wees nu voorzichtig, want we hebben vroeger ook gezien dat studenten van de geascendeerde meester een mentaal beeld van hun IK BEN Aanwezigheid hebben gevormd. Je ziet dat je IK BEN Aanwezigheid boven, ver van je verwijderd is. Maar je hebt een mentaal beeld van hoe het is, vooral in de I AM Movement, waarin ze meer een bijna goddelijk beeld van de IK BEN Aanwezigheid hadden. Maar zo’n beeld zal je er juist van weerhouden om contact te maken met de Aanwezigheid, want wat gebeurt er eigenlijk in Christusschap? Wat heb ik tweeduizend jaar geleden gezegd? – “Ik kan zelf niets, zoals ik de Vader in mij hoor, spreek ik”, enzovoort. Wat betekent dat? Het betekent dat jij je bevrijdt van de beelden waarmee je bent opgevoed over hoe je niet de Christus moet zijn. Je bevrijdt je van de beelden die je hebt gevormd toen je het spirituele pad volgde over hoe je de Christus moet zijn.
Maar je bevrijdt je IK BEN Aanwezigheid ook van de beelden die je op het spirituele pad hebt gevormd over wat of hoe de IK BEN Aanwezigheid is. En dat betekent dat je als de Christus geen specifieke persoonlijkheid hebt. Je hebt geen specifieke meningen. Veel studenten denken dat je altijd het juiste standpunt hebt, dat je de waarheid over elk aards vraagstuk in pacht hebt en dat je die waarheid zelfs in zwart-wittermen kunt uiten wanneer je Christusschap bereikt. Je hebt altijd gelijk. Maar wanneer je Christusschap bereikt, streef je er niet naar om gelijk te krijgen of anderen ongelijk te geven. Je hebt geen vooropgezet beeld van hoe je zou moeten zijn, wat je zou moeten zeggen. Je laat het gewoon stromen. Wanneer je het zesennegentigste niveau bereikt, is het belangrijk om na te denken over een verschuiving in hoe jij je verhoudt tot je IK BEN Aanwezigheid. Je ziet dan je IK BEN Aanwezigheid niet meer van een afstand, maar je kunt ook nadenken over hoe jij je tot de Aanwezigheid verhoudt omdat je op het punt komt waarop je de Aanwezigheid toestaat om zich door jou heen te uiten zonder van tevoren te weten wat die zal uiten. Je bent bij wijze van spreken op zoek naar je eigen IK BEN Aanwezigheid in plaats van een vooraf bepaald beeld dat je hier hebt gevormd.
De open deur zijn – niets meer en niets minder
Maar hoe ontdek je de individualiteit van je IK BEN Aanwezigheid? Er zijn studenten die dachten: “O, wanneer ik Christusschap bereik, kan ik mijn IK BEN Aanwezigheid daarboven duidelijk zien.” Maar zo werkt het niet, zoals we al eerder hebben laten doorschemeren. De Bewuste Jij zal de IK BEN Aanwezigheid nooit van afstand ervaren. Je zult nooit een visioen krijgen van de individualiteit van je IK BEN Aanwezigheid boven. De Bewuste Jij kan de individualiteit van de IK BEN Aanwezigheid alleen ervaren als die zich uit door jou en je vier lagere lichamen. Je ervaart het wanneer die zich uit. Als je van tevoren zou kunnen weten wat hij gaat zeggen, dan is dat eigenlijk niet de hoogste uiting van Christusschap. Christusschap is eigenlijk dat je neutraal bent, de open deur bent zonder filter. Ik zeg niet dat je dit op het zesennegentigste niveau kunt bereiken, maar ik zeg wel dat je kunt beginnen te snappen dat dit het doel is en dat de enige manier om hogerop te komen is dat je alle filters die je hebt, verwijdert, zodat je op een punt komt dat wat er ook gebeurt, jij de open deur bent – niets meer en niets minder.
Omdat je geen mening hebt over hoe de IK BEN Aanwezigheid zich zou moeten manifesteren. Je bent tevreden om toe te kijken hoe het zich ontwikkelt. En als je echt verschil wilt maken op een turbulente wereld, dan is dat de manier om het grootste verschil te maken dat je kunt maken. Maar om dit echt te kunnen, om dit te bereiken, is het niet iets wat je doet, maar iets wat je tot stand laat komen.
