Jullie vormen de Ware Sangha van de Boeddha

ONDERWERPEN: Wat is de sangha van de Boeddha? – De gemeenschap van eerlijkheid – De Boeddha en de Moeder – De oorsprong van tijd – Totaal vergeven is alles vergeten – Een overwinning voor ons allemaal

Geascendeerde Meester Gautama Boeddha, 29 juni 2008

De Boeddha, de dharma, de sangha – dit zijn de drie pilaren van de religie – of wat men de religie noemt – het boeddhisme. Toch ben ik, Gautama, niet gekomen om een religie te stichten. Ik kwam het universele pad naar een-zijn met de geest demonstreren – het een-zijn tussen Geest en materie – het een-zijn dat je verwerft als je volledig ontwaakt bent.

De vraag is niet alleen ‘Te zijn of niet zijn’, maar “Wil je ontwaakt zijn of wil je niet-ontwaakt blijven?’ Waardoor er – doordat je niet-ontwaakt bent – een ruimte is tussen jou en de werkelijkheid – de werkelijkheid die jij ziet wanneer je ontwaakt bent. En in die ruimte kan jouw ego zich verschuilen en jij kunt je voor je eigen impulsen uit het verleden, waar jij nog niet naar gekeken hebt, verbergen, zoals Master More zo welsprekend uitgelegd heeft.

Wat is dan die werkelijkheid van de Boeddha? Wat is het ontwaakte inzicht van de Boeddha? Nu, het is het Wezen dat – omdat hij of zij ontwaakt is – het een-zijn van al het leven ziet, het feit ziet dat al het leven uit dezelfde bron is voortgekomen en bestemd is om terug te keren naar die bron door te ascenderen en onderdeel van het spirituele rijk te worden. Daardoor is de Boeddha degene die het evenwicht bewaart om het degenen die nog niet ontwaakt zijn mogelijk te maken hun bestaan in hun niet-ontwaakte staat voort te zetten – in plaats van te laten verteren door de intensivering van de ascensiespiraal waar het hele materiële universum vanaf haar geboorte mee bezig is.

Wat is dan de dharma? Dat is het verheffen van alle waarnemende wezens, alle van zichzelf bewuste wezens, tot de ontwaakte staat – waarin zij ook de Boeddha worden. Wat is dan de sangha, de gemeenschap? Het is een gezelschap van degenen die zich hebben toegelegd op het pad dat leidt tot het volledig ontwaakt zijn van de Boeddha en die besloten hebben dat er niets in de materiële wereld tussen hen en het bereiken van dat volledige Boeddhaschap in komt te staan. Zelfs als ze nog steeds een middelpunt in het fysieke lichaam hebben en daarom hier beneden alles kunnen zijn wat ze Boven zijn – en dan als open deur tussen de materie en Geest dienen, als anker dienen voor de Geest dat het Licht erdoorheen laat stromen en op die manier de duistere hoeken van de aarde op laat lichten, totdat er geen onvolmaakte geest, geen ego-illusie, meer is die zich kan verbergen voor het allesdoordringende Licht van de Boeddha.

Wat is de sangha van de Boeddha?
Toen ik in mijn fysieke lichaam op de aarde zat, bracht ik een lering uit die aangepast was aan het bewustzijn van de mensen uit die tijd, aan een bepaald element in het massabewustzijn. Ik wist daardoor dat het onmogelijk was om volledig te vertellen waar het pad om gaat en wat de bedoeling is van de gemeenschap. En daardoor moest ik een lering brengen die de mensen konden snappen en daardoor hebben de mensen mijn lering veranderd in weer een religie, het boeddhisme, genaamd.

En ze vormden het beeld dat degenen die tot de boeddhistische godsdienst behoorden, een sangha vormen die duidelijk apart stond van degenen die niet tot de boeddhistische religie behoorden. En zo creëerden ze een beeld dat erg lijkt op wat de leden van andere religies hebben gedaan, een exclusief, separatistisch beeld. Maar die tijd is voorbij. De Christus is afgedaald, de mensheid is opgeklommen en nu hebben we een groep studenten die eraan toe zijn om de Boeddha, de dharma en de sangha volledig te begrijpen.

