Waarom we absolutisme absoluut moeten begrijpen

door Kim Michaels

Al vanaf dat ik een kleine jongen was, ben ik blootgesteld aan een bepaald type mensen die mij heel agressief en aanhoudend bleven vertellen dat ik het geloofssysteem moest accepteren dat zij presenteerden als de énige die complete en onfeilbare antwoorden had op alle levensvragen. Ik ben blootgesteld aan die mensen die drie verschillende smaken hadden:

• Religieus. Ik ben niet opgeroeid in een religieus gezin, en ook niet in een bepaald religieuze samenleving. Ik ben in Denemarken geboren, waar een staatskerk is die berust op een liberale vorm van het lutheranisme. De meeste Denen hebben een heel eenvoudige aanpak van religie: “Als je mij met rust laat, laat ik jou ook met rust.” Maar ik werd natuurlijk wel blootgesteld aan het concept dat er een God was en dat ik naar de hemel of de hel zou gaan – een concept dat ik zeker niet kon negeren. Ik was nog heel jong toen ik tot het besef kwam dat er meer dan één religie was en dat verscheidene daarvan beweerden dat dit de enige ware religie was en dat je door alle andere in de hel komt. Ik realiseerde me dat als er meerdere religies zijn die beweren dat dit de enige ware religie was, ze niet allemaal gelijk kunnen hebben en daarom vroeg ik me af of ik de beweringen van die religie wel kon geloven. Ik realiseerde me ook dat het niet juist leek om gewoon alle gedachten over een spirituele kant van het leven terzijde te schuiven, maar ik was niet volwassen genoeg om ergens in het midden uit te komen.
• Wetenschappelijk. Ik kreeg biologie op school, waaronder ook evolutietheorie. Ik kwam ook in aanraking met mensen die er heel zeker van waren dat wij niets meer waren dan geëvolueerde apen en dat al dit gepraat over de spirituele kant van onze natuur, bijgeloof is. Er was altijd wel iets wat mij niet helemaal klopte van die bewering, hoofdzakelijk omdat het me raar leek dat het leven helemaal geen bedoeling had. Vanzelfsprekend was de grootste uitdaging voor de wetenschap dat die niet met religie te verenigen was. Als kind was ik gewoon niet volwassen genoeg om te denken dat ze misschien beide onvolledig waren, dus bleef ik achter in een staat van verwarring met emoties die elkaar tegenspraken over wie ik ben, waar ik vandaan ben gekomen en of mijn leven eigenlijk wel zin heeft.
• Politiek. Opgroeien in de zestiger en zeventiger jaren heeft mij blootgesteld aan een paar heel agressieve beweringen van de socialisten die destijds heel actief waren in het politieke leven in Denemarken. Zij beweerden dat het marxisme en het socialisme alle antwoorden hadden en de samenleving in een paradijs op aarde zou brengen. Aan de andere kant van het politieke spectrum zaten mensen die net zo standvastig volhielden dat het kapitalisme het enige antwoord was, en opnieuw leek het dat beide kanten niet gelijk konden hebben. In mijn vroege tienerjaren begon ik te denken dat zowel politieke als economische systemen tot dezelfde gecentraliseerde samenleving zouden leiden, maar ik kon mijn zorgen niet helemaal formuleren. Als kanttekening, de val van de Sovjet-Unie (de grote modelstaat) heeft ervoor gezorgd dat veel socialisten een existentiële crisis kregen die veel leek op de crisis die fundamentalistische christenen ook kregen toen zij eraan beginnen te twijfelen of de Bijbel wel het letterlijke woord van God was. Het lijkt wel of het kapitalisme heeft gewonnen, maar ik kan me niet voorstellen dat zoveel mogelijk geld verdienen het allerhoogste doel van het leven is.

Ik wil maar zeggen dat wij als kinderen heel erg gevoelig waren voor die absolutistische beweringen. De reden is dat wij niet weten wie wij zijn en wat wij moet geloven over het leven. Wij moeten dit ontdekken naarmate we opgroeien en ik denk niet dat het teveel van ons gevraagd is om te verwachten dat onze samenleving ons daarbij zal helpen. In mijn geval kreeg ik geen enkele hulp. In tegendeel, ik raakte heel erg in de war doordat de beweringen van diverse gedachtesystemen elkaar tegenspraken.

