Moet een bedrijf winst maken voor een kleine elite of overvloed voor iedereen proberen te creëren?

ONDERWERPEN: Winst maken door echt het leven te dienen – overvloed onder de werknemers te verspreiden – mensen die aandelen hebben in hun bedrijf – een aandelenmarkt die op hebzucht wordt gebaseerd, houdt geen stand – wanneer bedrijven proberen innovaties tegen te houden – het bewustzijn van gebrek – een bedrijf kan het alleen maar overleven als die verder transcendeert – nieuwe energie-technologie vraagt een omslag door niet het monopolie te willen – wie kan de kelk zijn voor nieuwe innovaties? – veranderen van oorlog voeren naar proberen voor een staat van overvloed te zorgen – Christus wil dat alle mensen van het overvloedige leven genieten en bedrijven moeten dit doel steunen – verlicht zakenbeleid – waarom doen wij zaken? – welke erfenis willen zakelijke leiders nalaten?

Vraag: Jezus, het lijkt mij toe dat de zakenwereld tegenwoordig bestaat uit machtige krachten. Het kan het leven van de mensen vormen door de manier waarop zij dat leiden, het kan het ego vergroten, het kan hebzucht en gescheidenheid, planetaire exploitatie, stress, ziekte, en zelfs oorlogen bevorderen. En aan de andere kant kan het zelfs een centrum voor uitvindingen en creativiteit en onbaatzuchtig leiderschap en zelfs zelfrealisatie zijn. En een geweldig middel om het een-zijn van teams te bevorderen. Dus wat voor soort leiding heb je om de zakelijke leiders spiritueler te maken en misschien zelfs het doel van zaken doen en een bedrijf leiden, spiritueler te maken, vooral omdat de aandelenmarkt met haar eigen doeleinden en prioriteiten aan de andere kant trekt, en een beetje als een soort catch-22, met veel van ons pensioen erin?

Antwoord van Geascendeerde Meester Jezus door Kim Michaels (27 oktober 2007):

Het grootste potentieel om de zakengemeenschap te veranderen, is het besef waar ik het over had in mijn verhandeling – het bewustzijn van gebrek veranderen in het bewustzijn van overvloed, zodat de zakenwereld begint te begrijpen dat hoe meer ze in feite de mensen en de maatschappij dient, hoe groter de opbrengst wordt met betrekking tot winst. Maar dit moet ook betekenen dat het bedrijf het AL probeert te dienen, wat inhoudt dat het niet exclusief de hoogst mogelijke winst voor een kleine elite van eigen aandeelhouders probeert te halen – maar dat het in feite die overvloed probeert te verspreiden over alle werknemers.

En dan zou je kunnen zeggen dat er in de Gouden Eeuw geen aandelenmarkt meer zoals tegenwoordig bestaat. Want de aandeelhouders zijn dan geen rijke mensen die zich kunnen veroorloven om aandelen te kopen, de aandeelhouders zullen alle werknemers van het bedrijf zijn. Zodat ze direct belang bij het bedrijf hebben en in de overvloed delen die het bedrijf oplevert.

En dus kan ik je ervan verzekeren dat de aandelenmarkt van tegenwoordig in de Gouden Eeuw geen stand houdt. Die overleeft het gewoon niet, omdat die wordt gebaseerd op hebzucht, en hebzucht ontstaat uit het bewustzijn van gebrek. En met het bewustzijn van gebrek kun je geen Gouden Eeuw krijgen. Die kan niet worden opgebouwd op het fundament van gebrek. Want het fundament van gebrek is geen fundament. Het lijkt alsof je een kasteel van steen in een moeras bouwt. En hoe meer stenen je op elkaar stapelt hoe meer die in de modder zakken.

En zo ziet de aandelenmarkt er tegenwoordig uit, omdat je steeds meer stenen je op elkaar stapelt om deze enorme multinationale zakenimperiums op te bouwen. Maar die zakken in de modder, zelfs terwijl we het zeggen. En er zal een moment komen waarop ze zullen worden verzwolgen door de emotionele zee van hebzucht, boosheid en angst.

Wat je in de zakenwereld ziet, is een typisch proces: een bedrijf begint met een innovatie, maar daarna, wanneer het bedrijf tot een bepaalde grootte groeit en zich vestigt, misschien zelfs dominant wordt, dan begint het bedrijf zich te richten op het beschermen van haar positie in plaats van verder te groeien. En dan verandert het bedrijf, dus in plaats van innovaties te brengen, richt ze zich eigenlijk op het tegenhouden van innovaties die haar positie op de markt zouden kunnen bedreigen.