De Christus zal zich nooit aanpassen
Nogmaals, het is goed om hierover na te denken. Je hebt nog maar beperkt de tijd in deze incarnatie. Deze incarnatie is een unieke kans om je Christusschap te uiten. Daardoor kun je op het punt komen waarop je een omslag maakt. Het is geen beslissing die je met je verstand neemt, maar je maakt een omslag omdat je beseft: “Ik heb nog maar beperkt de tijd, waarom zou ik er niet het meeste uithalen? Waarom zou ik me druk maken over wat er gebeurt, wat anderen denken, of ze zich beledigd voelen of niet? Waarom zou dat me iets kunnen schelen? Waarom zou ik niet zeggen dat ik in de tijd die me nog rest, gewoon de open deur wil zijn en uiten wat mijn IK BEN Aanwezigheid wil uiten. Ik wil me ervan verzekeren dat alles wat in deze situatie uitgedrukt kon worden, ook daadwerkelijk is uitgedrukt, wanneer ik dit lichaam verlaat. Wat er ook gebeurt.”
Er is een populaire uitdrukking ‘het zal de duivel een zorg zijn’. Maar je zou ook kunnen zeggen: Het zal de Christus een zorg zijn. Wat zou de Christus zich aantrekken van de reacties van mensen? Want wat is de Christus? Wat is de Christus? Datgene wat mensen helpt om hun huidige zelfbeeld te transcenderen. Hoe kan de Christus hen helpen om hun huidige zelfbeeld te transcenderen dat die beelden en verwachtingen projecteert als de Christus zich conformeert aan de mentale beelden van mensen zoals we al vaker hebben gezegd? De Christus kan zich per definitie niet aanpassen aan welke samenleving dan ook. Het maakt niet uit wat voor samenleving het is. De Christus zal zich nooit aanpassen. Let op, want dit betekent niet dat de Christus zich altijd zal verzetten. De Christus gaat geen dualistische strijd aan met mensen die een dualistische manier van denken hebben. De Christus probeert niet te bewijzen dat ze ongelijk hebben of dat hij gelijk heeft. Maar hij past zich niet aan.
Deze boodschapper zat vele jaren geleden in de kapel van The Summit Lighthouse toen de boodschapper Elizabeth Clare Prophet een informeel praatje hield. Zonder zich er volledig van bewust te zijn zei ze dat, hoewel ze een gemeenschap van zeer spirituele mensen hadden, Christus vervolgd zou worden als hij deze gemeenschap zou betreden. Hij nam dat ter harte, want dit was een gemeenschap die daadwerkelijk over Christusschap spreekt, maar ze hadden zowel individueel als collectief een mentaal beeld van wat het betekende om de Christus te zijn. Ze dachten dat de Christus, als hij hun gemeenschap zou betreden, zich zou aanpassen aan het beeld dat zij hadden van Christusschap. Maar hoe zou de Christus hen dan helpen hun huidige zelfbeeld te transcenderen dat niet op het niveau van Christusschap was? Je zou, of liever de mensen die lid waren van The Summit Lighthouse, geschokt zijn als ze beseften hoe weinig mensen in The Summit Lighthouse het zesennegentigste niveau zelfs maar naderden, terwijl veel mensen dachten van wel.
Wat voor gemeenschap het ook is, wat het collectieve bewustzijn ook is, welke beelden mensen ook van de Christus hebben, de Christus zal zich nooit aanpassen, want dan kan de Christus je niet helpen je huidige zelfgevoel te transcenderen. Je zou bijvoorbeeld kunnen zeggen dat als jij je op het hondervierenveertigste bewustzijnsniveau bevindt en nog maar één illusie over hebt, dan zou ik, die aan jou verschijn als de Christus uit het geascendeerde niveau, me niet aan dat beeld aanpassen. Want hoe zou ik je dan kunnen helpen om dat te transcenderen? Daarom is het uiterst belangrijk om te beseffen dat je, wanneer je slaagt voor die initiatie, de focus op jezelf loslaat; Christusschap manifesteert. Je bent de Levende geïncarneerde Christus, maar niet helemaal volledig wat je zou kunnen zijn. Daarom moet je voortdurend naar jezelf kijken, naar je psychische problemen, en zoeken wat je moet transcenderen. Eén ding tegelijk, natuurlijk. We vragen je niet om van het zesennegentigste naar het hondervierenveertigste niveau te springen. Als jij je Christusschap niet uitdrukt op het zesennegentigste niveau, dan kun je niet verder klimmen. Je kunt wel iets bereiken, maar als jij je toch voor de wereld verborgen wilt houden, kun je niet verder komen dan dat niveau.
Want wat is Christusschap? Dat jij in de stroom van boven naar beneden bent, van je IK BEN Aanwezigheid en de geascendeerde meesters, door jouw wezen naar deze wereld. Die stroom vereist dat je geleidelijk alle beelden, al het zelfgevoel dat je hebt, loslaat, van het zesennegentigste naar het zevenennegentigste naar het achtennegentigste niveau, enzovoort. Het is een voortdurend proces totdat je klaar bent om te ascenderen. Er is geen ultiem niveau van Christusschap, geen ultieme uiting van Christusschap.