Veel spirituele mensen zijn dicht bij het manifesteren van die gemeenschap. Laat mij jullie dus een paar ideeën geven over de sangha van de Boeddha. Er is – natuurlijk een bepaald gevoel van bekendheid, veiligheid, wanneer je in een gemeenschap van gelijkgestemde mensen bijeenkomt – die dan vrijuit kunnen spreken en elkaar ondersteunen. We zeggen niet dat jullie niet zo’n gemeenschap kunnen vormen, waarin jullie samenkomen en jullie ideeën vrij kunnen delen, in de wetenschap dat jullie niet veroordeeld of bekritiseerd zullen worden. En weten dat jullie geen egospelletjes hoeven af te handelen die er zo vaak voor zorgen dat mensen anderen afkraken, zelfs als zij een goed idee hebben. Of alleen al het feit dat zíj niet op het idee gekomen zijn, betekent dat zij het moeten afkraken. Daarom vraag ik jullie te overwegen dat jullie – zeker – zo’n gemeenschap kunnen en zouden moeten vormen. Maar ik vraag je om na te denken over het subtiele onderscheid, opdat je er geen exclusieve gemeenschap van maakt die zich apart opstelt van de grotere gemeenschap van de mensheid-in-het-algemeen.

Want wie is de Boeddha? Hij is degene die weet dat alles de Boeddhanatuur is en daarom is de Boeddha in iedereen en in alles. En hoe kunnen jullie ware volgelingen van de Boeddha zijn als jullie je apart opstellen en zeggen dat de Boeddha zich maar in bepaalde mensen kan bevinden en niet in anderen? Wij willen graag zien dat de gemeenschap die jullie vormen, niet geïsoleerd wordt van de grotere gemeenschap van alle waarnemende wezens, maar een kern is die over en weer communiceert met de grotere gemeenschap, die bereid is om zich uit te sloven om jullie boodschap van de daken te schreeuwen, om jullie Licht te laten schijnen, opdat anderen jullie goede werken kunnen zien en weten dat enkel de Vader in jullie die werken had kunnen doen. En daardoor leren zij om God in zichzelf, de Boeddha in zichzelf, te zien.

Want de Boeddha is ook geen egomaniak die boven anderen verheven wil zijn. Wanneer de Boeddha in iemand ontwaakt is, nu dan is die persoon maar op één ding en wens gefixeerd. En dat is de Boeddha in alle anderen te wekken, zodat de Boeddha in allen ontwaakt kan zijn. Want alleen dan is de Boeddha heel.

De gemeenschap van eerlijkheid
Dus is de sangha, de gemeenschap, die we gemanifesteerd willen zien, één waarin de allerbelangrijkste eigenschap eerlijkheid is, gewoon en eenvoudig. Eerlijk tegen jezelf, eerlijk tegen elkaar, eerlijk tegen andere mensen die nog geen deel uitmaken van jouw sangha, want zij aarzelen nog. Eerlijkheid – om compleet te zijn – kan geen voorwaarden kennen die het jouw ego mogelijk maken zich te verbergen. Want eerlijkheid kent geen voorwaarden – alleen jouw ego stelt voorwaarden. En het stelt die voorwaarden precies op om zich te kunnen verbergen. En die kracht moet jij overwinnen.

Wat is de sleutel tot eerlijkheid? Het besef dat er, als de Boeddha overal is, als God overal is, niets voor God verborgen kan blijven. En wat heeft het dan voor zin te proberen oneerlijk te zijn en iets te verbergen? Wie houd je dan voor de gek? God natuurlijk niet, de Boeddha natuurlijk ook niet, zeker de geascendeerde meesters niet, en zeker jouw IK BEN Aanwezigheid niet. En als je dat spelletje wenst te spelen, vraag ik je naar één van de vele organisaties te gaan die nog steeds vastzitten in het spelletjes spelen en die nog steeds hun leden niet alleen toestaan om het spel te spelen, maar dat zelfs aanmoedigen.

Ga er gewoon heen en speel dat spel tot je er genoeg van krijgt. En kom dan terug naar de sangha van de Boeddha. En dus zien we hoe de stukjes bij elkaar liggen – dat in deze kritieke tijd veel spirituele mensen misschien fysiek bijeenkomen en de stap omhoog doen om een goed voorbeeld te manifesteren – niet het enige voorbeeld – maar een goed voorbeeld van wat de sangha van de Boeddha in het Aquariustijdperk is – met het bewustzijn dat de mensheid tegenwoordig heeft.