Bovendien werd ik opgevoed met een hevig verlangen om het juiste te doen en te vermijden om iets verkeerd te doen. Het probleem is hoe je uitmaakt wat juist of verkeerd is – vooral wat betreft wat je moet geloven. Kan het geloven van verkeerde ideeën jou in de hel laten belanden of zijn alle overtuigingen zonder betekenis, omdat er gewoon een aap is die zegt dat zijn overtuigingen beter zijn dan die van de andere apen?

Mijn punt is dat wanneer jonge, onzekere kinderen elkaar wederzijds uitsluitende beweringen te horen krijgen zonder dat zij de volwassenheid hebben om daar mee om te gaan, gemakkelijk toegeven aan angst. Als je per slot van rekening kop noch staart kunt vinden aan de beweringen die je gepresenteerd worden, hoe kun je dan voorkomen dat je het verkeerd doet? Dit kan een soort trauma of shock veroorzaken, omdat één bepaalde absolutistische bewering een scheur of wig kan vormen in de psyche van het kind en die wordt misschien in de rest van dat leven wel niet geheeld. Het netto-effect is iets dat dichtbij emotionele verkrachting komt en ik geloof dat het nu tijd wordt om kinderen niet meer aan die schizofrene situatie bloot te stellen.

Mijn visie is dat een samenleving waarin men niet van kinderen kan verwachten dat ze één absoluut gedachtesysteem accepteren en daarna niet meer over de basale levensvragen nadenken. In plaats daarvan moeten we kinderen helpen om het leven als een voortdurend leerproces te beschouwen waarin ze hun inzichten uitbreiden over wie ze zijn en waar het in het leven om gaat. Is dit een naïeve droom? Welnu, op dit moment nog wel en ik denk dat wij moeten begrijpen waarom.

Het is eenvoudig een feit dat onze samenleving tegenwoordig wordt beheerst door de mensen die ik hierboven heb beschreven. Die mensen hebben geaccepteerd dat hun gedachtesysteem alle antwoorden heeft – of dat nu religieus, materialistisch of politiek van aard is – en de enig ware antwoorden. Zij zijn bezig om hun gedachtesysteem de hele samenleving te laten domineren en ze doen dat gedeeltelijk door alle concurrerende systemen te vernietigen. Ik realiseer me heel goed het gevaar om een stempel op iets te drukken, maar aan de andere kant is het heel moeilijk om over iets te praten zonder het te definiëren. Ik zou dus willen voorstellen dat er een specifieke groep mensen is die een absolutistisch gedachtesysteem nodig heeft, en ik zou hen ‘Absolutisten’ willen noemen.

Wat bereiken we hiermee? We hebben een fenomeen geïdentificeerd dat een groot effect op ons persoonlijke leven heeft – we werden als kind aan absolutisten blootgesteld – en onze samenleving – en veel van de instituten in de samenleving worden door absolutisten beheerst. Dus als wij ons persoonlijke leven en de samenleving willen verbeteren, dan moeten we begrijpen wat absolutisme is, hoe dit ons beïnvloedt en waarom een segment van de bevolking de behoefte heeft om het leven op die manier aan te pakken.

Naarmate ik ouder werd en veel aspecten van het leven heb bestudeerd, ben ik gaan geloven dat je niet echt kunt begrijpen wat er in menselijke aangelegenheden gebeurt als je de psychologische aspecten van een bepaalde situatie niet begrijpt. Wij mensen zijn – zoals ik later zal uitdiepen – psychologische wezens en alles kan worden teruggevoerd tot een bepaalde toestand van de psyche. Dus laten we de psyche van het absolutisme eens bekijken.

Is absolutisme een probleem?
Je bent waarschijnlijk in een samenleving opgegroeid waarin jou de indruk is gegeven dat wetenschap en religie het tegenovergestelde van elkaar zijn, zelfs vijanden in een grote oorlog om de geest van de mensheid. Maar heb je wel eens even gepauzeerd om na te denken waarom dit zo moet zijn? Is de wetenschap echt onverenigbaar met religie en vice versa? Of is die onverenigbaarheid het product van een bepaalde manier van denken, een vorm van denken die eigenlijk conflicten veroorzaakt. Die het zelfs niet kan overleven zonder conflicten?