Als Christus incarneren
Je kunt er baat bij hebben als je nadenkt over het concept incarnatie wanneer je deze niveaus bereikt. Dit vereist een kleine verschuiving, want wat hebben we jullie verteld? Je hebt een spiritueel pad ontdekt, misschien op het achtenveertigste niveau, misschien ben je op een hoger niveau in dit leven en heb je het ontdekt, maar uiteindelijk ben je op een bepaald moment in het verleden op het zevenenveertigste niveau gekomen en heb je de illusie daar doorzien en opnieuw contact gemaakt met iets wat je verstand te boven gaat en dat is het moment waarop je aan het spirituele pad bent begonnen en je steeds bewuster geworden van waarmee je verbonden bent, wat leidt tot eenheid met datgene waarmee je verbonden bent. Je zou kunnen zeggen dat eenheid wordt bereikt op het zesennegentigste niveau, maar geen volledige eenheid, maar in ieder geval een bewust besef van je Aanwezigheid, zoals ik heb gezegd, de witte bladzijde onder de letters die in je vier lagere lichamen zijn geschreven.
En op het zesennegentigste niveau heb je de potentie om incarnatie te accepteren, maar de vereiste verschuiving om naar het zesennegentigste niveau te kunnen klimmen, is waar je aandacht op gericht is. Die is dat je steeds hoger klimt. Je gaat omhoog, zoals we hebben gezegd, van het achtenveertigste naar het zesennegentigste niveau; het is alsof je een raket bouwt die je boven de zwaartekracht van het collectieve bewustzijn brengt. Je gaat omhoog, alles in je geest is erop gericht om steeds hoger, hoger, hoger te gaan. Maar wat wil de Christus doen? Hij wil naar beneden komen, binnenkomen. In wat? Incarneren. De Christus wil zich op de wereld manifesteren om te helpen mensen te bevrijden. Maar vanwege de Wet van Vrije Wil moet de Christus zich manifesteren door iemand geïncarneerd is en dat niveau van Christusschap heeft bereikt.
En daarom kun je op het zesennegentigste niveau, zoals ik zei, niet echt groeien als jij je blijft richten op omhooggaan. Je zou kunnen zeggen dat je onder het zesennegentigste niveau wel het pad kunt bewandelen, de cursus in zelfmeesterschap doen, en de ene stap na de andere kunt zetten, terwijl je steeds gefocust blijft op steeds hoger komen. Maar je kunt niet zeggen: “Ah, ik concentreer me op de overgang van het zesennegentigste naar het zevenennegentigste niveau. Wat is de initiatie? Meesters, wanneer komen jullie met een vervolg op de cursus in zelfmeesterschap dat me van het zesennegentigste naar het zevenennegentigste niveau en hoger brengt, helemaal tot het hondervierenveertigste niveau? Kom op met die boeken zodat ik het stap voor stap kan doen.” Maar zo werkt het niet, want op het zesennegentigste niveau moet je de focus van je intentie omkeren om hogerop te kunnen komen. Nogmaals, je denkt niet aan vooruitgang vanaf hier en ook niet aan naar beneden gaan, maar je denkt na over hoe je de open deur kunt zijn waardoor Christus zich kan uiten. En zoals ik al zei, Christus wil afdalen naar mensen met een lager bewustzijnsniveau en hen iets geven wat hen kan helpen om naar het volgende niveau te stijgen.
De mensen bereiken die zich in jou kunnen herkennen
En dit zal afhangen van jouw persoonlijke achtergrond. Met welke andere mensen ben je opgegroeid, niet eens in dit leven, maar andere? Zoals de boodschapper al meerdere keren heeft gezegd, weet hij dat er mensen zijn die hij moeilijk kan bereiken omdat hij niet dezelfde achtergrond heeft als zij. Hij heeft bijvoorbeeld geen diepgaand traumatische jeugd gehad, geen verslaving, geen ernstige trauma’s of wat dan ook. Maar veel van jullie wel. En daarom kan de Christus iets door jullie uiten wat hij niet door deze boodschapper kan. Jullie hebben allemaal je eigen persoonlijke Christuspotentieel om mensen te bereiken die zich met jou kunnen identificeren omdat ze zien dat jij dezelfde ervaringen hebt gehad als zij. Daarom vragen we jullie niet om af te dalen naar hun bewustzijnsniveau, maar vragen we jullie om je te richten op: “Hoe kan ik anderen helpen?” We zouden kunnen zeggen dat je van het achtenveertigste tot het zesennegentigste niveau groeit door anderen te negeren, het collectieve bewustzijn te negeren, en te zeggen: “Ik ben bereid om verder te komen, zelfs als anderen dat niet willen.”
