Solliciteer naar mijn Mantel

Geascendeerde Meester Sanat Kumara, 5 juli 2005

Ik sta bekend als de Oude van Dagen. Ik sta bekend als de eeuwige jeugd. Toch ben ik meer dan één van die twee beelden. Ik sta bekend als iemand die eonen geleden naar de aarde kwam, toen die aarde op het punt stond zichzelf te vernietigen door de duisternis die menselijke wezens hadden belichaamd.

Ik sta bekend als Sanat Kumara, maar toch ben ik meer. En met die vlam van meer, ben ik hier om mijn stuwkracht te geven aan deze nieuwe beweging. Ik geef een geweldige concessie, een dispensatie, aan deze beweging. En dat is een mantel, de mantel die ik droeg toen ik naar de aarde kwam en afdaalde in de dichte energie van deze planeet. Dit is de mantel die de ziel tot leven brengt en de waarheid over het leven, het bestaan van het eeuwige leven, dat er iets meer is dan wat de ziel om zich heen ervaart, laat ontdekken.

Mensen kunnen erom vragen en naarmate ze meer bereiken, zal ik hen die mantel geven. Je weet vast wel wanneer je om die mantel gevraagd hebt, wanneer je het waard bent die mantel te dragen. En je zult hem over je heen te voelen vallen en je zult het vuur in je hart voelen branden, zodat jij je, wanneer je iemand ziet die slaapt, op die mantel afstemt en door die mantel het Licht van God naar buiten stroomt om die ziel te wekken en die vlam te ontsteken in het hart die de sleutel is tot groei, die de sleutel tot vrijheid is.

Ik kan zelf door die mantel werken, maar het kan ook Jezus, Saint Germain, El Morya, Moeder Maria of elke andere geascendeerde meester zijn. Het kan wel je eigen IK BEN Aanwezigheid zijn. Maar doet dat ertoe? Omdat wij hierboven allemaal één zijn. En de sleutel voor het succes van deze beweging is dat jullie je hier beneden als één moeten beschouwen, door je eigen innerlijke een-zijn met het grotere Wezen dat jij bent.

Jullie zijn – als de geïncarneerde spirituele mensen – er klaar voor om dat kruispunt te vormen dat zich echt als kringen als in het water zal verspreiden en degenen verlichten die spiritueel dood zijn, die gevangen zitten in hypocrisie of onwetendheid. Daarom prijs ik jullie. Ik feliciteer jullie. En ik zeg: “Ik ben hier bij jullie.”