De persvrijheid en desinformatie in de media

Vraag: De media worden gezien als de vierde macht na wetgeving en uitvoerende en rechterlijke takken. In democratieën moeten ze onafhankelijk zijn. Helaas zijn de media in het bezit van privébedrijven en de informatie die wordt gepresenteerd, is soms bevooroordeeld, of in het belang van een bepaalde staat, of in het belang van een privébedrijf, of van financiële of politieke groepen. Wettelijke beperkingen over lasterlijke, onware inhoud worden vaak verboden ten behoeve van diezelfde, soms openlijk uitgesproken, onafhankelijkheid of de media. Wat kan de oplossing zijn? Zou het juist zijn om strengere regels op te leggen over de inhoud die de media publiceert?

Antwoord van Geascendeerde Meester Saint Germain, 2021 – Webinar voor Rusland:

We hebben het hier op diverse manieren al eerder over gehad, ook op de conferentie over Christusschap, maar toch blijft het een ingewikkeld probleem.

Het is een uitdaging voor alle moderne naties en de reden daarvoor is natuurlijk dat het internet het mogelijk maakt om alle ideeën, overtuigingen of beweringen te bevorderen. Dit is in het algemeen natuurlijk een groot voordeel, omdat het gemakkelijker wordt om kennis te verspreiden, ook leringen van geascendeerde meesters, die natuurlijk geen enkele kans maken bij de grote media of de belangrijkste publicatie-industrieën.

Je moet eenvoudig accepteren dat je geen vrijheid kunt geven zonder de mensen de kans te geven om vrijheid verkeerd te gebruiken en te misbruiken. Het is duidelijk dat de hoeveelheid desinformatie die de laatste jaren opzettelijk over het internet is verspreid, een niveau heeft bereikt waarop zelfs democratische naties het moeilijk vinden om die te negeren en de media totale vrijheid te geven.

Daarom zijn er naties die het concept haat zaaien hebben bedacht, als je bijvoorbeeld opzettelijk geweld tegen een bepaalde groep mensen aanwakkert, en daar zijn nu beperkingen voor gekomen. Je kunt zien dat na de verkiezingen in de Verenigde Staten, Facebook en andere platforms het nodig vonden om de inhoud te beperken van wat je erop kunt plaatsen en zelfs wat de mensen kunnen plaatsen.

Het is duidelijk dat dit een van de uitdagingen is die gewoon een onderdeel vormt van de voortdurende groei van vrijheid en kansen. Vrijheid gaat natuurlijk gepaard, zoals Portia heeft gezegd, met de angst om te mislukken, de angst voor alle kansen die je zou kunnen krijgen. Er zullen altijd mensen zijn die zeggen: “Maar kijk eens, wat heeft vrijheid van de media en het internet ons gebracht? Er wordt desinformatie verspreid, we moeten dit stoppen, we moeten dit inperken. En wie gaat dat doen? De staat natuurlijk.”

Ik zeg niet dat de staat dit niet kan doen. Maar je moet toegeven dat er voor er democratieën waren, men maar een heel beperkte drukpers had. Die was beperkt tot religie zoals de katholieke kerk of de staat. Een deel van een democratie bestaat eruit dat je de pers totale vrijheid geeft.

Nu was er natuurlijk nooit totale vrijheid, omdat er in plaats van kleine onafhankelijke kranten al gauw steeds grotere conglomeraten media begonnen op te komen en die hadden een bepaalde politieke agenda. In veel landen had elke politieke partij wel haar eigen krant die dingen publiceerde vanuit haar standpunt en daardoor heb je eigenlijk nooit helemaal totale persvrijheid gehad.

Maar je zou kunnen zeggen dat door de opkomst van het internet, iedereen de vrijheid kreeg om te publiceren wat hij wil en de mensen hebben de vrijheid om te kiezen wat ze willen bestuderen, wat zij opnemen.

Je begrijpt wel dat als de staat de persvrijheid begint in te perken, ik zeg niet dat dit niet in bepaalde mate zou moeten, dan moet jij je realiseren dat jij je op een glijdende helling begeeft die tot steeds meer controle op de media kan leiden, en waar houdt dat op? Dat eindigt in het scenario dat in het boek ‘1984’ wordt beschreven, waar de informatie totaal wordt beheerst zoals je grotendeels in de Sovjet-Unie zag. Er zijn altijd twee tegenovergestelde polariteiten, totale controle en de totale onbeperkte verspreiding van informatie en desinformatie. Wat is de oplossing?

De enig echte oplossing is het verhogen van het bewustzijn, zodat alle mensen Christusonderscheid krijgen en aan de vibratie kunnen voelen, maar ook op andere manieren, wat juiste informatie is en wat niet. Dit maakt deel uit van de reden dat wij het seminar over Christusonderscheid hebben gegeven aan de studenten van geascendeerde meesters om hun onderscheidingsvermogen te vergroten.

Ik zie wat er gebeurt eenvoudig als een onderdeel van het onvermijdelijke groeiproces waarin je verschillende fases hebt; waar veel onrust heerst, er is een bepaalde chaos, er is een bepaalde onzekerheid, omdat er een contrast bestaat tussen de valse informatie en juiste informatie. Het wordt een tijdlang moeilijker om het verschil tussen die twee te kennen, maar juist door te worstelen met het verschil, groeien de mensen in bewustzijn en onderscheidingsvermogen.

De ware oplossing is het verhogen van het onderscheidingsvermogen van de mensen. Kan de staat dat doen? In bepaalde mate wel, door educatie, maar zij kunnen het niet als ze censureren en controle uitoefenen. Nogmaals, ik zeg niet dat de staat haat zaaien of bijvoorbeeld opzettelijke leugens die worden verspreid, niet moet inperken maar aan de andere kant moet je ook zeggen dat een leugen kan worden tegengesproken door de feiten. En je moet de mensen laten geloven wat zij willen geloven en de consequenties ervan ervaren. Dit is nogmaals, het openbaren van vrije wil.

Nu besef ik heel goed dat dit heel ver kan gaan, en ik zeg niet dat landen geen maatregelen kunnen nemen om te voorkomen dat het te ver gaat. Veel landen, democratische landen, hebben bijvoorbeeld naar de verkiezingen in de Verenigde Staten gekeken en zijn tot het besef gekomen dat hun landen mogelijk ook vatbaar zouden kunnen zijn voor iemand die in een positie zit om opzettelijk desinformatie en wantrouwen in het politieke systeem te verspreiden.

Zij zijn gaan overleggen wat zij in hun land kunnen doen om zo’n situatie te voorkomen, en het is goed dat dit gebeurt. Ik zeg niet dat dit de enige oplossing is. Dit is iets waar elk land afzonderlijk mee moet worstelen. Ik zeg ook niet dat naties niet naar de situatie van de media in hun land kunnen kijken en zeggen dat de media te groot zijn geworden; zij zijn overgenomen door duidelijk politieke belangen en ze moeten een soort alternatief leveren. Zoals we al eerder hebben gezegd, kan het legitiem zijn om de grootte van corporaties, vooral multinationale corporaties, in te perken.

Er moet over veel maatregelen worden gesproken op dat terrein, maar het is niet zo dat er maar één mogelijke oplossing is, behalve natuurlijk het verhogen van het bewustzijn opdat de mensen genoeg Christusonderscheid krijgen om zich niet door de media te laten manipuleren.