Een van de redenen waarom ik denk dat de westerse beschaving helemaal niet zo geavanceerd is als vaak wordt beweerd, is dat die haar kinderen heel weinig leert over een paar van de belangrijkste aspecten van het leven. Mijn scholing heeft me veel over fysieke dingen geleerd, zogenaamde ‘feiten’, maar heel weinig over die ene factor die alles beïnvloedt wat ik doe, namelijk de menselijke geest. Ik heb veel geleerd over het lichaam, zelfs het brein, maar heel weinig over de psyche en de geest. Hoe dat komt, zal ik later bespreken, maar nu wil ik er eenvoudig op wijzen dat de meesten van ons zijn opgevoed zonder meer inzicht in de geest. Een van de consequenties is dat wij denken dat denken denken is. Met andere woorden, wij zijn ons er niet van bewust dat er beslist verschillende vormen van denken zijn.

Om dit te illustreren, denk eens aan kunstenaars die zichzelf uiten door te schilderen. De basistechniek is voor iedereen hetzelfde. Zij gebruiken een bepaalde verf en gebruiken een toepassing om de verf op de achtergrond te schilderen. Maar ook al gebruiken ze dezelfde techniek, ze hebben verschillende verfstijlen, zoals Rembrandt, Monet en Picasso laten zien. Het is precies hetzelfde met denken. Wij hebben allemaal in principe dezelfde manier van denken, maar we gebruiken die anders. Maar zoals een schilder zijn stijl en vaardigheden door de tijd heen kan ontwikkelen, kunnen wij ook onze vaardigheid om te denken ontwikkelen. Wij kunnen dat door ons er meer van bewust te worden hoe wij denken, waaronder een paar andere manieren van denken.

Wanneer ik op mijn leven terugkijk, zie ik duidelijk dat ik als jonge man heel anders dacht dan tegenwoordig. Destijds werd mijn denken beïnvloed door een specifieke manier van denken, dat ik het ‘ absolutistisch denken’, ‘dualistisch denken’ of ‘zwart-witdenken’ zou willen noemen. Ik houd vooral van de laatste uitdrukking omdat dit de belangrijkste eigenschap van deze vorm van denken beschrijft, namelijk dat het lijkt alsof er alleen maar zwart of wit bestaat zonder nuances er tussenin. Die laat ons bijvoorbeeld denken dat een idee of uitspraak helemaal waar is en dat het tegenovergestelde helemaal niet klopt.

Ik weet dat veel mensen onmiddellijk zullen reageren met: “Maar ideeën moeten óf goed óf fout zijn – ze kunnen niet tegelijkertijd goed en fout zijn!” Maar waarom zouden goed en fout de enige opties zijn? Hoe zit het als twee ideeën allebei verkeerd zijn? Hoe zou het zijn het als er een genuanceerder en verfijnder inzicht achter die twee tegenovergestelde ideeën zit?

Laten we eens naar een voorbeeld kijken. “De aarde is plat”, is een uitspraak waar de meesten van ons het mee oneens kunnen zijn. Wij zouden het ook eens zijn met: “De aarde is rond.” Omdat de aarde niet zowel plat als rond kunnen zijn, is de ene uitspraak helemaal fout en de andere helemaal goed. Maar als je zegt dat de aarde rond of plat is, is dit geen zwart-witdenken. Als je echter zegt: “De aarde is of rond of plat, en als er geen andere opties zijn, dan heb je een voorbeeld van zwart-witdenken. Hoe komt dat? Omdat je dan een visie hebt over de planeet met maar twee opties: een goede en een foute. In dit proces gaat de mogelijkheid verloren dat je meer inzicht in de zaak kunt krijgen dan je momenteel hebt. Je moet de ene of de andere kiezen en je kunt niet eens erover nadenken of er ook een andere kijk op zou kunnen zijn die misschien wel veel verder gaat dan beide opties. Je hebt de vooruitgang effectief gestopt door het debat te beperken en je mening over de kwestie tot twee opties te beperken, één die wordt gedefinieerd als helemaal fout en de andere als helemaal goed – en dat betekent dat je eigenlijk niet meer over de kwestie hoeft na te denken.