Zodra je voor de initiatie op het zesennegentigste niveau bent geslaagd, hoef jij je niet langer te richten op de groei van het zesennegentigste naar het zevenennegentigste niveau. Je richt je op het helpen van anderen en vervolgens op je eigen reactie wanneer je anderen helpt. Merk je een reactie bij jezelf? Dan richt jij je daarop, je realiseert je dat dit weer een zelf is, je laat hem los, en zo stijg je naar het volgende niveau boven het zesennegentigste. Je leert bij wijze van spreken door te doen, je leert door je te uiten, je leert door anderen te helpen, je helpt jezelf door anderen te helpen, door te proberen het geheel te verheffen, want dat is wat de Christus is.
Ga je het geheel verheffen of jezelf?
De Christus is niet op zichzelf gericht, de Christus is gericht op het helpen van anderen, op het verheffen van het geheel. En als je die verschuiving niet maakt op het zesennegentigste niveau, dan kun je vanaf dat niveau weer zakken omdat je nog steeds op jezelf gericht bent. Je gebruikt dan wat je ook maar bereikt hebt, het contact met het Christuslicht, om een beeld van jezelf als gevorderde spirituele student te bevestigen. Door deze houding kun je zelfs onder het achtenveertigste niveau zakken en een valse leraar worden die beweert dat hij over bepaalde vermogens beschikt en misschien heb je die ook wel ontwikkeld, maar je doet het allemaal voor jezelf, om jezelf te verheffen. Er komt een moment waarop je het licht dat je tijdens je klim hebt verzameld, hebt verbruikt en volgelingen nodig hebt die je als een speciale goeroe aanbidden om energie bij hen te halen. Je ziet dat veel New Age goeroes, veel oosterse goeroes, in die situatie zitten.
Ze hebben de focus op zichzelf niet opgegeven, maar ze probeerden het zelfbeeld dat ze gevorderde spirituele studenten zijn, groter te maken. Je zou kunnen zeggen dat er niets mis is met het opbouwen van een beeld van jezelf als gevorderde spirituele student terwijl je naar het zesennegentigste niveau klimt; het is min of meer onvermijdelijk, de prijs die je betaalt om succesvol te zijn. Er komt echter een moment op het zesennegentigste niveau waarop de enige manier om de focus op jezelf te overwinnen is dat je het zelfbeeld loslaat, wat het ook is, hoe jij jezelf ook ziet, wat je hebt bereikt, hoever je gevorderd bent. Je moet dat loslaten, dat opgeven en beseffen: “Ik dacht dat ik een gevorderd spiritueel zelfbeeld had opgebouwd en dat betekende dat ik iets met dat zelf kon doen.” En dat kun je ook, maar je kunt niet de Christus zijn met dat zelfbeeld. Daarom moet je op een punt komen waarop je zegt: “Ik ben bereid dit op te geven om Christus te volgen, wat kan het je schelen? Volg mij.” En je moet toegeven: “Ik dacht dat ik iets met dat zelf kon doen en natuurlijk kan ik ook iets op deze wereld doen, want ik ben verder gevorderd dan mensen op het achtenveertigste niveau of lager, dus ik kan de wereld intrekken en mezelf als goeroe profileren en aanhang krijgen.” Dat kun je doen, maar geleidelijk zul je het contact met de Christusgeest verliezen.
Op een bepaalde manier kun je dus iets doen met dat zelf, maar op een andere manier kan ik met dat zelf niets doen, niets wat de Christus doet, want wat de Christus doet is in zekere zin Christus zijn. Het is niet zo dat de Christus iets wil doen, andere mensen wil veranderen, een specifiek resultaat wil bereiken. Zoals andere meesters hebben gezegd: de Christus is. De Christus is niet verbonden met de stroom van het leven, Christus is de stroom van het leven. Hij wil zich alleen maar uiten, hij wil alleen maar stromen en als er een obstakel is, stroomt hij eromheen. De Christus heeft dus geen vastomlijnd beeld van wat er op de wereld moet gebeuren, wat er met andere mensen moet gebeuren. Je bent er alleen maar op gericht om de stroom door je heen te laten stromen, in welke vorm ook en wat het resultaat ook is. Je focus is maar op één ding gericht: de stroom in stand houden, de stroom vergroten.