De Boeddha en de Moeder
Ik zal jullie een paar ideeën geven over de relatie tussen de Boeddha en de Moeder. Zoals jullie wel is opgevallen in de invocatie die jullie eerder opgezegd hebben, staat er de regel: “Boeddha ruimte, Moeder tijd, ’t is het zo sublieme geheim.” Het materiële universum wordt door de wetenschap gezien als een ruimte waarin planeten, zonnestelsels en melkwegstelsels zijn. Die ruimte is de Boeddha – die wordt uit de Boeddhanatuur gevormd. De ruimte is een ruimte die apart is gezet van het Al-zijn van God, zodat gescheiden vormen zich kunnen manifesteren. In die ruimte bevindt zich het Ma-terlicht dat vorm aanneemt.

Jullie als niet-geascendeerde wezens hebben mede-scheppende vaardigheden, maar je hebt niet de geestkracht om die ruimte te beïnvloeden. Want jullie kunnen de ruimte niet beïnvloeden tot jullie het Boeddhabewustzijn bereiken – en dan transcendeer je de ruimte. Dus, jullie zijn veroordeeld om jullie mede-scheppende bekwaamheden tot uitdrukking te brengen binnen het raamwerk van de ruimte en de zogenaamde natuurwetten die de ruimte leiden, omdat de wetenschap het meeste nog niet heeft ontdekt of volledig begrepen.

Als niet-geascendeerd wezen, maken jullie mede-scheppende vaardigheden het jullie mogelijk om alleen binnen het Ma-terlicht te werken, vorm op dat Ma-terlicht te projecteren. Wanneer de Boeddha zijn eigen Wezen ruimte laat worden, heeft de Boeddha een visie op die ruimte en het is de bedoeling dat alles daarbinnen – het Ma-terlicht, de energie daarbinnen – verheven wordt als deel van de ascensiespiraal die mijn broeder Maitreya in zijn boek heeft beschreven. De Moeder van God laat dan haar Licht het instrument worden van de van zichzelf bewuste wezens om hun vrije wil uit te oefenen en de fysieke omstandigheden te oogsten die hun mentale beelden uitvergroten. Dit maakt het vervolgens mogelijk dat binnen de totale ruimte van de Boeddha, bepaalde porties – zoals bijvoorbeeld rondom planeet Aarde geconcentreerd zijn – achterop kunnen raken bij de ascensiespiraal van de totaliteit van de ruimte.

De oorsprong van tijd
De totaliteit van het materiële rijk zit – en is dat altijd geweest – in een ascenderende spiraal die niet kan worden tegengehouden. Maar vanwege de vrije wil kunnen de bewoners van een bepaalde planeet hun bewustzijn verdichten, waardoor ze de planeet verdichten, zodat die achterop raakt in die ascenderende spiraal. We zouden het in feite misschien kunnen beschrijven als het oprekken van de ruimte, zoals gevisualiseerd wordt in het concept om op te rekken wat het ruimte-tijdcontinuüm is genoemd. Maar wat de wetenschap niet begrijpt, is dat tijd geen functie van de ruimte is. Tijd is een functie van de vrije wil. Want wanneer een planeet achterop raakt bij de plaats in de ruimte waar ze in het ideale geval had moeten zijn, dan wordt de tijd gevormd door de afstand tussen dat volmaakte concept en de huidige realiteit.

En dan begint, bij wijze van spreken, de kosmische klok te tikken. Want hoewel jullie vrije wil hebben, is het zoals Maitreya heeft uitgelegd, niet haalbaar dat er geen beperkingen zijn voor de vrije wil. Want je kunt niet eeuwig een portie van het eigen Wezen van de Schepper in een onvolmaakte vorm vastzetten. Ook kun je niet eeuwig andere van zichzelf bewuste wezens in een onvolmaakte vorm vastzetten.