Waarom is dit een probleem? Omdat menselijke vooruitgang niet verloopt in zwart-wituitersten. Waarom niet? Omdat er geen ruimte is voor beter inzicht – hoe kunnen mensen denken dat zij de onfeilbare visie op de wereld hebben? Vooruitgang vindt plaats ergens tussenin plaats, omdat daar ruimte is voor nuances. Om bij de aarde te blijven, onze planeet is eigenlijk niet rond. Ze is geen volmaakte cirkel – wat ‘rond’ suggereert – maar ze is enigszins elliptisch. Als je gelooft dat de aarde rond of plat moet zijn, sta je niet open voor de mogelijkheid dat ze elliptisch zou kunnen zijn, wat inhoudt dat je die zwart-witmening over rond of plat als enige opties nooit loslaat. Bovendien heeft de natuurkunde nu zelfs nog meer inzicht in de wereld verschaft want die zegt dat alles energie is. Het gevolg is dat de aarde niet echt een vaste, ronde ‘bal’ is maar een energieveld. Is rond of vlak wel bij van toepassing op een energieveld of hebben wij een verfijndere vocabulaire nodig om de laatste ontdekkingen van de wetenschap volledig te begrijpen?

Laat mij hier nog een voorbeeld van geven. De oude Grieken postuleerden het bestaan van atomen als de basisbouwstenen van alle materie, als de kleinste eenheid die mogelijk is die niet verder kon worden gesplitst. Toen de moderne wetenschap opkwam, bliezen natuurkundigen het idee van atomen nieuw leven in en in het begin bezagen de natuurkundigen wat zij atomen noemden, als de definitieve en ondeelbare bouwstenen van de materie. Het duurde echter niet lang of het werd duidelijk dat atomen niet ondeelbaar zijn, want ze zijn gemaakt van kleinere delen, namelijk de subatomaire deeltjes die wij allemaal op de lagere school hebben geleerd: protonen, neutronen en elektronen.

Welnu, als je de theorie over atomen op een zwart-witmanier had aangepakt, dan zou je zeggen: “Atomen bestaan, het zijn de basisbouwstenen van de materie en zij kunnen niet gedeeld worden. Dit is een bewering die helemaal klopt. Dan is er geen reden om dit te betwijfelen of te onderzoeken en elke speculatie die verder gaat dan deze definitie van atomen, is zinloos – zelfs ‘godslastering.’ Het effect van zo’n aanpak zou zijn dat wetenschappelijk onderzoek zou zijn afgekapt en de moderne wereld zou niet verder zijn gekomen dan de visie op atomen die de oude Grieken van vijfentwintighonderd jaar geleden postuleerden. Omdat de meeste wetenschappers atomen niet op een zwart-witmanier hebben bekeken, weten wij nu dat er veel types subatomaire deeltjes zijn. Er zijn zelfs wetenschappers die de theorie aanhangen dat er eigenlijk geen deeltjes materie zijn om de basisbouwstenen van de materie te vormen. Wat wij materie noemen, is een andere vorm van energie en er zijn op dit moment meerdere theorieën die proberen uit te vinden hoe energie nu precies in materie verandert. Een daarvan postuleert dat alles wordt gemaakt van heel kleine vibrerende ‘snaren’.

Nog een effect van het zwart-witdenken is dat je hele wereldbeeld instort als wordt bewezen dat jouw onfeilbare overtuiging niet juist blijkt te zijn. Met andere woorden, wanneer werd bewezen dat het idee van ondeelbare atomen niet klopt, dan zou een zwart-witdenker zich gedwongen voelen om alle overtuigingen over atomen op te geven, misschien wel de wetenschap helemaal op te geven. Veel religieuze mensen geloven ook dat de Bijbel onfeilbaar is. En het besef dat er in de Bijbel een aantal tegenspraken staan, heeft ervoor gezorgd dat ze alle religies hebben opgegeven, De mensen denken dat het atheïsme het enige alternatief is. De reden is dat zij blind zijn geworden voor andere opties vanwege hun zwart-witdenken, bijvoorbeeld door naar een verfijnder inzicht in God op zoek te gaan dan er door zowel de traditionele religie als het atheïsme wordt geboden.