Je zelfbeeld opbouwen versus de open deur zijn
Wanneer jij je op jezelf richt, denk je dat je, als jij je Christusschap, je huidige bewustzijnsniveau, uitdrukt, dat doet om je zelfbeeld te bevestigen en op te bouwen, en niet om anderen te helpen. Je denkt misschien dat je anderen wilt helpen, maar in werkelijkheid doe je het om je eigen zelfbeeld te versterken. Wanneer je dat loslaat, wanneer je dat laat sterven, ben je niet gefocust op resultaten, ben je niet gefocust op het veranderen van anderen omdat je niet gefocust bent op het veranderen van je eigen gemoedstoestand, je eigen zelfbeeld via anderen. Je bent zelfs niet gefocust op je eigen zelfbeeld.
Je ziet jezelf als de open deur, je laat de Christus door je heen stromen. Als die anderen helpt, geniet je daar natuurlijk van, je vindt daar voldoening in, maar als die anderen niet helpt, dan raak je niet ontmoedigd. We kunnen het ook anders bekijken. Ik probeer je verschillende perspectieven te bieden, zodat sommigen van jullie nu misschien wel zien wat ze de eerste keer toen ik het uitlegde, niet hebben gezien. Sommigen zullen zeggen dat ik mezelf herhaal, maar is dat wel zo? Of help ik gewoon verschillende groepen mensen om het te begrijpen omdat ze het een ander perspectief nodig hebben? Je kunt dus zeggen: als je een beeld hebt van hoe jij je Christusschap moet uiten, dan heb je ook een beeld van de manier waarop anderen daarop zouden moeten reageren. Daarom heb je, zoals ik al zei, angst voor wat er zal gebeuren als jij je Christusschap uit: dat ze je zullen veroordelen en neerhalen. Maar wanneer je die angst overwint, kun je nog steeds een beeld hebben van hoe je anderen hoort te helpen, hoe ze daarop horen te reageren, hoe ze je zouden moeten zien, dat jij speciaal bent, dat jij hen helpt, dat jij dit bent, dat jij dat bent.
De stroom in stand houden en vergroten
Bijvoorbeeld: Zoals de boodschapper gisteren heeft gezegd, kwam hij naar de aarde met het syndroom dat hij de prins op het witte paard zou zijn. Je zou jezelf dus kunnen zien als iemand die zijn Christusschap uit en dat de mensen jou zouden moeten zien als de prins op het witte paard. Ik had een vergelijkbare visie toen ik naar de aarde kwam, alleen was mijn witte paard witter dan dat van de boodschapper. Er komt een moment waarop je die focus op jezelf laat sterven en Christus door je heen laat stromen zonder de resultaten te beoordelen – wat betekent dat?
Je zou de stroom niet stoppen. Wanneer je bang bent dat je gedood wordt als jij je Christusschap uit, dan kun je besluiten dat je de stroom afsnijdt om te voorkomen dat je gedood wordt. Als je een specifiek beeld hebt van hoe je andere mensen moet helpen en hoe zij zouden moeten reageren, dan kun je ook zeggen dat je de stroom moet stoppen als je die reactie niet krijgt; dat je een andere manier moet vinden om de gewenste resultaten te bereiken. Maar wanneer je die focus op jezelf loslaat, dan stel jij je open voor de stroom en realiseer jij je dat jouw primaire taak als Christus is dat je de stroom in stand houdt en vergroot wat de resultaten ook zijn, of het mensen nu helpt of niet. Je laat de stroom nooit stoppen. Je laat nooit iets op deze aarde de stroom stoppen. Wat is de antichrist? Het is de macht van deze wereld, de prins van deze wereld, die er alles aan zal doen om te voorkomen dat de Christus zich op deze wereld manifesteert. Dood alle mannelijke baby’s die in het afgelopen jaar geboren zijn om te voorkomen dat de Christus geboren wordt. Neem de christelijke kerk over en sticht de Rooms-Katholieke Kerk om Jezus te verheffen tot de status van enige Zoon van God, zodat niemand hem nog als voorbeeld kan zien en het aandurft om het Christusschap dat hij heeft getoond te uiten.
Wat ze je ook persoonlijk kunnen aandoen, ze zullen op jou projecteren: “Toon je Christusschap niet.” En als je dat toch durft, zullen ze op jou projecteren dat jouw uiting van Christusschap moet voldoen aan een norm die is vastgesteld door de gevallen wezens, door de antichrist. En als het niet aan die norm voldoet, mag jij je Christusschap niet meer uitdragen. Maar jij zegt: “Wat maakt mij dat uit? Ik zal gewoon zijn.” En dan komt er een moment waarop je geen specifiek resultaat meer verwacht van de uiting van je Christusschap, want het voornaamste resultaat is de uiting van het Christusschap, dat het licht stroomt, dat de woorden naar buiten stromen, niet het resultaat.