Dit zie je bij veel bedrijven die enige tijd in het bewustzijn van overvloed zaten, in het bewustzijn van groei, maar waar daarna geleidelijk een verschuiving plaatsvond en ineens was de verandering totaal. En toen had het bedrijf haar bewustzijn veranderd in het bewustzijn van gebrek. En een bedrijf kan een poosje een dominante positie handhaven, zoals je gezien hebt bij Microsoft in de software wereld, maar onvermijdelijk gaat dat bedrijf stagneren en op den duur ten onder, tenzij ze weer verandert in het bewustzijn van innovatie.

Dus de ware verandering die er in de zakenwereld moet plaatsvinden, is het besef verspreiden dat geen enkel bedrijf het overleeft tenzij dat verder transcendeert. En de enige manier om te transcenderen, is bezig te zijn met nieuwe innovaties die de mensen beter dienen, die de mensen meer overvloed geven. Als je naar een industrie kijkt waar je dit duidelijker uitvergroot ziet dan ergens anders, dan zijn dat de energiebedrijven en er zijn oliebedrijven die al heel lang bijna een monopolie hebben op de energievoorziening die zich heel veel zorgen maken over het handhaven van hun positie, hoewel het de mensen steeds duidelijker wordt dat de dagen van de olie geteld zijn – en dat de getallen teruglopen.

In de Gouden Eeuw heb je geen fossiele brandstof meer als de belangrijkste energievoorziening. Dus de vraag is, kunnen de oliebedrijven uit het bewustzijn van gebrek schuiven, omdat ze alternatieve technologie proberen tegen te houden? Kunnen ze veranderen in het bewustzijn van innovaties en overvloed? Want als ze niet veranderen, kan ik je ervan verzekeren dat zelfs deze enorme multinationale energiebedrijven van tegenwoordig binnen twee decennia of zo verdwijnen. En ze zullen ouderwets worden.

Ik moet zeggen dat de visie van Saint Germain op nieuwe technologie, op het gebied van energie pas komt als de zakenwereld van gebrek in overvloed verandert, zodat er geen bewustzijn komt waarmee het ene bedrijf de nieuwe technologie probeert te monopoliseren. Want ik kan je ervan verzekeren dat wij deze nieuwe technologie door geen enkel bedrijf laten monopoliseren. Want we weten heel goed dat dit de overvloed van de mensen afpakt.

Dus de nieuwe technologie kan alleen uitkomen wanneer de kritieke massa zakenmensen dat groeibewustzijn heeft gekregen en daarom de zaken niet meer vanuit die staat van gebrek benadert, maar vanuit de staat van overvloed, omdat ze beseffen dat hoe meer ze aan de mensen geven, hoe meer ze ervoor terugkrijgen. Want wanneer een bedrijf zich er echt op richt om de mensen te dienen, denk je dan niet dat wij, de geascendeerde meesters, dat bedrijf zullen gebruiken als voertuig om nieuwe uitvindingen naar buiten te brengen – die het bedrijf daarna nog meer overvloed zullen geven?

Dit is opnieuw het concept je talenten vermenigvuldigen in plaats van ze in de grond stoppen. Kijk eens hoeveel bedrijven een innovatie hebben ontvangen en toch hebben zij door te proberen de markt te domineren en hun positie te beschermen hun talenten in de grond gestopt. Als ze in plaats daarvan hadden geprobeerd de mensen te dienen en de algehele staat van overvloed in de samenleving te verbeteren, hadden ze zeker hun talenten vermenigvuldigd en een nieuwe stroom met nieuwe innovaties ontvangen.

Het bedrijf dat innovaties probeert tegen te houden door de concurrentie te vernietigen, snijdt vanzelfsprekend zichzelf af van de stroom. Terwijl het bedrijf dat niets geeft om de concurrentie – omdat het weet dat het bezig is met innovaties – de concurrentie voor blijft, altijd voor blijft op de concurrentie, welnu dat is het bedrijf dat succes heeft in de Gouden Eeuw.

In het boek, ‘The Art of Non-war’ geven wij de leringen die gebruikt kunnen worden door het bedrijfsleven, omdat het bedrijfsleven het origineel, ‘The Art of War’ heeft gebruikt. Dit zou de zakenwereld in staat stellen naar een veel hoger niveau op te klimmen, waardoor ze zichzelf niet meer in oorlog met andere bedrijven zien, maar bezig zijn met een universeel proces om de staat van overvloed op de wereld te vergroten, waardoor ze alle mensen het overvloedige leven geven.