Mijn belangrijkste punt is dat het zwart-witdenken een eind maakt aan vooruitgang – zowel op persoonlijk niveau als voor een hele samenleving. Dat komt omdat de wereld wordt gedefinieerd als bestaande uit maar twee opties, waardoor de mogelijkheid wordt uitgesloten om meer inzichten te ontdekken, een genuanceerdere visie te krijgen. We zullen straks deze erkenning van het zwart-witdenken toepassen op de kwestie van de oorlog tussen wetenschap en religie, maar laten we eerst meer inzicht krijgen in het zwart-witdenken en de oorzaak daarvan.

Wat zorgt voor het zwart-witdenken?
Ik herken nu dat ik in mijn jeugd werd beïnvloed door het zwart-witdenken. Zoals ik zei, kwam ik in aanraking met meerdere concurrerende gedachtesystemen, maar zij beweerden allemaal dat als twee systemen antwoorden hadden die het tegenovergestelde waren, de ene fout moest zijn en de andere goed. Er was een tijd – in mijn tienerjaren en toen ik in de twintig was – dat een argument mij redelijk voorkwam. Er moet ergens een absolute waarheid zijn over het universum, en waarom zou er niet een gedachtesysteem kunnen zijn dat de waarheid had ontdekt en die in onfeilbare termen beschreef? Dus ik dacht dat het slechts een kwestie was van het definitieve gedachtesysteem vinden dat mij de antwoorden zou kunnen geven dat niet een van de andere gedachtesystemen mij kon geven. Ik kon die antwoorden niet vinden in de belangrijkste gedachtesystemen, dus ik zocht verder. Meerdere keren dacht ik dat ik het definitieve gedachtesysteem had gevonden, maar elke keer kwam ik er al snel achter dat die toch niet al mijn vragen kon beantwoorden.

Nu heb ik, na dertig jaar psychologiestudie, waaronder therapie bij professionele psychologen – meer inzicht gekregen in waarom ik die vorm van denken in mijn jeugd nodig had. Het komt allemaal neer op één woord: onzekerheid.

In mijn tienerjaren en als jongvolwassene had ik geen duidelijk inzicht in wie ik ben en waarom ik hier ben. Ik had innerlijk het gevoel dat het leven een bedoeling had, maar noch de religie noch de wetenschap had mij een aannemelijk inzicht verschaft in wat de bedoeling ervan was. Ik was dus erg onzeker over mijn eigen identiteit en dientengevolge mijn gevoel van eigenwaarde. Tegelijkertijd had ik niet de vaardigheid – net zoals de meeste vrienden van mij – om de fundamentele levensvragen weg te duwen en mij te concentreren op een goed materieel leven. Ik kon er eenvoudig niet tevreden mee zijn als die basale vragen onbeantwoord bleven. Omdat ik geen antwoorden had die mij voldoening gaven, zat ik in een catch 22 en voelde mij verlamd en had geen controle over mijn eigen lot. Dit vergrootte mijn gevoel van onzekerheid nog meer en om dat te compenseren ging ik zwart-witdenken, wat mij de illusie van zekerheid, orde en controle verschafte. Hoe kwam dat?

Welnu, de reden dat ik mij onzeker voelde en geen controle had over mijn eigen lot was niet totale onvolwassenheid; het was de volgende stap in het volwassenwordingsproces. Ik had de waarheid ontdekt in het oude adagio: “Hoe meer ik weet, hoe meer ik besef dat ik het niet weet.” Met andere woorden, ik was volwassen genoeg om te beseffen dat het leven heel complex is, maar nog niet volwassen genoeg om iets zinnigs uit die complexiteit te halen, wat in onzekerheid resulteerde. Het zwart-witdenken bood mij een toevlucht uit die onzekerheid door het leven te vereenvoudigen, door het te laten lijken alsof de complexiteit van het leven kan worden gereduceerd tot iets wat je kunt verklaren in een relatief eenvoudig geloofssysteem.