De Alpha en Omega van Christusschap
Zoals ik al vaker heb gezegd, zou je aan het einde van mijn missie, na mijn dood aan het kruis, kunnen zeggen: “Die Jezus heeft volledig gefaald. Er waren maar een paar mensen die hem opmerkten, maar zelfs zij waren ontredderd na zijn dood. Zijn discipelen wisten zelfs niet wat ze moesten doen.” Er waren duistere krachten die zeiden: “Ha! We zijn van hem af en hij heeft niets bereikt.” Maar dat komt allemaal omdat de prins van deze wereld niet eens kan begrijpen wat de Christus is.
Die is altijd gericht op resultaten en omstandigheden. Die kan zich niet voorstellen dat je alleen maar licht kunt uiten.
Er zijn dus twee aspecten van het Christusschap. Het ene is de Alpha. Je laat het licht gewoon stromen. De Omega is dat je het licht richt op specifieke omstandigheden waarmee je vertrouwd bent vanwege je achtergrond. Zoals ik al zei, ben je misschien opgegroeid met mensen die een bepaald probleem hebben. Daarom laat jij je Christusschap stromen om deze mensen te helpen. En je kunt je natuurlijk richten op een specifiek persoon die je al jaren kent en probeer je hem of haar te helpen. Maar zelfs als die persoon daar niet op reageert, stop je niet met het uiten van je Christusschap. Je gaat gewoon verder met andere mensen. Er zijn altijd anderen die je kunt helpen.
Sommigen van jullie kunnen Christusschap uiten door bepaalde autoriteiten op de wereld uit te dagen. Jullie hebben gezien dat ik de Schriftgeleerden en farizeeërs heb uitgedaagd. Dat is ook een manier om Christusschap te uiten. Maar wees daar voorzichtig mee, want het is lastig. Je kunt namelijk meegezogen worden in een reactie op deze mensen omdat ze zich vaak tegen jou zullen verzetten. Ze zullen je kleineren. Ze zullen proberen je belachelijk te maken. Maar de Christus verdedigt zich niet. Dat is de hele les voor mij: mezelf laten arresteren, veroordeeld en gekruisigd worden.
Laat het licht stromen
De Christus blijft het licht uitstralen. Het betekent niet dat je fysiek gekruisigd of gedood hoeft te worden. De Christus laat het licht gewoon doorstromen. Er kunnen zich verschillende situaties voordoen. Soms wil je een gesprek aangaan met mensen om hen te helpen. Maar je doet dat niet met een vooropgezette verwachting van een resultaat. Je bent niet gehecht aan de uitkomst, zoals de Boeddha zegt. Je doet het juiste, maar je bent niet gehecht aan de vruchten van je daden. Je doet in zekere zin iets zonder het te doen. Vanaf de buitenkant lijkt het alsof je deelneemt aan het gesprek, maar je identificeert je er niet mee. Je bent niet gehecht aan een uitkomst. En wat de uitkomst van het gesprek ook is, je laat niet toe dat de stroom door je heen stopt.
Heel veel mensen in organisaties van geascendeerde meesters of spiritualiteit denken ten onrechte dat Christusschap de allerhoogste staat is en dat je, zodra je die bereikt, volledig de Christus bent. Maar Christusschap is dat je de open deur bent voor de stroom van boven, die van de Christusgeest komt; van de geascendeerde sfeer van al diegenen die vóór jou zijn geascendeerd en die Rivier van Leven hebben gevormd. Christusschap wordt bereikt wanneer je een zekere mate van die stroom door je heen laat stromen. Christusschap wordt in stand gehouden door de stroom nooit te stoppen, door de deur verder open te zetten zodat er meer door jou heen kan stromen. Het is een oneindig proces zolang je geïncarneerd bent, en zelfs daarna, maar dat is op dit moment niet onze zorg. Maak het verschil in een turbulente wereld. Wees de Christus. Blijf de Christus. Laat die gewoon door je heen stromen, ongeacht de resultaten.
De existentiële uitdaging van Christus
Misschien bevind je je op een lager bewustzijnsniveau, onder het zesennegentigste, en ben je nog niet klaar voor de initiatie waar ik het over heb, maar je kunt nog steeds decreten en invocaties opzeggen. Je kunt het licht daardoor laten stromen. En zelfs als je niet de fysieke resultaten ziet die je graag zou willen zien, zoals een einde aan een oorlog of wat ook maar, laat je daardoor dan niet ontmoedigen.