En dan begint de tijdklok te tikken, af te tellen tot het moment dat de kansen van die levensstromen die eraan hebben meegewerkt dat de planeet in de neerwaartse spiraal kwam, verkeken zijn. En die moeten vervolgens van die planeet worden verwijderd, zodat de andere bewoners – die misschien met de blinde leiders zijn meegegaan – de kans krijgen om bevrijd te worden van de aantrekkingskracht – zodat zij er misschien voor kiezen om dat te beginnen te ontstijgen. Daardoor hun planeet terug te brengen, bij wijze van spreken, de tijd te accelereren, zodat die tijd inhaalt en daarom haar rechtmatige plaats in de kosmische dans terugkrijgt. Waardoor tijd zoals die nu bestaat, ophoudt te bestaan voor die planeet. Want ‘Tijd bestaat niet!’ natuurlijk.

Totaal vergeven is alles vergeten
Om de verhandeling die Master MORE heeft gegeven over het geheugen te vervolgen, jouw persoonlijke geheugen versus het kosmische geheugen van de Akashakronieken. Nogmaals, jouw persoonlijk geheugen wordt apart gezet, mag achterop raken bij de Akashakronieken, het kosmisch geheugen dat de realiteit ziet en zich de dingen herinnert zoals ze zijn – zoals MORE heeft uitgelegd. En wat jullie dus doen, terwijl jullie het pad naar de totale overgave van het gescheiden zelf bewandelen dat het Christusschap is, jullie ook de plaats in de ruimte inhalen waar je geweest zou zijn als je in de Rivier van Leven was gebleven, erin meegegaan in plaats van de jungle van gescheidenheid in te lopen, waardoor jullie beginnen achterop te komen.

De geesten – waarover verscheidene meesters hebben gesproken – zijn de herinneringen die je bewaart aan je eigen tekortkomingen, je ziet ze door het filter van het dualiteitsbewustzijn in plaats van de werkelijkheid van het Godbewustzijn dat alles vergeeft. En dat zijn dus de geesten die je moet opgeven. En dus bestaat totale vergeving eruit dat je zelfs de herinnering aan de waargenomen vergissing opgeeft. Die simpelweg te laten verteren, zodat jij je daar niet meer aan vasthoudt, dat je door eraan vast te houden, vast laat zitten in een afwijking van de tijd, bij wijze van spreken. Omdat jij jezelf gevangen houdt in de tijd, de tijd die in werkelijkheid de afstand is tussen waar je zou kunnen zijn en waar je voor gekozen hebt te zijn of niet te zijn.

Je weet vast wel dat de Bijbel de uitspraak bevat: “Ik zal me hun zonden niet meer herinneren.” Nu, God herinnert zich nooit jullie zonden, want God herinnert zich enkel de waarheid – het feit dat het materiële universum een zandbak is – want jij hebt de vrije wil gekregen om te experimenteren. En als een beperkende keus eenmaal vervangen is door een hogere keus, bestaat de vorige keus niet meer. De essentie van vrije wil is dat je één ding kiest en door dat ene te kiezen, kun je niet tegelijkertijd iets anders kiezen. Daardoor kun je niet ontwaakt en niet-ontwaakt zijn op hetzelfde moment. En daardoor ben je, als je eenmaal de oude illusie hebt losgelaten – de oude keus om de dualistische illusie te accepteren – bevrijd van die illusie.

Die is weg – tenzij je kiest om hem in je herinnering te houden en hem steeds weer opnieuw schept, tot je uiteindelijk die geest opgeeft en dat sterfelijke zelf laat sterven. Zo had zelfs Jezus, hangend aan het kruis bepaalde persoonlijke geesten die hij moest opgeven, net als ieder ander wezen dat ooit geascendeerd is.

Een overwinning voor ons allemaal
Het is vervolgens mijn grote voorrecht en mijn grote vreugde om deze conferentie te mogen verzegelen, die, moet ik zeggen, een onvervalste overwinning voor de geascendeerde meesters is – en voor jullie als onderdeel van de geascendeerde meesters, hoewel in ieder geval nog niet geascendeerd met een bepaald deel van je bewustzijn. Want jullie zijn waarachtig zoveel meer dan jullie je kunnen voorstellen, en daardoor zit er nog maar een klein deeltje van jullie totale Wezen nog steeds gevangen hier beneden in het moeras.