Kijk naar een heel simpele vergelijking. Wat stelt een bedrijf in staat winst te maken? Dat het bedrijf haar producten of diensten verkoopt. Maar wat is het fundament voor die verkoop? Dat is dat er klanten moeten zijn die het geld hebben om te kopen wat het bedrijf aanbiedt.

Is het dan niet duidelijk dat hoe meer klanten er met geld op de wereld zijn, hoe groter het potentieel op winst is voor de hele zakenwereld? En daardoor zou het verlicht belang van de zakenwereld op lange termijn moeten zijn om alle armoede op te ruimen, zodat alle mensen overal ter wereld het overvloedige leven zouden krijgen en daardoor potentiële klanten worden.

Wat ik nu zeg, is dat het belang van de geascendeerde meesters, precies hetzelfde is als de het belang van de zakenwereld – wanneer de zakenwereld verlicht is. Want heb ik niet gezegd dat ik ben gekomen opdat allen het leven krijgen en met meer overvloed? Dus je ziet dat wat Christus voor alle mensen wil, eigenlijk is wat het beste is voor de zakenwereld als geheel?

En wat verhindert dus dat dit gebeurt? Dat is het bewustzijn van gebrek dat angst opwekt, angst die ervoor zorgt dat grote bedrijven – en een paar regeringen – proberen innovaties en groei tegen te houden uit angst dat zij hun positie verliezen. En dit is juist het bewustzijn dat we aanpakken in ‘The Art of Non-war’. Als genoeg mensen in de zakenwereld konden worden geholpen om de bedrieglijkheid van dit bewustzijn te begrijpen, zou er een dramatische omslag kunnen plaatsvinden – een omslag die de weg zou openen om de wereld op een veel hoger niveau van overvloed te brengen dan tegenwoordig.

Vanzelfsprekend is dit het grootste potentieel voor de zakenwereld die de maatschappij bij een nieuw tijdperk brengt en het fundament legt voor een Gouden Eeuw – zowel in bedrijven, hun werknemers en hun klanten. Maar om dit te laten gebeuren, moet het dualiteitsbewustzijn worden aangevochten – dat een kunstmatig conflict creëert tussen een bedrijf en haar werknemers en klanten. Men moet inzien dat alle menselijke wezens deel uitmaken van hetzelfde geheel en dat wat echt het best is voor een bedrijf, is wat het beste is voor haar werknemers en klanten.

Een verlicht bedrijf wordt gebaseerd op de filosofie die in mijn uitspraak “Wat je aan de minste van mijn broeders hebt gedaan, heb je aan mij gedaan”, tot uitdrukking wordt gebracht. Dus de allerbeste manier om de concurrentie te ‘verslaan’ is NIET alle andere bedrijven te vernietigen, maar boven het bewustzijn van gebrek te gaan staan en daardoor een bedrijf naar een sfeer te brengen zonder enige concurrentie – want de concurrenten zijn veranderd in strategische bondgenoten.

Maar voor zo’n omslag in bewustzijn moeten een paar moedige mensen de vraag durven stellen: “Waarom doen we zaken?” Is het om een kleine elite rijk en machtig te laten worden – door zowel de leiders, werknemers en klanten te exploiteren en ze allemaal bij dat proces ongelukkig te maken – of om het overvloedige leven aan zoveel mogelijk mensen waar het bedrijf mee te maken heeft, te geven?

De mensen die deze vraag kunnen stellen, zijn vanzelfsprekend zakelijke leiders die hun leven aan de zakenwereld wijden. Ze moeten nadenken over welke erfenis zij deze wereld willen nalaten. Dat zij meer winst hebben gemaakt voor een paar bestuursleden die al meer geld hebben dan ze ooit zouden kunnen uitgeven – of dat ze iets gedaan hebben om de armoede op te lossen en alle mensen een redelijk overvloedig leven te geven?

Je zou je ook kunnen afvragen of deze leiders willen dat hun bedrijf alleen succesvol wordt in traditionele zin of dat ze bereid zijn hun bedrijf op een heel nieuw niveau van succes te brengen – een heel nieuwe definitie van succes, één die wordt gebaseerd op liefde in plaats van angst. Willen ze de rest van hun leven met de angst voor mislukking leven of willen ze hun benadering van zakendoen veranderen in één die op liefde wordt gebaseerd – en daardoor in staat te zijn om zich echt voldaan te voelen wanneer ze hun werk doen, omdat zij het gevoel krijgen dat ze deel uitmaken van iets wat groter is dan de zoektocht naar altijd hoger dividend en prijzen van aandelen.