Je laat je er niet door tegenhouden. Je blijft het licht laten stromen, want door het licht te laten stromen groei je. Nog één ding. Er is een existentiële uitdaging voor de Christus. De existentiële uitdaging is dat Christus de Ene Geest is, de onverdeelde Geest. En de rol van de Christus is mensen te helpen terugkeren naar eenheid. Maar de mensen die moeten terugkeren naar eenheid, bevinden zich natuurlijk niet in eenheid. En daarom ervaren ze geen eenheid. Christus voelt het wel, maar de mensen die Christus moet helpen, voelen het niet. Hoe kan Christus hen helpen? Een van de manieren op aarde is woorden, leringen in woorden. Er is iemand die zich mentaal niet kan afstemmen op de Christus, op de Christusgeest. Er is een kloof en vanwege vrije wil kan de Christusgeest die persoon niet dwingen om de Christusgeest te ervaren. De persoon moet ervoor kiezen om een bepaalde illusie los te laten, zodat hij of zij een uiting van de Christusgeest kan voelen. Christus kan die persoon een aantal woorden geven zodat die persoon die woorden in zich op kan nemen of misschien zelfs bepaalde wonderen verrichten zoals ik tweeduizend jaar geleden deed, maar zoals we hebben gezegd, doet de Christus dit tegenwoordig eigenlijk niet meer.
Maar als Christus bijvoorbeeld op een bepaalde manier kan spreken die een bepaald licht uitstraalt dat verder reikt dan de woorden. Toch zijn woorden voor veel mensen de enige manier om hen te helpen. De Christusgeest voelt eenheid, maar hoe druk je die eenheid in woorden uit bij mensen die de ervaring niet hebben? Kun je de smaak van een appel zo goed beschrijven dat iemand door die beschrijving te lezen de smaak van een appel proeft? Je kunt misschien zo’n goede beschrijving geven dat iemands mond begint te watertanden, maar hij zal niet ervaren hoe een appel proeft. Maar je kunt wel een beschrijving geven die de persoon het verlangen geeft om de directe ervaring te krijgen en doet wat nodig is om die ervaring te krijgen. Maar de uitdaging is: wat is het dualiteitsbewustzijn? Wat is de illusie dat je gescheiden bent? Zoals we al vaker hebben gezegd, gebruik je dan het conceptuele denken om een ervaring in je hoofd te maken.
Sommigen kun je helpen, anderen niet
Wanneer jij jezelf ziet als een verbonden wezen, als een medeschepper, dan gebruik jij je gedachten om iets te maken binnen het kader van wat je ziet door middel van die verbinding. Je schept iets mede omdat je werkt met de schepping die er al is. Als je gescheiden bent en in de dualiteit dan denk je dat je gedachten een realiteit kunnen scheppen in plaats van je te verbinden met een realiteit die je niet hebt geschapen en ook niet zou kunnen scheppen. De wezenlijke uitdaging van Christus is dat je mensen laat zien dat wat hun geest heeft geschapen niet echt is, ook al ervaren ze het als totaal echt. Dat is de existentiële uitdaging van Christus. En naarmate jij je Christusschap begint te uiten zul je ervaren wat ik meerdere keren heb ervaren tijdens mijn missie en wat ik zelfs meerdere keren heb verwoord, en vaak voelde ik een zekere wanhoop omdat de mensen niet reageerden. En ik zag dat veel mensen dat wel wilden. Ik kijk naar jullie hier. Jullie willen allemaal hogerop komen. Sommigen van jullie begrijpen het, anderen niet. Ik zou natuurlijk graag willen dat jullie het allemaal begrijpen en jullie zullen hetzelfde gevoel hebben wanneer jullie je Christusschap beginnen te uiten. Sommige mensen kun je helpen, anderen niet, maar je zou eigenlijk willen dat je iedereen kon helpen.
Misschien heb je zelfs een zelf gevormd voordat je naar de aarde kwam omdat je dacht dat je iedereen moest kunnen helpen en als je dat niet kunt, dan ligt het aan jou. Er staan verhalen in de Bijbel dat ik veertig dagen in de woestijn verbleef en door de duivel werd verleid. Maar de verleidingen die daarin beschreven worden, zijn niet de echte verleidingen, want de echte verleiding van de duivel was vergelijkbaar met de demonen van Maya die de Boeddha ook hebben uitgedaagd. Jij hebt iets bereikt wat het begrip van mensen op aarde zo ver ontstijgt dat niemand je zal kunnen begrijpen.
Ga weg, Satan!