Ik heb nooit een algemeen geloofssysteem kunnen accepteren – zoals een formele religie of het wetenschappelijk materialisme, maar ik gebruikte het zwart-witdenken wel om mijzelf ervan te overtuigen dat ik de basisvragen over het leven allemaal had ontdekt. Met de zwart-witbenadering ‘definieer’ je de antwoorden op de fundamentele levensvragen en als je die antwoorden accepteert – en weigert te veel erover na te denken – kun je (in ieder geval een poosje) je basale onzekerheid aan de kant schuiven. Zolang jij de juiste overtuigingen hebt en de juiste daden verricht (‘slechte’ overtuigingen en daden vermijdt), zit je in de kring van de ‘juiste’ mensen en daar ontleen je een gevoel van eigenwaarde aan.

Omdat niets voor niets is, moet je wel een prijs betalen voor de eenvoud en de schijnbare veiligheid die het zwart-witdenken biedt. De prijs is dat je gedachten – en in zekere mate ook je daden – binnen de grenzen moeten blijven van een geloofssysteem op de wereld. Als het geloofssysteem je geen antwoord op een van die levensvragen geeft dat je tevreden stelt, moet je geloven dat er geen antwoorden zijn of dat er iets aan jouw vragen mankeert. Als je dat niet kunt accepteren, dan is de implicatie dat er iets aan jou mankeert – en jij dan niet meer bij de ‘juiste’ mensen hoort. Je bent een verschoppeling geworden en weer terug in de zee van onzekerheid.

Het zwart-witdenken heeft veel subtiele effecten en die zullen we later gedetailleerder bekijken. Op dit moment is het mijn belangrijkste doel om je te helpen om het voornaamste effect van deze vorm van denken te begrijpen. De complexiteit van het leven wordt gereduceerd tot een stel duidelijk omschreven en relatief eenvoudige ideeën. Die ideeën vormen een mentaal kader dat wordt gedefinieerd als een kader dat jou een absoluut, totaal en onfeilbaar wereldbeeld geeft. De consequentie is dat de mensen die hun geest willen beperken tot dit mentale kader, zeggen dat zij het helemaal goed hebben, terwijl degenen die buiten dat kader vallen, het helemaal fout hebben. En hoewel dit een gevoel van veiligheid geeft aan de insiders, is de prijs die je moet betalen dat je de mogelijkheid moet uitsluiten om meer inzicht – genuanceerder en groter inzicht – in het leven te krijgen dan wat binnen het mentale kader valt. Dat kader handhaven wordt nu belangrijker dan je inzicht vergroten.

Het basismechanisme dat achter het zwart-witdenken zit, is simpel. Wij mensen hebben behoefte aan een soort podium als basis voor onze ervaringen van het leven. Wij kunnen niet in een vacuüm bestaan en hebben een soort identiteit nodig, het gevoel dat we ergens bij horen, om te kunnen functioneren. Hoe onzekerder jij van binnen bent, hoe meer jij tot een gedachtesysteem op de wereld wendt dat jouw identiteit voor jou bepaalt. Maar waarom ben je opgevoed om je onzeker te voelen over wie je bent? Zou het kunnen dat onze samenleving geen consistente antwoorden op de fundamentele vragen heeft en presenteert die ons elkaar wederzijds uitsluitende antwoorden die allemaal als de allerhoogste waarheid worden verkocht? Met andere woorden, drijft de oorlog tussen wetenschap en religie de mensen in een van de andere geloofssystemen? Die oorlog creëert onze onzekerheid en drijft ons ertoe om veiligheid buiten ons te zoeken. Maar wanneer we buiten onszelf kijken, dan vinden we de twee absolutistische geloofssystemen die de onzekerheid in de eerste plaats hebben gecreëerd. Kan de factor dat het probleem heeft veroorzaakt, een oplossing voor het probleem bieden – of wordt het tijd om naar iets beters op zoek te gaan?

Ik realiseer me dat dit misschien abstract kan lijken, dus laten we eens een paar praktische voorbeelden bekijken van hoe het zwart-witdenken onze samenleving beïnvloedt.