En wanneer jullie je afstemmen op de totaliteit, krijg je het kosmische perspectief, waardoor je echt ziet hoe echt onbelangrijk al deze eigenaardigheden van je ego zijn. En dan kun je de geesten laten sterven, want jullie weten dat jullie meer zijn – en dat jullie dus niet met hen sterven.

Voel je niet triest over het feit dat deze conferentie is afgelopen, zoals alles in de tijd een keer ophoudt. In plaats daarvan kijk je verder, zie wat je bereikt hebt, een sangha die de tijd transcendeert. Want de sangha van de Boeddha bestaat in de ruimte – en de ruimte staat boven de tijd. Concentreer je dus daar op! Richt je op de sangha en transcendeer zelfs de fysieke afstand, behoud de contacten, omdat jullie de communicatietechnologie hebben om dat te doen. En zie daarom in dat deze verzegeling van de conferentie niet het eind is, maar het begin van een nieuwe cyclus, een andere cyclus, zelfs een hogere cyclus.

Want nu ga je erop uit om de Omega te zijn, en naarmate jullie de talenten vermenigvuldigen die jullie hebben gekregen, zullen we jullie zeker – bij de volgende inademing – binnenhalen om op een andere conferentie te komen, waar je vervolgens hogerop kunt komen, omdat je naar buiten bent gegaan. Want als je niet erop uit gaat om het met anderen te delen en te proberen het Al te verhogen, dan zouden wij jullie geen hogere leringen kunnen geven. En jullie zouden staan te watertrappelen op dezelfde plaats.

Dus begrijp je dat beide nodig zijn, de inademing en de uitademing, dat dit de kosmische dans vormt? Stap daarom uit de zo gewone gedachtegang van veel spirituele mensen die zich willen terugtrekken uit het gejacht van de wereld. Die denken dat je wanneer je vrede en eenzaamheid en rust in een grot in de bergen vindt, dan de Boeddha vindt. Bestudeer in plaats daarvan de leringen van degenen die het leven op een bepaalde manier dienden en door dat te doen plotseling de Boeddha zagen. Zelf het wezen dat de maden uit de wond van iemand anders likte en door dat te doen verlichting en een-zijn met de Boeddha heeft bereikt.

Want wanneer je de Boeddha ziet in alle leven, zul je mij zien, geliefden. Want IK BEN ALLES en in alles. Dus zo lang jij de gedachtegang hebt dat ik maar op bepaalde plekken te vinden ben, en niet in anderen, hoe zou je me dan ooit kunnen ontdekken? Want de enige plek om mij te ontdekken is binnenin jou. En als je dus denkt dat je ergens anders moet zijn om mij te ontdekken, nu dan kun je niet inzien dat je mij niet kunt zien – zelfs al ben ik er altijd, met mijn Boeddhaglimlach, geduldig wachtend tot jij mij in jezelf ontdekt. Want IK BEN de Boeddha. Ik ben de ruimte. Ik sta boven de ruimte. Dus heb ik alle tijd van de wereld – terwijl de wereld niet onbeperkt de tijd heeft.

Dus ontwaak dan, en beslis om voorbij de tijd te reiken en erken dat er een tijd komt dat de aanvaardbare tijd NU is; niet morgen; niet één seconde vanaf nu, maar NU. Want dan ga je het Eeuwige NU in en transcendeer je de illusie van ruimte, de illusie dat de materiële wereld je af kan houden van het een-zijn van de sangha. Dan manifesteer je de sangha waar je bent in plaats van het ergens anders te zien.

IK BEN waar jij bent. IK BEN ontwaakt waar jij bent. Ben jij ontwaakt waar IK BEN? Dan ZIJ het zo, en wees verzegeld in mijn oneindige vrede. Verheug je in mijn oneindige vrede. En ontdek dat wat vrede lijkt vanuit het menselijke perspectief eigenlijk geen vrede is. Vrede is de gelukzaligheid van de Boeddha waarin je heel vreugdevol bent, want je weet dat de demonen van Mara geen macht over jou hebben. En daardoor kun je lachen om al hun capriolen, al hun pogingen om jou ergens aan te laten hechten. En dan vluchten ze van je weg – en IK BEN in alles wat er over is.