Wanneer je de ervaring van de Christusgeest bereikt, voel je het contrast tussen wat je vroeger had en wat je nu hebt en zie je het contrast tussen waar mensen zich bevinden en waar jij je bevindt. En de duivel zal je proberen te verleiden door te zeggen: “O, je kunt hen nooit helpen om die kloof te overbruggen. Ze zullen het niet snappen. Wat je ook zegt, ze zullen het niet snappen.” En dan ga je naar buiten en toon jij je Christusschap, en sommige mensen begrijpen dat niet; ze kijken je met een lege blik aan of ze stellen je de ene vraag na de andere, wat aantoont dat ze het echt niet snappen. Ze proberen het alleen verstandelijk te begrijpen. Ze lijken op de Schriftgeleerden en farizeeërs.
En dan fluistert de duivel in je oor: “Zie je, het is zinloos. Het is zinloos om de Christus op aarde te zijn. Ik heb ze al. Jij zult ze niet kunnen bevrijden.” Daar zijn twee reacties op mogelijk. Ten eerste: “Ik ben niet degene die het doet. Ik laat de stroom alleen maar door me heen gaan. Het maakt me niet uit of ze bevrijd worden of niet.” Maar de andere reactie is: kijk de duivel recht in de ogen en zeg: “Dus je erkent dat ik Christusschap heb bereikt. Hoe is dat in vredesnaam gebeurd? Als ik Christusschap kan bereiken, kunnen anderen dat ook. En misschien wel sneller als ze mij als voorbeeld zien. Waar heb je het over? Ga weg. Ga achter me, Satan, want jij bent een aanstoot voor mij. Jij houdt niet van wat God is – de waarheid dat al het leven één is – maar wat van mensen is.”
“O, alles is gescheiden en het zou nooit anders kunnen zijn” – de illusie van de gevallen wezens is dat ze een permanente staat van gescheidenheid van de Ene Geest hebben gecreëerd. Net als een schrijver die begint met een blanco vel papier, een gedicht schrijft en denkt dat hij de witte pagina voorgoed heeft veranderd, de witte pagina heeft uitgewist. Niemand kan naar die pagina kijken zonder zich te concentreren op de letters en de betekenis ervan. Niemand kan verder kijken dan de woorden en de witte pagina zien. Maar jij wel. Christus kan dat. Christus ziet dat niets permanent is.
Je zult sterven. Wat kan het je schelen als mensen je in de laatste jaren van je leven veroordelen, als ze je Christusschap veroordelen, als ze niet op je Christusschap reageren? Je kunt in ieder geval zeggen: “Ik heb de stroom door me heen laten stromen in de tijd die me nog restte. Wat maakt mij dat uit? Ik zal er altijd zijn.”
Genieten van de interactie met Jezus
In vroegere dispensaties geloofden de studenten vaak dat wij hoogverheven wezens boven waren en dat een dictaat heel bijzonder was omdat wij van grote afstand kwamen en onszelf via de boodschapper uitdrukten. En daarom zijn we onbewogen. Het kan ons eigenlijk niets schelen. We bevinden ons gewoon in een zeer verheven staat van bewustzijn. Wij willen niets van jullie. En zoals we al hebben gezegd, is er ook niets wat we van jullie willen. Ik heb jullie aandacht niet nodig. Ik heb jullie bevestiging niet nodig. Ik heb jullie energie niet nodig. Maar ik ben een Christuswezen. En wanneer ik naar de wereld kijk, veroordeel ik de wereld niet, oordeel ik niet over de wereld, haal ik die niet naar beneden.
Wat ik daarmee wil zeggen, is dat juist omdat ik altijd bij jullie ben, ik op de wereld ben maar niet van de wereld; ik als geascendeerd wezen geniet van en vind voldoening in de interactie met jullie zoals ik die nu heb. Ik zal ook voldoening vinden in de persoonlijke interactie met jullie, zonder de tussenkomst van de boodschapper. Maar toch geniet ik ervan en vind ik het bevredigend om deze interactie te hebben omdat ik jullie chakra’s kan gebruiken om iets te projecteren, maar ook om jullie te ervaren. Ik oordeel niet over jullie. Ik ervaar de expressie van de Ene Geest in jullie, in elk van jullie. Ik wil alleen maar overbrengen wat andere meesters ook hebben overgebracht. We staan niet ergens boven van verre tot jullie te spreken. We zijn hier en treden met jullie in wisselwerking.
En het is een tweezijdig proces, een interactief proces, een stroom in de vorm van een acht. Ja, ik heb niets van je nodig. Dat betekent niet dat ik niet van de interactie kan genieten. Daarom verzegel ik jullie nu in de Vlam van Vreugde die IK BEN. IK BEN Jezus Christus, IK BEN de geascendeerde meester Jezus Christus.