8.41 IK BEN MEER

Rivier van Leven, overvloedige stroom,
ik gloei door jouw licht.

Ik ga erin mee – ik groei,
één met jouw eeuwige weten.
Vul – door jouw genade – de ruimte in mij,
ik ben op mijn rechtmatige plaats.

Ik zal – eeuwig – vrij zíjn.
Ik zie altijd het plan dat God met mij heeft.
Heilige duif – van boven,
geen voorwaarden aan Gods liefde.

Terwijl ik de oproepen doe, valt er licht naar beneden
die de Christus in ieder verheft.
Het Leven wordt verzegeld – allen worden geheeld,
Gods volmaaktheid wordt geopenbaard.

We beginnen – zonder zonde,
één met God, wij zullen winnen.
Het Leven is één – God heeft gewonnen,
een nieuwe dag is begonnen.

Heilig licht – o zo schitterend,
alles wordt weer in orde gemaakt.
De aarde is vrij om nu – voor allen
zichtbaar – de Vrijheidsster te zíjn.

Altijd méér – dan daarvoor
geniet ik oprecht van de Rivier van Leven.
IK BEN – voor eeuwig – méér;
ik herstel daadwerkelijk de Levensstroom.

Rivier van Leven, door de Zoon
zijn de Vader en Moeder één.